Onaf
We hadden er recht op. Dat was de overtuiging die met onze huiden was verweven, ons ongemerkt was ingeprent: We hadden recht op intimiteit, op feest, op driegangenmaaltijden in de nabijheid van onze knetterende vrienden, de glazen nog eens vol. We hadden recht op spontaniteit, op avondenlang slenteren langs verwarmde terrassen, koude speeltuinen, onooglijke winkelstraten.
We maakten aanspraak op achteloze begroetingen, omhelzingen zelfs. Die hoefden we niet eens te menen. We verdienden het blikken uit te wisselen met vreemden, naar hen te smachten zonder ernaar te handelen, we konden het ons veroorloven een ander te ghosten.
We reisden af naar Japan om daar bloesems te fotograferen, bezochten geisers, het fucking Noorderlicht, daalden met mechanische liften in vulkaan af. We praatten over Sri Lanka alsof het Schiermonnikoog was.
We waren mens, we waren in elk geval relatief rijk, er was ons nooit iets anders verteld en dus mochten we dansen, ons lijf tegen dat van anderen laten opbotsen, dat lijf laten zweten, breken, niezen, onze neus laten druipen terwijl we stonden te twijfelen in de supermarkt.
We mochten de onderkant van onze gezichten tonen aan wie die maar wilde zien, onze vingers achteloos aflikken, onze monden aanraken nadat we een deur achter ons hadden dicht gedaan, gewoon, om vuil te kunnen proeven.
We praatten over Sri Lanka alsof het Schiermonnikoog was.
Op twitter zie ik een foto waarop met afgeronde, roze letters You are not too old and it is not too late staat. De quote van Rilke is nog nooit zo onaf geweest, en nog nooit zo onwaar.
Kabul (Acceptatie) is een installatie uit 2017 van Ozan Atalan (Gallipoli, Turkije, 1985) die plaats biedt aan zes disgenoten. De kunstenaar noemt de tafelopstelling ‘foolproof’ binnen de wetten van de etiquette, wellicht omdat de ongelukkige openingen in het servies het voor iedereen even onmogelijk maken deze wetten op te volgen. Onze hang naar decadentie is volgens Atalan niet langer waar te maken en na te streven, in deze tijd van achteruitgang.