ARCHIEF
Syd Mead
door Ronald van Tienhoven
Los Angeles, november 2019. Een onafzienbaar stedelijk landschap duikt op uit het zwart, maar dat zwart blijft aan alles kleven, de hele film lang. De filmkijker vliegt over een zee van lichtpuntjes onderbroken door hoge schoorsteenpijpen waaruit gigantische vlammen braken. Is dit een stad? Vanuit dit perspectief herinnert het Los Angeles van 2019 aan olieraffinaderijen in een hightech hel. Even duikt een oog op waarin de vlammen worden weerspiegeld. De filmkijker vliegt verder en daalt tenslotte af naar een immens gebouwencomplex: de Tyrell Corporation. De vlucht eindigt in een rokerig kantoor waar ventilatoren traag hun rondjes draaien.
Blade Runner werd geproduceerd in 1981-82, de film speelt in 2019. Er liggen dus slechts 37 jaar tussen het Los Angeles van palmbomen en azuurblauwe zwembaden en het apocalyptische Los Angeles van ontwerper Syd Mead. Ik stel mij hem anno 1981 voor in een zonnige studio, uitkijkend over een azuurblauw zwembad terwijl hij een inktzwart beeld schetst van het Los Angeles anno 2019. In de aftiteling van deze cultfilm wordt hij omschreven als ‘visual futurist’. Hoever reikt deze functie? Tot het jaar 2019? Tot het jaar 20019? Het is een wezenlijke vraag: hoever reikt het voorstellingsvermogen van de mens om een beeld van zijn eigen toekomst te schetsen?
De Engelse schrijver J.G. Ballard komt in een van zijn essays tot de conclusie dat sciencefictionfilms het eigenlijk niet van ‘future visions’ moeten hebben om iets over de toekomstige staat van de menselijk soort te kunnen openbaren. De uitdaging ligt volgens hem in de psychologie van de karakters, kortom in ‘la condition humaine’ die zich verhoudt tot ruimtes, landschappen en schijnbaar onbeduidende details, die zich zowel in het nu als in de toekomst kunnen afspelen.
Het Los Angeles van Blade Runner is een zéér voorstelbare hybride wereld van hightech afgewisseld door rommelmarkten en gaarkeukens die zo uit India geteletransporteerd lijken te zijn. Een oude wereld schurkt tegen een nieuwe, en overal zijn het de schaduwen die de overgang tussen die twee werelden verhullen. In die schaduwen speelt het menselijk drama zich af.
Syd Mead is in dat opzicht een briljante visionair die begrijpt dat het niet alleen maar gaat om het ontwerpen van sensationele toekomstwerelden. Hij brengt de toekomst in het perspectief van de hedendaagse samenleving, die reeds alle elementen in zich herbergt van vervreemding en verbijstering. Een handig voordeel is wel dat de ontwerper/architect van sciencefictionwerelden zich niets hoeft aan te trekken van de weerbarstigheid van de hedendaagse bouwpraktijk. Zijn virtuele gebouwen kunnen tot in de hemel reiken, de structuur van zijn gedroomde stad is eindeloos complex, en alles is onderhevig aan een dynamisch beeld van de toekomst. En toch zit er ergens een rem bij de productie van sciencefictionfilms, een besef dat er grenzen zijn aan het bouwen van de meest sensationele omgevingen.
Het vrije werk van hedendaagse visual futurists als Syd Mead, of van de architect en ontwerper Lebbeus Woods (Alien 3) gaat veel verder dan wat zij temidden van regisseurs, producenten en scenaristen tot stand brengen. Syd Mead heeft fantastisch werk verricht voor Blade Runner door de intelligentie waarmee de sprawl van het multiculturele Los Angeles van nu wordt afgezet tegen een toekomstig Los Angeles zoals regisseur Ridley Scott en zijn team voor ogen stond. Hierdoor krijgt de ontwikkeling van verhaallijn en hoofdrolspelers evenveel ruimte als de opzienbarende stedelijke ruimte en de geavanceerde technologie.
www.sydmead.com
Los Angeles, november 2019. Een onafzienbaar stedelijk landschap duikt op uit het zwart, maar dat zwart blijft aan alles kleven, de hele film lang. De filmkijker vliegt over een zee van lichtpuntjes onderbroken door hoge schoorsteenpijpen waaruit gigantische vlammen braken. Is dit een stad? Vanuit dit perspectief herinnert het Los Angeles van 2019 aan olieraffinaderijen in een hightech hel. Even duikt een oog op waarin de vlammen worden weerspiegeld. De filmkijker vliegt verder en daalt tenslotte af naar een immens gebouwencomplex: de Tyrell Corporation. De vlucht eindigt in een rokerig kantoor waar ventilatoren traag hun rondjes draaien.
Blade Runner werd geproduceerd in 1981-82, de film speelt in 2019. Er liggen dus slechts 37 jaar tussen het Los Angeles van palmbomen en azuurblauwe zwembaden en het apocalyptische Los Angeles van ontwerper Syd Mead. Ik stel mij hem anno 1981 voor in een zonnige studio, uitkijkend over een azuurblauw zwembad terwijl hij een inktzwart beeld schetst van het Los Angeles anno 2019. In de aftiteling van deze cultfilm wordt hij omschreven als ‘visual futurist’. Hoever reikt deze functie? Tot het jaar 2019? Tot het jaar 20019? Het is een wezenlijke vraag: hoever reikt het voorstellingsvermogen van de mens om een beeld van zijn eigen toekomst te schetsen?
De Engelse schrijver J.G. Ballard komt in een van zijn essays tot de conclusie dat sciencefictionfilms het eigenlijk niet van ‘future visions’ moeten hebben om iets over de toekomstige staat van de menselijk soort te kunnen openbaren. De uitdaging ligt volgens hem in de psychologie van de karakters, kortom in ‘la condition humaine’ die zich verhoudt tot ruimtes, landschappen en schijnbaar onbeduidende details, die zich zowel in het nu als in de toekomst kunnen afspelen.
Het Los Angeles van Blade Runner is een zéér voorstelbare hybride wereld van hightech afgewisseld door rommelmarkten en gaarkeukens die zo uit India geteletransporteerd lijken te zijn. Een oude wereld schurkt tegen een nieuwe, en overal zijn het de schaduwen die de overgang tussen die twee werelden verhullen. In die schaduwen speelt het menselijk drama zich af.
Syd Mead is in dat opzicht een briljante visionair die begrijpt dat het niet alleen maar gaat om het ontwerpen van sensationele toekomstwerelden. Hij brengt de toekomst in het perspectief van de hedendaagse samenleving, die reeds alle elementen in zich herbergt van vervreemding en verbijstering. Een handig voordeel is wel dat de ontwerper/architect van sciencefictionwerelden zich niets hoeft aan te trekken van de weerbarstigheid van de hedendaagse bouwpraktijk. Zijn virtuele gebouwen kunnen tot in de hemel reiken, de structuur van zijn gedroomde stad is eindeloos complex, en alles is onderhevig aan een dynamisch beeld van de toekomst. En toch zit er ergens een rem bij de productie van sciencefictionfilms, een besef dat er grenzen zijn aan het bouwen van de meest sensationele omgevingen.
Het vrije werk van hedendaagse visual futurists als Syd Mead, of van de architect en ontwerper Lebbeus Woods (Alien 3) gaat veel verder dan wat zij temidden van regisseurs, producenten en scenaristen tot stand brengen. Syd Mead heeft fantastisch werk verricht voor Blade Runner door de intelligentie waarmee de sprawl van het multiculturele Los Angeles van nu wordt afgezet tegen een toekomstig Los Angeles zoals regisseur Ridley Scott en zijn team voor ogen stond. Hierdoor krijgt de ontwikkeling van verhaallijn en hoofdrolspelers evenveel ruimte als de opzienbarende stedelijke ruimte en de geavanceerde technologie.
www.sydmead.com







