De niet-verliefde fotograaf
Paul Kooiker, foto uit het boek Sunday, 2011Volgens fotograaf Paul Kooiker kan je als je verliefd bent geen goede foto maken, althans niet van je geliefde. Afstand is noodzakelijk. Een ultieme liefdesfoto bestaat volgens Kooiker niet (of wel?) en smaakvolle kunst is voor hem het ergste wat er is. Zijn werk roept irritatie en fascinatie op. Hij maakt je onvermijdelijk tot een gluurder. Je hebt geen keuze.
Nieuwsgierig door de reeksen foto’s van mollige vrouwen, van anonieme fonteintjes en een boek met als titel Hunting and Fishing (vol wegvluchtende naakte vrouwen) besluit ik met Paul Kooiker te gaan praten over de liefde. Vrouwen en erotiek spelen immers een belangrijke rol in zijn werk. Fotografeert een verliefde fotograaf anders dan een nuchtere fotograaf?
HH: Ik hoorde het verhaal dat je verliefd en wel met je vriendinnetje naar Parijs ging, de romantische stad bij uitstek, en dat je vervolgens terug kwam met enkel foto’s van fonteinen. Dat klinkt niet heel romantisch. Heeft verliefdheid invloed op je werk?
PK: Volgens mij niet. Als professioneel kunstenaar koppel je dat los, althans dat probeer je. Meestal lukt het. En dat verhaal was een beetje anders: van het Institut Neérlandais had ik de opdracht gekregen om werk te maken in Parijs. Ik wilde een nieuwe route door de stad maken en had me voorgenomen om alle fonteinen te fotograferen, dat was mijn concept.
HH: Hoe pak je dat aan, alle fonteinen fotograferen?
PK: Dat begint met onderzoek doen: in toeristische boeken en overzichtskaarten. En ik ben gewoon naar alle parken gegaan. In plaats van bekende plekken kwam ik in buitenwijken en op niet-plekken. Juist die kleine anonieme fonteinen zijn het interessantst. Ik heb ze nogal voyeuristisch gefotografeerd. Ze hebben eenzelfde soort anonimiteit als de modellen die ik fotografeer.
HH: De fonteinen hebben zelfs iets pornografisch, hoe doe je dat?
PK: Ja, het is mijn eerste pornografische werk. Maar het zijn ook gewoon fonteinen. De oorspronkelijke foto’s zijn groter van uitsnede. Pas in mijn atelier ontstaat het werk, met selecteren en snijden. En door het in een serie te plaatsen krijgt het die extra abstractie.
HH: Je fotografeert vooral vrouwen, dikke vrouwen, oudere vrouwen, wegrennende vrouwen die je eigenlijk weer niet te zien krijgt. En het is bijna altijd een serie. Deze vrouwen roepen irritatie op, soms haalt de kritiek op je werk de voorpagina’s van de krant.
PK: Tsja, bij andere mensen zijn de grenzen eerder bereikt. Sommige mensen vinden mijn werk niet smaakvol. Een naakte vrouw in een bepaalde pose gaat hen te ver. Als kijker word je tot een voyeur gemaakt, tot een gluurder. Je hebt geen keuze, die vrouw staat op de foto en je kunt alleen nog maar snel wegkijken. Maar meestal is er irritatie en fascinatie tegelijk. Mensen blijven wel kijken. Dat is ook de lol van fotografie: het heeft een voyeuristisch element. Smaakvolle kunst is het ergste wat er is.
HH: Hoe komt het dat jouw grenzen anders liggen?
PK: Mijn foto’s van mollige mensen worden in het kijken perverser dan ze zijn. Iedere kijker maakt het werk in zijn gedachten af en maakt het erger dan het is. Welbeschouwd zijn het eigenlijk keurige foto’s.
HH: Kan het zijn dat je je als kijker identificeert met de afgebeelde en dan al snel denkt: ‘Mijn God, zo zou ik nooit op de foto willen staan…’? Komt de afwijzing voort uit angst?
PK: Dat kan, ik zie dat zelf niet, als fotograaf identificeer je je niet met een model, je houdt juist afstand. Dan zie je de oneffenheden eerder. Een model lijkt wel een soort object als ik het er zo over heb. Misschien irriteert juist de afstand die je als fotograaf nodig hebt andere mensen, dat het teveel op een object gaat lijken. Ik bouw afstand in waardoor je over smaak heen kan gaan.
Paul Kooiker, foto uit het boek Sunday, 2011HH: Juist verliefdheid laat geen ruimte voor afstand. Is dat ook waarom de liefde geen rol mag spelen in het werk?
PK: Ja, als ik verliefd zou worden op een model valt die afstand weg, dat levert geen goed werk meer. Ik ga eigenlijk als een soort dokter te werk. Objectief.
HH: En maak je dan wel foto’s van je geliefde in je vrije tijd?
PK: Ik fotografeer altijd en al die kiekjes zijn de inspiratiebronnen voor het serieuze werk. Kiekjes documenteren de nieuwe dingen die in je leven gebeuren, het zijn een soort schetsen. Als ik verliefd ben maak ik privé juist veel foto’s. Toch is dat ook het grootse nadeel van fotograaf zijn: daar zit je dan met die stapel foto’s van je ex-vriendin, het is een dubieuze inspiratiebron geworden. Dat is een aspect dat mij irriteert en daar moet je dan mee verder. Toch is weemoed en nostalgie ook weer het mooie van de fotografie.
HH: Denk je dat er een ultiem beeld van de liefde mogelijk is?
PK: Nee, dat bestaat niet. De zoektocht naar het ultieme beeld eindigt altijd in een serie. Een ultieme foto is waarschijnlijk een hele persoonlijke foto waar ik eigenlijk weer een hekel aan heb. Dat is een foto uit een bepaald jaar, een bepaalde tijd, een bepaald moment. Verbonden met een mooie tijd van liefde en de registratie van een moment. Die foto blijft in mijn archief.
HH: Dus die foto bestaat wel, maar behoort niet tot je werk. Die foto is een ultiem beeld omdat hij verbonden is met een ervaring en niet met het beeld zelf. Een werk kan nooit alleen over liefde gaan.
PK: Misschien de serie die Daan van Golden over zijn dochter maakte. De liefde vertaalt zich dan in een obsessieve reeks. Fotografie is niet zo geschikt om een beeld van de liefde te geven. In films en boeken gaat het vaker om de liefde. In een film wordt je meegetrokken in een verhaal dat anderhalf uur duurt. Als je als kunstenaar verliefd bent en je denkt ‘daar ga ik werk over maken’ is dat in al z’n diepte veel te plat.
HH: Je verzamelt naaktfoto’s van amateurs. Waarom die je dat?
PK: Het gaat mij om de studie. Ik zoek beelden op die op mijn werk lijken. Het is een soort schaduwverzameling. Porno interesseert me niet, dat slaat alles dood. Polaroids zijn mijn favoriete foto’s want een polaroid is privé en wordt echt stiekem gemaakt. De schaduwverzameling heeft met herkenning te maken. De ranzigheid vind ik interessanter dan de liefde. Het zijn twee uitersten waarbinnen de onsmakelijke kant bijna recht tegenover de liefde staat.
HH: Als thema bestaat liefde dus niet. Niet als onderwerp van onderzoek in de beeldende kunst?
PK: Misschien is het ultieme werk over liefde wel een foto van Nan Goldin. Zij neemt zelfportretten als uitgangspunt dus dan is er niet die afstand. Maar een liefdevolle foto van haar vergeet je snel, het is vaak een te bekend beeld. Maar de foto waarop ze zichzelf fotografeert met een blauw geslagen oog, door haar geliefde, vergeet je nooit meer. Ja, die autobiografische blik, dat is mannen nooit gelukt. Ze hebben er ook nooit naar gezocht. Ze houden van die afstand. Mannen kunnen geen liefdesfoto’s maken.
HH: Toch is de serie Hunting and Fishing superromantisch.
PK: Ja, het zijn een soort ultieme liefdesfoto’s: speels achter elkaar aanrennen, als nimfen in de natuur. Zo heb ik ongemerkt toch een soort liefdesfoto’s gemaakt. Binnen het oeuvre is dit mijn meest ironische werk. Alles is aangedikt. Het gaat ook over stiekem kijken. Kijken en wegkijken en dat is net als een flirt.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in mister Motley #8, De jacht naar liefde (p.26-29)












