Behind the Zines: Self-Publishing Culture

Het is een welkome afwisseling wanneer je in de boekenwinkel staat te neuzen en je plotseling een uitzonderlijk tijdschrift of boek vindt tussen alle ‘mainstream’ kranten en magazines. Het is vergelijkbaar met het zoeken naar een mooie jas tussen bulten kleding op een tweedehands markt. In deze omstandigheid is het geluk het grootst wanneer je dit onverwachte ‘cadeautje’ vindt. In de wereld van de tijdschriften geldt hetzelfde. Er bestaat een selecte groep fanatieke verzamelaars die markten, beurzen, stoffige, donkere boekwinkeltjes en de eindeloze wereld van het internet afstruinen op zoek naar eigenzinnige en afwijkende tijdschriften.

Kranten en bladen zitten dikwijls vast aan een standaard beeldrichtlijn, formaat en een vaste drukker: een stramien waar lastig aan te ontsnappen is. Je zou oprecht kunnen zeggen dat de markt van zelf gepubliceerde magazines exclusief is. Het merendeel kent een gemiddelde oplage van 50 tot 300 exemplaren, waardoor het een zogenaamd collector’s item wordt. Deze exemplaren zijn dat ook pareltjes, soms met de hand gebonden. Of ieder exemplaar van een bepaalde oplage is uniek van vorm en kleur, of met handgeschreven titels vervaardigd. Een groot deel van deze magazines kan gezien worden als een catalogus met zonzijden: een overzicht van het oeuvre van een kunstenaar, sterk vormgegeven en in de identiteit gegoten van een tijdschrift, meestal gesponsord door galeries, musea, of gesubsidieerd.
Het ‘fysieke’ tijdschrift is misschien wel een uitstervend ras aan het worden en behoort langzaamaan steeds meer thuis in het papieren (Times New) Romaanse tijdperk. Tegenwoordig is de expansie van internet enorm en biedt zo veel vervangende opties en voordelen dat we nog enkel tijdschriften drukken om onze vingers over de vers beïnkte papieren te kunnen laten glijden. Het bladeren door de bladzijdes ervaren de meeste mensen als een verwennerij: een luxe. Maar ondanks alle voordelen die het net biedt, deel ik de optiek van de verzamelaars: een onvervalst ‘ouderwets’ tijdschrift is onvervangbaar.

Naast dat kunstenaars tijdschriften samenstellen, zijn het nu ook goedbezochte blogs en eigenzinnige sites die tijdschriften op de markt uitbrengen. In Berlijn is dit een gangbaar verschijnsel. Deze magazines worden geboren uit enthousiasme en idealisme. Wereldwijd wisselen dergelijke redacteuren bijzondere adressen uit van drukkers die in kleine oplage drukken, die met bijzondere inkten werken, die boekjes kunnen binden en waar het betaalbaar is. De distributie van deze tijdschriften is gecompliceerd, omdat de meeste dorpen en steden geen boekwinkels huisvesten die dergelijke magazines aanbieden. Blogs maken daarom veelal gebruik van print on demand. Dit betekent dat je als bezoeker op de site kunt aanvinken dat je het tijdschrift graag in je bezit wilt hebben en dat er, na betaling een druk special voor jou wordt vervaardigd. Op deze manier blijven uitgevers niet met vele oplages zitten.

Voor de tijdschriftbeminnende mensen is het bijzondere boek Behind the Zines: Self-Publishing Culture uitgegeven. Het boek toont een overzicht van allerhande verschillende zeldzame tijdschriften, gepubliceerd in verschillende landen. De vele foto’s in het boek worden ondersteund met korte interviews gehouden met de auteurs en vormgevers van de magazines. Vooral de vormgeving wordt uitgelicht, alsmede de typografie. De inhoud van de tijdschriften komt minder aan bod. Meer dan honderd tijdschriften worden uitgelicht. Het is een feest voor het oog en voor het hart van iedere vormgever. Behind the Zines oogt, evenals de exclusieve magazines, luxe en ademt zeldzaamheid uit door haar linnen taupe kaft, waarin rode verzonken letters de titel aanduiden. Op de achterkant staat een klein citaat van Voltaire, wederom in verzonken druk: ‘Twenty-volume folios will never make a revolution. It’s the little pocket pamphlets that are to be feared.’

De rug van het boek is gebonden en gelijmd in katernen. Ieder katern kent een andere kleur papier. Het boek bevat vijf kleuren die elk een ander hoofdstuk inleiden. Gallery is het eerste hoofdstuk, waarin de kunstenaarstijdschriften aan bod komen. Daarop volgend is het thema Archive. Ieder tijdschrift kent een ander uiterlijk, dat maakt ze uniek en exclusief. Hierdoor is het echter moeilijk een katern te vangen in een paar concluderende woorden. In het thema Archive, zien we vooral themanummers over bijvoorbeeld honden, design of typografie. Pagina’s vol verschillende lettertypes, bruidsfoto’s en dergelijke, nauwkeurig en eigenzinnig gearchiveerd. Het middelste katern is groen en is gelabeld met het thema Labatory. Dit gedeelte oogt geometrisch en strakker dan de andere katernen. Hier en daar een grafiek, meer tekst dan beeld en technisch vernuft komt naar voren. Zo is er een tijdschrift ontworpen dat enkel leesbaar is met black light.

Het oranje gedeelte, genaamd Kiosk, kenmerkt de underground tijdschriften in mijn optiek. Aan deze categorie lijken de minste conventies verbonden. Fotografie, handgeschreven teksten, tekeningen en strakke artikelen wisselen elkaar af, net als de formaten en thema’s. De laatste categorie heet Theatre en lijkt, in samenhang met de voorgaande thema’s een ietwat vreemde eend in de bijt. Fotografie staat centraal; dat wordt duidelijk aan het begin van het hoofdstuk dat begint met een quote van Erik van de Weijden: ‘To me working with photography implies that I don’t make things up. I just take what is already there, scoop it out of its context, and then present it after some selection and editing.’ Het thema Theatre gaat niet zozeer over theater, maar laat de bijzondere wereld van kunstenaars en auteurs zien. Het is een Paper Podium, een toneel waarop de levenskunst tentoongesteld wordt.














