« vorige | volgende »
De stem van Diane Arbus



Je grote held ontmoeten is altijd een tricky bezigheid want een echte held kan eigenlijk niet verder stijgen en dus alleen naar beneden vallen. Toch was ik blij dat een vriend en kaartje voor me had voor een avond over Diane Arbus in de Balie waar een dialezing van haar te horen zou zijn. Dichterbij Arbus kun je niet meer komen.  

De lezing uit 1970 is samengesteld uit drie audio opnamen alhoewel zo’n 95 procent van een lezing op een academie komt. In de eerste minuten is het donker, en horen we alleen haar wat instabiele stem. Haar stem is fragiel met af en toe een vreemde giechelende lach. Dan komen de beelden. De serie begint met foto’s uit kranten en tijdschriften die ze bewaarde (bijna allemaal op een slordige manier gescheurd): een orkaan boven een vlak woestijnlandschap, een stel waarvan de vrouw je aankijkt (en die op haar eigen foto’s lijkt), een stel dat op een bank zit, niet wetend dat ze even later vermoord zullen worden. Arbus vertelt over de foto als dat vreemde moment in de tijd dat heen en weer pendelt tussen toen en nu. Dan twee foto's' naast elkaar van twee zwarte mannen, lookalikes, waarvan de linker ten onrechte in de gevangenis heeft gezeten omdat hij verwisselt werd met de rechter. Maar de jongens zien er zo anders uit dat het onmogelijk lijkt om ze te verwarren. Een foto van Joodse mensen met de handen omhoog tegen een muur, het moment voor ze worden weggevoerd. Een foto van een man die een man zonder armen en benen draagt, met de tekst: I'am zo happy, even without legs and arms.

Een man en een vrouw op en grasveld, het doen Arbus denken aan haar ouderlijk huis, ze was opgegroeid in een rijke familie. Ze voelde zich bevoorrecht. Deze foto’s uit kranten en tijdschriften waren haar referentie, geen andere kunstenaars.

Dan haar eigen foto’s, ze giechelt weer, als een jong meisje. In ons leven wachten we vaak op de ommekeer, op het moment dat het lot zich tegen ons keert, een ongeluk ligt altijd op de loer, maar bij mensen die als dwerg geboren zijn, als een reus of andere opzichten dat ‘anders zijn’ met zich meedragen, bij deze groep mensen was dit noodlot er al vanaf hun geboorte en dat maakt hen op een bepaalde manier ook vrijer, zonder verwachtingen. Diane Arbus maakt ook foto’s in opdracht van de tijdschriften maar vrijwel volgend op haar voordracht. Ze gaat naar specifieke plekken zoals het nudistenkamp waar ze twee weken verblijft en maakt er foto’s met toestemming van alle mensen daar. Terwijl ze de foto’s van dit nudistenkamp laat zien, zoals een naakte serveerster met een schortje voor (onschuld en porno tegelijk) lacht de zaal uitbundig. Arbus lacht even kort mee maar begrijpt ook hun lachen niet.

In een tearoom, zegt ze tegen haar metgezel, o ik moet deze dames even fotograferen.
De ontmoeting stond centraal, vaak kwam ze met 1 foto terug, als herinnering. Ze kon goed contact maken omdat ze echt geïnteresseerd was in de ontmoeting met deze mensen, ze wilde alle mensen leren begrijpen. Ze zoekt de plekken waar ze foto’s kan maken, ze verblijft een week of twee in een tehuis voor mentaal gehandicapten. Ze gaat naar een bepaalde plek, zoals het park waar ze de verschillende mensen die daar rondlopen, op bankjes zitten, een lesbisch stel. Een pro war demonstratie.

Ze gaat naar een bijeenkomst van tweelingen waar ze het beroemde portret van de tweeling maakte, een eeneiig maar er zijn kleine verschillen, een heeft grotere handen. Neil Selkirk vertelt later dat een foto een samenwerking is tussen Arbus en de geportretteerden en dat ze nooit een foto zou publiceren tegen de zin van deze mensen in. Er is op geen enkele manier exploitatie. Mensen willen graag op de foto. De tweeling kwam bij een boekpresentatie langs en signeerden de boeken, trots op hun foto. Voor het meisje met de schort in het nudistenkamp was deze foto aanleiding om tegen haar ouders te zeggen dat ze niet meer in dit kamp wilde blijven wonen, ja de foto mocht op de tentoonstelling komen want het markeerde voor haar het moment, de beslissing.

Diane Arbus staat in haar opvattingen tegenover Susan Sontag, die vindt dat het voor veel mensen ‘onwaardig’ is om hen op de foto te zetten. Diana Arbus omhelst de hele wereld en maakt iedereen belangrijk juist door ze op de foto te zetten, ze laat iedereen zien, ze brengt verborgen werelden naar buiten. Een foto ontstaat vanuit een samenwerking: er gebeurt iets tussen haar en de gene die ze fotografeert, ze kijken niet naar de camera maar naar haar. En daardoor kijken ze de toeschouwer ook zo direct aan.

In iedere foto valt alles precies op zijn plek. Arbus vertelt dat ze niet alles overziet op het moment van maken, het is een intuïtie. En uit zowel haar ‘lezing’ als de toelichting van de twee direct betrokkenen blijkt dat de magie van de foto’s voortkomt uit haar talent om mensen te ontmoeten. En ik realiseer me wat een groots talent het is om zo goed contact te kunnen maken.

Selkirk gaat in op het woord freaks, het woord freaks kom je in allerlei teksten over haar werk tegen, zij gebruikt het exclusief voor mensen met een lichamelijke afwijking die ze op een kermis of circus tentoonstellen, voor een hele kleine groep in haar oeuvre. Het ging haar er juist om iedereen als mens te zien, het woord freaks benadrukt eigenlijk het tegenovergestelde.

Vraag je af wat de Diana Arbus in 2012 gefotografeerd zou hebben?! Hoe zou de wereld van nu door de ogen van Arbus eruit hebben gezien.

Bij deze avond waren Jeff Rosenheim (curator fotografie van The Metropolitan Museum of Art) en Neil Selkirk (fotograaf en exclusieve fotoprinter voor The Estate of Diane Arbus LLC) aanwezig voor een toe;ichting en het beantwoorden van vragen.



| | | tag - De Balie, Diane Arbus | laat een reactie achter
Plaats een reactie
Je email zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden.
Verplichte velden zijn gemarkeerd *