Hollandse Meesters op de KABK: Philip Akkerman

Tijdens het Studium Generale op de KABK in Den Haag sprak Michiel van Nieuwkerk met vier Hollandse meesters over hun studietijd, de totstandkoming van hun kunst en het huidige politieke klimaat. Het Studium Generale wordt georganiseerd door Hanne Hagenaars.
Philip Akkerman
‘Wat ik prettig vind aan kunst is dat niets hoeft. Qua inhoud en vorm is kunst grenzeloos, je kunt er niemand kwaad mee doen; kunst is volledig anarchistisch. Ik ben een dorpsjongen. Alle uurtjes die in mijn jonge jaren gedood moesten worden, bracht ik niet door op de hoek van de straat, maar aan tafel; tekenend. Ik wist wat ik wilde doen na de middelbare school: meer tekenen. Op de Haagse kunstacademie heb ik eigenlijk weinig geleerd. Praten over kunst, dat heb ik er geleerd, al sluit ik me niet aan bij de ideologie die heerst op kunstacademies. Opvallend aan de opleiding was dat er zo weinig mocht, ik mocht niet klassiek schilderen en ook geen zelfportretten maken. Ook leerde ik daar dat portretten niet meer van deze tijd zijn en het geen brood op de plank zou opleveren. Op dat moment had ik bij de pakken neer kunnen gaan zitten, maar ik ben eigenwijs. Ik geloofde er in. Realiteit en haalbaarheid zijn ook belangrijk voor mij, net als eerlijkheid en echtheid. Dat zijn woorden die ik graag aan kunst verbind, niet actualiteit of integriteit. [hiermee verwijst Akkerman naar de kunstacademie –red.]. Na mijn studie heb ik een vijfjarig stappenplan geschreven voor mijn carrière als portretschilder. Zou er na die vijf jaar geen lichtpuntje zijn geweest, dan had ik het roer omgegooid. In mijn stappenplan kwam het aanvragen van subsidie niet voor. Subsidies en kunst gaan niet hand in hand, al helemaal omdat je enkel subsidie krijgt wanneer je goed kunt zwetsen. Kunstenaars die hun werk van begin tot einde kunnen onderbouwen zijn doorgaans niet de beste. Ik kan mijn eigen werk niet geheel duiden. Het ontstaat uit intuïtie en vloeit niet voort uit mijn intellect. Dat intuïtieve is een draaiende motor, die nooit stopt.
Ik ben heel moe: kunst gaat altijd door en ontwikkelt zich continu. Zo rol ik van het ene in het andere schilderij. Inmiddels heb ik ontzettend veel werk gemaakt. Niet allemaal meesterwerken, dat is onmogelijk. Sommige dagen produceer ik alleen bagger. Die slechte werken worden bewaard, omdat ik het laf vind om werk te vernietigen. Kunstenaars die hun werk vernietigen worden door sommigen als heroïsch beschouwd, maar ik vind het een even groot talent goed werk te herkennen.’

Hollandse Meesters zijn 15 minuten durende filmportretten die hedendaagse Nederlandse kunstenaars aan het werk tonen, gezien door de ogen van gerenommeerde filmmakers. In deze serie zijn portretten gemaakt van onder andere Philip Akkerman, Natasja Kensmil, Paul Kooiker, Berend Strik. Tijdens het Studium Generale werd eerst het filmportret getoond en vervolgens interviewde Michiel van Nieuwkerk de betreffende kunstenaar.
De gesprekken zijn opgetekend door Heske ten Cate












