The Spectacular of Vernacular
Lari Pittman, A Decorated Chronology of Insistence and Resignation #30, 1994Een tijdje geleden kwam ik het leuke boekje The Spectacular of Vernacular tegen. Hierin staat een uitgebreid essay van kunsthistoricus Darsie Alexander waarin geen onderscheid gemaakt wordt tussen volkskunst en amateurkunst, twee thema’s die we bij mister Motley al enige tijd onderzoeken. Wat bij mij de vraag doet rijzen: is er eigenlijk wel een verschil tussen amateur- en volkskunst, en zo ja, wat is dat dan?
‘Vernacular’ (het alledaagse of volkse) wordt door Alexander ingedeeld in verschillende categorieën: er zijn volgens haar kunstenaars die zich bezighouden met de weergave van identiteit door middel van het karakter van een bepaalde plek, weer anderen die geïnteresseerd zijn in herhaalde gebruiken en rituelen en er zijn kunstenaars die de nadruk leggen op het amateurisme dat door de opkomst van het internet een enorme groei heeft doorgemaakt.
Het lokale komt vaak tot uiting in de kleding die mensen dragen en hoe ze hun huizen versieren, met name bij feestdagen. Kunstenaars als Walker Evans hebben een grote bijdrage geleverd aan het begrip van specifieke plekken. Hoewel zijn foto’s vaak onbewoond zijn, laten zij de mensen zien door de objecten die zij hebben achtergelaten. Aan de andere kant is door de foto’s van Evans het beeld dat mensen hebben van de zuidelijke staten van Amerika onveranderd gebleven en dus sterk vertekend.
Kunstenaars die geïnteresseerd zijn in volkskunst, zijn vaak ook geïnteresseerd in de gebruiken en rituelen van een bepaalde groep mensen. Mike Kelley is gefascineerd door de meest banale Amerikaanse rituelen. Hij haalt zijn inspiratie onder andere uit jaarboeken van middelbare scholen wat volgens hem de enige plek is waar je afbeeldingen van ‘common American folk rituals’ kunt vinden.
Als een rode draad door alle drie de categorieën van Alexander loopt het amateurisme. Zo was Walker Evans eigenlijk een amateurfotograaf die pas ontdekt werd in de laatste jaren van zijn leven door een andere kunstenaar William Christenberry, ligt de inspiratiebron voor het werk van Kelley in het alledaagse en maakt Marina Abramovic in de video Balkan Erotic Epic: Exterior Part 1 waarin een oud heidens gebruik uit Servië opnieuw wordt opgevoerd, gebruik van amateur acteurs. In het vierde deel van het essay getiteld Amateur Effect, gaat Alexander dan ook specifiek in op het amateurisme.
Faith Ringgold, Groovin' High, 1996Volgens Alexander is de basis voor de hedendaagse interesse in amateur- en volkskunst te vinden in de jaren zeventig. In eerste instantie had dergelijke kunst geen plek in de canon van de ‘hoge’ kunst. Vanuit het feminisme kwam daar langzaam verandering in doordat vrouwelijke kunstenaars de mannelijke kunstwereld beantwoordde met vrouwelijke creatieve technieken. Zo maakt de activistische kunstenaar Faith Ringgold quilts, een techniek die een lange traditie in haar eigen familie kent. Het volkse is hier duidelijk weer verstrengeld met technieken die mensen doorgaans in hun vrije tijd beoefenen. Al snel werden dergelijke ‘vrouwelijke technieken’ ook toegepast door mannelijke kunstenaars als Claes Oldenburg en Robert Morris. Tegenwoordig zijn alle technieken verantwoord in het museum en is er geen kunstenaar die zich nog zorgen maakt over het amateuristische of volkse karakter van een werk.
Een echt onderscheid blijft lastig te maken. Toch denk ik dat er wel een verschil is, want hoewel volkskunst doorgaans door of met amateurs gemaakt wordt, is amateurkunst niet altijd volkskunst. Amateurkunst is de uitdrukking van een individu, terwijl volkskunst iets vertelt over een regio en een langere traditie kent. Het wordt lastig doordat kunstenaars de grenzen opzoeken en vervagen. De verzameling schilderijen van amateurkunstenaars van Jim Shaw is hier een goed voorbeeld van: ieder afzonderlijk schilderij zegt meer iets over de maker dan over een groter geheel, de verzameling in zijn geheel zegt echter wel iets over een groep mensen, hun interesses en de drang om het dagelijks leven te vatten. Nog ingewikkelder wordt het wanneer Shaw zelf schilderijen gaat maken in de stijl van de gevonden werken en deze alle doet verwijzen naar een verzonnen kult, het Oism. Dan is het dus noch amateurkunst, noch volkskunst maar het verschil is niet langer zichtbaar. Aan de andere kant kan volkskunst ook het product zijn van een ambachtsman (of vrouw), waardoor de kunstenaar weer in de positie van de amateur geplaatst kan worden...
Uiteindelijk moet ik tot de conclusie komen dat een onderscheid tussen amateur- en volkskunst misschien ook niet wenselijk is. Alexander schrijft aan het eind van haar essay dat het volkse kunstenaars de mogelijkheid biedt om amateurkunst en ambacht met elkaar te verbinden, kunstvormen die om verschillende redenen en tradities worden gemaakt en waarvan de maker bijna altijd anoniem is. Deze producten van onbekende makers hebben een eigen geschiedenis en zijn tegelijkertijd makkelijk in een nieuwe context te plaatsen waardoor ze nieuwe betekenissen krijgen in het hier en nu.












