Het leven op kamp Kunduz

De afgelopen twee weken ben ik in Kunduz geweest en heb ik Jur en Tim weer ontmoet. Jur loopt over van energie, want hij traint de politiemannen en heeft genoeg te doen. Met Tim is het anders gesteld. Hij verveelt zich het meeste van de tijd, en zou graag meer om handen hebben. Hij laat een baard staan, zoals veel van zijn maten, en die baard staat symbool voor de verveling. Als Jur op het ANA-kamp verblijft, net buiten Kamp Kunduz, waar de Afghan Uniformed Police (oftewel de AUP) getraind wordt, staat Tim samen met zijn maten buiten op wacht. En dat kan soms uren duren.
Kamp Kunduz is jaren geleden door de Duisters gebouwd en wordt door hen beheerd. De Hollandse gezelligheid die heerste op Kamp Holland in Uruzgan is hier ver weg. Het leven is verre van luxe en het klimaat is vrij hard. Het kan behoorlijk vriezen, maar dat is niet zo erg: een bijtende kou is te verdragen voor een goed-ingepakte militair. Maar juist het onbestendige van het weer: ’s ochtends vriezen en ’s middags dooien; het ene uur sneeuw, het andere uur regen, dat gaat op je inwerken. Als de sneeuw verandert in een drabbige zooi, dan sta je met je soldatenkisten enkeldiep in het nat en drogen je sokken voorlopig niet meer. Want geen enkele geïmpregneerde schoen is bestand tegen zoveel water.
De omgeving is pas heel in de verte mooi, maar dan moet je langs alle bouwwerken op het kamp en over een hoge muur kijken, en dan moet het ook nog eens helder weer zijn. Dan zie je de indrukwekkende besneeuwde bergen aan de horizon. Helaas zijn die voor het overgrote deel van de tijd gehuld in een nevelige mist.
De militairen slapen in stapelbedden in een ‘fab’, oftewel een container, van vier meter lengte en anderhalve meter breed. Zij delen zo’n container met zijn vieren en woekeren door middel van ophangzakken met de ruimte. Om nog enige privacy te hebben, hangen zij een doek voor hun bed. Jur heeft daarvoor zijn Harleydoek gebruikt. Jur vertelt me dat degene die achterin de fab bovenin ligt, in zijn onderbroek ligt te zweten van de hitte die van het kacheltje komt, terwijl hij, onderin het stapelbed bij de ingang, kou lijdt. “En in de zomer zal dat wel andersom worden”, zegt hij, “als de airco aangaat.” Tel daarbij het aantal snurkers op, waar menig collega lang door uit de slaap wordt gehouden en het beeld van een benauwende, welhaast claustrofobische omgeving is compleet.
Er zijn drieëntwintig barretjes op het kamp, beheerd door de zes nationaliteiten die er zijn, en de ‘Dutch bar’ is de enige die geen alcohol schenkt.
Warm water uit de douches is niet altijd gegarandeerd. En het eten dat in de grote eetzaal geserveerd wordt is Duits.
De militairen klagen overigens niet.
Tim met twee van zijn kameraden op Kamp Kunduz
Jur voor zijn fab op Kamp Kunduz











