« vorige | volgende »
De toekomst van de kunstbladen?


Karen Sargsyan

Gisteravond vond tijdens Items Live 11 in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam een debat plaats over de toekomst van de kunstbladen in Nederland. Hoe kunnen ze overleven zonder subsidie? Wat moet er veranderen? Een nuttige avond, want ook mister Motley zal moeten veranderen als het wil blijven bestaan. 

Het gesprek werd geleid door Chris Keulemans. Aan het gesprek namen hoofdredacteuren van verschillende cultuurbladen deel, te weten: Dirk van Weelden (De Gids), Domeniek Ruyters (Metropolis M), Jorinde Seydel, (Open), Lilet Breddels, (Volume), Max Bruinsma (Items) en Robert Thiemann (Frame; het enige niet-gesubsidieerde blad van deze avond).

Het gesprek begon met een rondje waarin de feiten van de bladen op tafel werden gelegd. Grofweg kan er gezegd worden dat van de gesubsidieerde bladen een derde van de inkomsten uit subsidies komt. Dit aandeel moet in de toekomst dus worden opgevangen door de abonnees en de adverteerders, die ook onder de crisis te lijden hebben en waarvan velen hun toekomst niet zeker zijn.

Aan de deelnemers wordt gevraagd waarom de overheid volgens hen de plicht heeft de kunstbladen te blijven steunen. Max Bruinsma stelt dat het nergens geschreven staat dat de overheid deze plicht heeft. Het argument was in het verleden dat je niet alles aan de markt kunt overlaten: als je een brede ontwikkeling wilt, zul je deze met moeten steunen. Het compleet overlaten van reflectie op kunst aan de markt zal dus hoogstwaarschijnlijk een verarming betekenen: bladen worden gedwongen een groter publiek aan te spreken en de specialistische discussies op hoog niveau worden daar het slachtoffer van. Lilet herinnert vervolgens nog aan de toespraak van Ramsey Nasr op het Malieveld waar hij sprak over de manier waarop deze regering alles wat anders is wil afstoten.

Gevolg is dus dat er een hele nieuwe aanpak bedacht moet worden. De kunstbladen van Nederland moeten zichzelf opnieuw gaan uitvinden.

De meest voor de hand liggende oplossing is te streven naar een zo groot mogelijk publieksbereik. Maar Domeniek Ruyters legt uit dat Metropolis M nou eenmaal een vakblad is, die bespreken per definitie iets heel specifieks. De Mondriaan Stichting wilde een tijd geleden zich ook dat Metropolis M zich meer op de markt ging richten, maar daar zijn ze weer snel van af gestapt omdat een groter publiek aantrekken ook een ander publiek aantrekken betekent. Dan verandert de identiteit van het blad, het wordt gewoon iets heel anders.

Jorinde Seydel van Open realiseert zich ook dat het anders moet, maar benadrukt wel meteen dat ze een specialistisch blad wil blijven. Domeniek vertelt dat ze bij Metropolis M al langer aan het experimenteren zijn met de toegankelijkheid, zonder het specialistische karakter van het blad te verliezen. Belangrijk is dat de inhoudelijke missie in stand wordt gehouden, en dat is soms een lastige balanceer act.

Dirk van Weelden voegt zich bij de discussie door te vragen wat een tijdschrift eigenlijk is. Volgens hem is een tijdschrift vooral een idee, en dit idee kan vele vormen aannemen. Een tijdschrift kan volgens hem ook als een soort platenmaatschappij fungeren waarbij er maar een keer per jaar een publicatie verschijnt.

Keulemans vraagt het panel of samenwerken niet een oplossing is? Daar wordt instemmend op gereageerd. Althans, het bundelen van de krachten op het gebied van uitgeven, redactie, distributie en expertise, want iedereen wil gewoon zijn eigen blad behouden.

Internationalisering dan? Max Bruinsma vertelt dat Items net een subsidie heeft ontvangen om ook Engelstalig te publiceren. Conclusie is dus dat, om een stap naar de internationale markt te maken, subsidie nodig is. Robert Thiemann is het daar niet mee eens. Je kunt het volgens hem best zelf subsidiëren. Daar zitten risico’s aan, maar dat is nou eenmaal ondernemen volgens hem. Je moet je zakenmodel er op afstemmen, internationaal adverteren, op beurzen gaan staan en misschien dus ook een ander soort blad worden.

Volgens Domeniek Ruyters ontkom je daar dus niet aan. Hij ziet daarentegen ook toekomst in verdere digitalisering van kunstbladen, maar om internationaal mee te spelen op dat gebied moet eerst geïnvesteerd worden...

Conclusie op de vraag rondom de toekomst van de kunstbladen lijkt dus een groter, internationaal publiek aantrekken, digitaliseren en samenwerken, en dit alles zonder te veel van de persoonlijkheid van het blad in te leveren. Opvallend is dat alle bladen, ondanks de subsidiestop, er zeker van zijn dat er in 2013 gewoon weer een nieuw nummer uitkomt.

| | | laat een reactie achter
Plaats een reactie
Je email zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden.
Verplichte velden zijn gemarkeerd *