Foto’s tot de dood ons scheidt

De Japanse fotograaf Seiichi Furuya heeft zijn vrouw vanaf de eerste dag dat hij haar zag, gefotografeerd. Zeven jaar lang. Maar hoe meer foto’s er van haar worden gemaakt, hoe minder er van haar overblijft. Langzaam lost het beeld van haar op.
In de liefde kun je geen genoeg van elkaar krijgen: het liefst zou je de hele dag elkaar in de ogen staren en je in die diepte van die oneindige blik willen verliezen. Dat verlangen is verbeeld in het werk van de Japanse fotograaf Seiichi Furuya. In 1978 ontmoette hij de Zwitserse Christine Gössler. Ze trouwden met elkaar en kregen een zoon. Vanaf de eerste dag dat hij haar zag, heeft hij haar gefotografeerd. Dat heeft hij zeven jaar lang consequent gedaan, totdat ze in 1985 wanhopige door een psychische ziekte zelfmoord pleegde door van een hoog flatgebouw in het toenmalige Oost-Berlijn te springen. Meer dan 250 foto’s van haar heeft hij opgenomen in het boek Christine Furuya Gössler Mémoires, 1978- 1985, dat in 1996 verscheen.

De meeste foto’s zijn heel neutraal. Christine kijkt met een lege blik in de camera. Je leest aan die afzonderlijke foto’s niet veel af. De opeenvolging van die foto’s, waarbij geposeerde ‘objectieve’ portretten worden afgewisseld met persoonlijke opnames van het familieleven en privé-situaties, vertelt meer, maar Christine is maar zelden op een ontspannen houding te betrappen. Het is een hele opluchting als je haar zo nu en dan onbekommerd ziet lachen, alsof ze zich even onbespied waant. Angstaanjagend is de enkele foto waarin ze zich lijkt te verzetten tegen de aanslag van de voortdurend plaatjes schietende fotograaf. Je kunt de foto, die waarschijnlijk op 29 december 1980 is gemaakt, nog wel zien als een grap, maar hoe langer je ernaar kijkt hoe angstaanjagender Christine wordt.
Wat dit boek duidelijk maakt, is dat Seiichi Furuya geen moment zijn ogen van zijn vrouw af kon houden. Zij laat zich dat welgevallen, vaak lijkt ze ook gevleid onderwerp van deze bijzonder vorm van visuele affectie te zijn, maar het is twijfelachtig of dat verlangen en die noodzaak om in elkaar op te gaan wederzijds was. Wat de foto’s laten zien, is dat Christine, ondanks de liefde voor haar man en haar zoontje, volkomen alleen is. Met het toenemen van die eenzaamheid wordt ze steeds fotogenieker. Van een onopvallende verlegen jonge vrouw verandert ze in een ongenaakbare schoonheid om te eindigen als een spiegel van de menselijke ontreddering.

Hoe meer foto’s er van haar worden gemaakt, hoe minder er van haar overblijft. Langzaam lost het beeld van haar op. Het is als het ware een omgekeerd fotografisch procedé: als je in een donkere kamer het negatief op lichtgevoelig papier projecteert en dan deze afdruk in de zogenaamde ontwikkelaar legt, doemt in dit chemische badje opeens het gefotografeerde beeld op: je hebt wat als voorbij is vastgelegd. Als je de foto daarna niet in het fixeer legt, verdwijnt het beeld weer van het papier. Dat lijkt met Christine als zodanig te gebeuren in deze enorme fotoreeks. In iedere foto verdwijnt ze een beetje meer. De foto’s leggen genadeloos haar geestelijke aftakeling vast. Haar blik wordt steeds leger en machtelozer.
Uit liefde doen we de verschrikkelijkste dingen. Hier is sprake van fotografische stalking binnen het huwelijk. Seiichi Furuya was er vlak na de zelfmoord van Christine dan ook van overtuigd dat hij haar had gedood. Hij had haar met zijn foto’s dood geschoten.

Over Amerikaanse Indianen gaat het verhaal dat ze bij het zien van de eerste foto’s die in de negentiende eeuw van hen werden gemaakt, het idee hadden dat hun ziel werd gestolen. Ze wilden liever niet meer gefotografeerd worden. Of het waar is of niet, deze gewaarwording van het afnemen van iemands ziel middels de fotografie is in het geval van Christine Gössler een onontkoombare gewaarwording. Het is hartverscheurend om iemand steeds ongelukkiger te zien worden, ondanks de omstandigheden die zoveel mensen beleven als geluk: een liefhebbende man, een mooi, gezond kind, interessant werk, een avontuurlijk bestaan met veel reizen, hartelijke vrienden, fijne familie. Het is voor Christine onmogelijk om er echt deel van uit te maken. Zo staat ze ook op die foto’s. Ze is wel gefotografeerd, maar je krijgt haar eigenlijk niet te zien, alsof ze voor zichzelf is gaan staan. Misschien dat Seiichi Furuya haar daarom wel opnieuw steeds moest fotograferen. Hij wilde haar gewoon eens echt te zien krijgen, maar ze was niet in staat zich in haar ware gedaante te openbaren. Soms vang je een glimp van de Christine op die ze voor de wereld verborgen houdt, die ze gewoonweg niet kan laten zien, die ze niet kan zijn. De tranen springen je onmiddellijk in de ogen. Wat een vrouw! Je begrijpt daardoor ook die absolute overgave van deze fotograferende man aan zijn gefotografeerde vrouw: ergens moet ze toch zijn. Je houdt toch niet voor niets van haar?
Seiichi Furuya was de koning te rijk met Christine Gössler als zijn vrouw. Maar ondanks zijn huwelijk met haar was Seiichi eigenlijk geen moment met Christine getrouwd. Hij was getrouwd met het beeld dat hij van haar had, met de foto’s die hij van haar nam. Niets is tragischer dan vermeend geluk.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in mister Motley #8, De jacht naar liefde (p.46-47)












