Het buitenverblijf van Burl Marx
Op zoek naar de tuin van Burl Marx
door Hanne Hagenaars en Ernst van der Hoeven

Op zoek naar de goede bus is een enorme klus. Iedereen is zeer behulpzaam, dat is het punt niet, de aanwijzingen zijn goed bedoeld maar tegenstrijdig en altijd in breedsprakig Portugees. Waarbij de duim omhoog steeds goede moed geeft. We zijn op weg naar de Sito de Burl Marx, het buitenverblijf van Robert Burl Marx, de landschapsarchitect en kunstenaar die verantwoordelijk is voor het bewegelijke straatbeeld van Rio de Janeiro. Hij kocht in 1949 een voormalige bananenplantage die hij in de loop van zijn leven transformeerde in een fantastische tuin.
Op maandag zijn alle musea dicht maar volgens de gids (Rough Guide) is deze hemelse plek alle dagen van de week open. Voor de zekerheid even gebeld maar wat zegt die vrouwenstem in het Portugees nu precies?


De bus rijdt niet langs de legendarische kustweg, zoals de gids aangeeft maar richting Sao Paulo, door het suburbia van industrie en favela’s en kale verdorde bergen hobbelen we maar door. Medepassagiers steken hun duim omhoog ten teken dat we echt in de goede bus rijden. Ergens in een onbeduidend plaatsje moeten we overstappen en na zo’n drie kwartier kunnen we verder, hangend aan een lus in een rammelbus. Toch stopt de bus precies voor de entree, een gesloten hek met een guard. Maandag gesloten. Een perskaart opent zelfs dikke hekken met hangsloten en na drie tussenpersonen zitten we tegenover de directeur aan zijn bureau. Journalisten uit Holland, kennen jullie Rem Koolhaas? Ja natuurlijk kennen we die. Hij was een paar dagen gelden op bezoek. De directeur Roberio Dias heeft elf jaar met Burl Marx samengewerkt en weet veel over hem.


Zijn liefde voor planten begon met zijn moeder die rozen kweekte. In zijn jeugd verbleef Marx met zijn familie in Berlijn om te genezen van een zeldzame oogziekte. In de Botanische tuin van Berlijn raakte hij in de ban van de exotische flora uit Brazilië en ontdekte de ene kleurrijke prachtige plant na de andere die hij nog nooit van eerder had gezien. Terug in Brazilië startte hij een ware odyssee om de planten op te speuren en in kaart te brengen. Op de site is een ook expositie met schilderijen van Burl Marx, veel mensen weten niet dat hij in de eerste plaats schilder was en je kon hem enorm boos maken door zijn schilderwerk niet serieus te nemen. Een hobby? Furieus werd hij dan. Zijn eerste schilderijen waren figuratief, later stapte hij over op abstractie, want dat gaat sneller. Daarnaast was hij verzamelaar van alles: keramiek, schelpen, heiligenbeelden. Hij scheen ook erg goed te kunnen koken en organiseerde regelmatig diners bij hem thuis voor zijn talrijke vrienden uit de kunstwereld.


Zo vertelt de directeur verder, een parabel rondom Isfahan, over het goede karakter van Marx, over hoe iedereen hem altijd hielp, over alle ruzies die hem toch eenzaam maakten. De slaap en hitte is soms sterker dan wij. Terwijl ik wegdommel en mijn hoofd naar voren zak hoor ik hoe Ernst nog wat murmelt over Marx' relatie met Niemeijer. We blijven uiteindelijk bij de les en veinzen de serieuze journalist.


Als we opstaan en ik denk dat we nu misschien toch eindelijk de tuin in mogen vertelt Roberio over zijn visioen voor de toekomst aan de hand van een kaart uit 1976. Een kabelbaan naar het museum voor volkskunst dat hier kilometers verder op ligt, een aquarium, een vlinderhuis, een parkeerplaats voor 12 bussen, een behandelcentrum voor slangenbeten want ook al is er al in geen twintig jaar meer iemand gebeten, je kunt niet voorzichtig genoeg zijn, een ballenbak voor kinderen en natuurlijk een shopping centre.
door Hanne Hagenaars en Ernst van der Hoeven
Op zoek naar de goede bus is een enorme klus. Iedereen is zeer behulpzaam, dat is het punt niet, de aanwijzingen zijn goed bedoeld maar tegenstrijdig en altijd in breedsprakig Portugees. Waarbij de duim omhoog steeds goede moed geeft. We zijn op weg naar de Sito de Burl Marx, het buitenverblijf van Robert Burl Marx, de landschapsarchitect en kunstenaar die verantwoordelijk is voor het bewegelijke straatbeeld van Rio de Janeiro. Hij kocht in 1949 een voormalige bananenplantage die hij in de loop van zijn leven transformeerde in een fantastische tuin.
Op maandag zijn alle musea dicht maar volgens de gids (Rough Guide) is deze hemelse plek alle dagen van de week open. Voor de zekerheid even gebeld maar wat zegt die vrouwenstem in het Portugees nu precies?
De bus rijdt niet langs de legendarische kustweg, zoals de gids aangeeft maar richting Sao Paulo, door het suburbia van industrie en favela’s en kale verdorde bergen hobbelen we maar door. Medepassagiers steken hun duim omhoog ten teken dat we echt in de goede bus rijden. Ergens in een onbeduidend plaatsje moeten we overstappen en na zo’n drie kwartier kunnen we verder, hangend aan een lus in een rammelbus. Toch stopt de bus precies voor de entree, een gesloten hek met een guard. Maandag gesloten. Een perskaart opent zelfs dikke hekken met hangsloten en na drie tussenpersonen zitten we tegenover de directeur aan zijn bureau. Journalisten uit Holland, kennen jullie Rem Koolhaas? Ja natuurlijk kennen we die. Hij was een paar dagen gelden op bezoek. De directeur Roberio Dias heeft elf jaar met Burl Marx samengewerkt en weet veel over hem.
Zijn liefde voor planten begon met zijn moeder die rozen kweekte. In zijn jeugd verbleef Marx met zijn familie in Berlijn om te genezen van een zeldzame oogziekte. In de Botanische tuin van Berlijn raakte hij in de ban van de exotische flora uit Brazilië en ontdekte de ene kleurrijke prachtige plant na de andere die hij nog nooit van eerder had gezien. Terug in Brazilië startte hij een ware odyssee om de planten op te speuren en in kaart te brengen. Op de site is een ook expositie met schilderijen van Burl Marx, veel mensen weten niet dat hij in de eerste plaats schilder was en je kon hem enorm boos maken door zijn schilderwerk niet serieus te nemen. Een hobby? Furieus werd hij dan. Zijn eerste schilderijen waren figuratief, later stapte hij over op abstractie, want dat gaat sneller. Daarnaast was hij verzamelaar van alles: keramiek, schelpen, heiligenbeelden. Hij scheen ook erg goed te kunnen koken en organiseerde regelmatig diners bij hem thuis voor zijn talrijke vrienden uit de kunstwereld.
Zo vertelt de directeur verder, een parabel rondom Isfahan, over het goede karakter van Marx, over hoe iedereen hem altijd hielp, over alle ruzies die hem toch eenzaam maakten. De slaap en hitte is soms sterker dan wij. Terwijl ik wegdommel en mijn hoofd naar voren zak hoor ik hoe Ernst nog wat murmelt over Marx' relatie met Niemeijer. We blijven uiteindelijk bij de les en veinzen de serieuze journalist.
Als we opstaan en ik denk dat we nu misschien toch eindelijk de tuin in mogen vertelt Roberio over zijn visioen voor de toekomst aan de hand van een kaart uit 1976. Een kabelbaan naar het museum voor volkskunst dat hier kilometers verder op ligt, een aquarium, een vlinderhuis, een parkeerplaats voor 12 bussen, een behandelcentrum voor slangenbeten want ook al is er al in geen twintig jaar meer iemand gebeten, je kunt niet voorzichtig genoeg zijn, een ballenbak voor kinderen en natuurlijk een shopping centre.












