Adres – Afwijzingen
‘Kunt u mijn vertellen op welk adres de vuilstort in het centrum is?’
‘Voor het storten van grofvuil?’
‘Nee voor de vuilnismannen.’
‘Pardon?’
‘Ik heb de vuilnismannen nodig.’
‘Mag ik u vragen waarom?’
‘Ik ben bezig met een project, waarin ik met zoveel mogelijk verschillende banen meeloop.’
‘Sorry daar kan ik u niet bij helpen.’
‘Dat denk ik wel, u hoeft alleen maar het adres door te geven.’
‘De route van de vuilniswagen staat gewoon op de site.’
‘Daar gaat het niet om, ik wil het adres waar die mannen s’ochtends vetrekken.’
‘Het is op de…Ik denk niet dat dit gaat lukken.’
‘Dat denk ik wel, zo heb ik het ook de vorige keer gedaan.’
Ze zegt het adres.
‘En wat is het nummer?’
‘Zevenenzestig.’
‘Oke top! Dankjewel! En een hele fijne dag!’