De wandelaar vertrekt vanuit Marres Maastricht
In de trein naar Maastricht kan ik mijn ogen niet van het voorbijtrekkende landschap afhouden, de gloedvolle herfstkleuren schieten voorbij, net als dampende rivieren en weidevelden met optrekkende nevel, mijn boek valt bij gebrek aan aandacht op de grond. In de lange metalen buis van de trein kijk ik door het glas naar het landschap. Afgescheiden van het landschap vlieg ik er door heen. Ik ben de tegenhanger van de wandelaar.
In 1991 schreef Frank Lubbers een artikel over de lange traditie van het landschap in de kunst waarin hij zich de vraag stelt: ‘maar bestaat er buiten de kunst wel zoiets als een betekenisvol landschap?’ Er moet een moment zijn geweest dat de boer om zich heen keek en ondanks het nuttige en vanzelfsprekende van het landschap opeens ook de schoonheid ervan besefte. Of een herinnering hem een betekenis aanreikte. Want het besef van het landschap is niet aangeboren maar een cultuurverschijnsel. De consequentie hiervan is dat het landschap in feite niet kan bestaan zonder waarnemer, of zonder iemand die zich het landschap tenminste kan voorstellen, zoals de kunstenaar. Bij de indeling nature-culture valt het landschap ontegenzeggelijk in de categorie cultuur. De tekst van Lubbers laat zien dat in de kunst het landschap aanvankelijk een manier was om de lege plekken op te vullen, maar dat het moderne landschap een uitvinding van de romantiek is, waar de natuur als iets mysterieus tussen ons en god in zweeft. ‘Iedere tijd ziet zijn eigen landschappen en het landschap dat zijn wij zelf.’

Het programma ‘Landschap in Perspectief’ in Marres in Maastricht begint zijn reeks met de wandelaar, met de mens die in direct contact met de natuur is. ‘Het landschap is immers de expressie van de interactie tussen de mens en zijn leefomgeving. Een wisselwerking die wordt gevoed door een maatschappelijke visie op de wereld en de wijze waarop deze in de loop van de tijd is getransformeerd.’ Opnieuw: Het landschap dat zijn wij zelf.
De tentoonstelling van curator Nils van Beek dient als inleiding op vijf wandelroutes die in de nabije toekomst in boekjes worden gepubliceerd en waarin verschillende zienswijzen op het landschap centraal staan. Het eerste Wanderbuch is beeldschoon vormgegeven als een soort schrift met een zacht huidkleurachtig roze kaft en afgeronde hoeken. Met dit boekje in de hand kun je een wandeling maken in Limburgs en Duits landschap en lezen over de traditie van de ambachtsgezellen die in het verleden rondtrokken om op verschillende plaatsen te leren.
De tentoonstelling kent bijdragen van Delphine Bedel, Wineke Gartz, Katja van Driel, Begoña Muñoz, Robin Pourbaix en Bas Princen.
Veel extra informatie is op grote borden geschreven die op de deuren zijn gespijkerd.
Die borden bieden veel opmerkelijke informatie, zoals over de eerste parken vaan Sporthuis Centrum in Lommerbergen waar gezinnen konden genieten van korte vakanties in de natuur, het begin van de democratisering van het toerisme. De modernistische bungalows waren een ontwerp van architecten Broek en Bakema.
Of over het steuncomité voor gebieduitbreiding: Eisch Duitse Grond. Na de tweede wereldoorlog zagen sommige mensen hier een gerechtvaardige genoegdoening in.
Er wordt gekeken naar de wandelaar als pelgrim of als toerist. De publicatie van de wereld is volledig, met name door Google earth, wat valt er nog te ontdekken? Innerlijke waarden misschien? De pelgrim die al wandelend door het landschap dichter bij zichzelf komt. En daarmee tegengesteld is aan de toerist die juist afleiding en spektakel zoekt, geen verdieping maar verstrooiing.
Wineke Gartz maakte en diapresentatie van haar familie die jaarlijks , bijna als een pelgrimage bij elkaar komt, vol kleine observaties, glanzende bedel's, auto’s en verlichte kerstbomen. Vanuit verschillende bronnen bouwt ze haar presentatie op. Hun eigen familiewandeling wordt op de informatiedeuren vergeleken met een processie.
De presentaties die vertrekken vanuit het Limburgs landschap en van daar uit in hun specifieke voorbeelden iets groters laten zien zijn wat mij betreft het meest geslaagd.
Marres, Centrum voor Contemporaine Cultuur
Capucijnenstraat 98
6211 RT Maastricht
telefoon: +31 (0)43 3270207
Openingstijden:
Woensdag t/m zondag tussen 12:00 en 17:00 uur.











