Stoppen met roken
Ja roken is een heerlijke gewoonte, eenmaal gestopt verdwijnt het verlangen naar een sigaret nooit helemaal. Het is ook zo’n mooie gewoonte, vol aandacht een sigaret aanlichten en in opperste concentratie een haal nemen, het is een moment vol schoonheid, een scene om nooit te vergeten, wanneer Rita Hayworth een sigaret inhaleert spat de erotiek van het doek.
Jammer dat het vrijwel onmogelijk is om balans te houden. Vrijwel iedere roker wordt een fervente roker, en er komt onvermijdelijk een dag dat je al voor het ontbijt je eerste sigaret aansteekt en dan ben je verloren. Het roken neemt bezit van je, langzaam ga je naar een volle asbak ruiken, zonder dat je dat zelf in de gaten hebt, je tanden worden bruin van de aanslag, je bent gevangen in de rook.
Philip Guston is zo’n kunstenaar die op vrijwel iedere foto een peuk tussen de vingers heeft. Een vriendelijke man met een lang hoofd, open ogen en iets onmiskenbaar droevigs. Adrian Searle beschreef Guston als een man die werd achtervolgd door zichzelf. Hij was zijn eigen demon, gedreven door angst, zelfdestructie, geobsedeerd door werk, pillen slikkend en hij dronk te veel.
Zijn beroemde zelfportret ‘Painting Smoking, Eating’ uit 1973 is nu weer te zien in het Stedelijk Museum en toont een neurotische man die verstard in bed ligt, met de peuk rechtop in zijn mond, en dat alles in knalroze en hard rode verfstreken. Een portret vol zelfkennis. Een man in al zijn zwakte, in het midden van een depressie en te midden van dat wat hem troost geeft: de warmte en veiligheid van het bed, eten, drinken en een sigaret. Het is een droef en pijnlijk schilderij, juist in al zijn eerlijkheid.
Guston droeg de waarden hoop, geloof en de onmogelijkheid der dingen dicht op het hart. In het maken van kunst liep hij keer op keer vast op dezelfde vraag: wanneer te stoppen. ‘For me the most relevant question and perhaps the only one is, “When are you finished?” When do you stop. Or rather, why stop at all? But you have to rest somewhere. (…) There are places where you pause. Thus it might be argued that when a painting is ‘finished’, it is a compromise. But the conditions under which the compromise is made are what matters. Decisions to settle anywhere are intolerable.’
Stoppen met roken is een soort levenswerk. Wat mij betreft is de vraag die Guston stelt ten aanzien van het schilderproces relevant voor de vraag over stoppen met roken: wanneer stop je eigenlijk met roken?, misschien stop je deze keer 10 minuten, misschien volgende week een hele dag. En mogelijk is er een moment waarop de rookpauze de rest van je leven blijkt te duren. Ophouden met roken is een hortend, continue proces, dat altijd begint en alsmaar doorgaat. Stoppen met roken is altijd een compromis tussen je verlangen naar deze specifieke lucht in je longen en je ideale zelfbeeld van een mens vol beheersing en zelfvertrouwen. Maar in ieder mens schuilt een neuroot, waar je die dwangmatigheid ook in stopt.
Literatuur: ‘The Faber book of Smoking’ is een compilatie van teksten waarin het roken als een waardevolle en onmisbare vriend in dit leven wordt beschreven. Lees dit boek niet.
Fransje Killaars maakte tijdens haar verblijf op Het vijfde seizoen, een artist in residence plek binnen de psychiatrische inrichting Den Dolder, een soort vliegengordijn van sigarettenpeuken.