ARCHIEF

Maaike van der Linden



MM: Kun je jouw studio beschrijven?

MvdL: Ik zit langs het spoor en kijk uit op het Lloyd Hotel en de SBS 6 studio’s. Het gebouw heet Petersburg en is een broedplaats. Spiksplinternieuw gebouw eigenlijk met grote lichte studio’s. Het is jammer dat ze hebben bezuinigd op de lift en warm water want die zijn er niet. Iedereen die groot werk maakt moet het daarom demontabel kunnen maken om het via het smalle trappengat naar beneden te sturen. Voorlopig baseer ik het maximale formaat van mijn doeken op de draai van het trappenhuis (2 m x 1.80m gaat net). Mocht het toch groter worden dan kan het werk altijd nog via de grote raamschuiven de lange weg naar beneden maken. 

In mijn studio ligt alles ergens op een vaste plek. Voor het geval dat ik uit de studio weg moet, zijn deze plekken provisorisch-mobiel. Achteraf gezien is dat een denkfout. Ik zit hier inmiddels bijna vijf jaar waarvan ik alleen de laatste drie jaar iedere keer bijna weg moet. In mijn volgende atelier zal ik alles direct super vast en zeker neerzetten, met planken en ingebouwde kasten.

Het is een mooi atelier. Zo’n 33 vierkante meter. Licht. En met mooi weer heb ik alle ramen open en waait de wind naar binnen. Daar houd ik van, wind die binnenwaait. Buiten houd ik wat minder van wind, maar dat zou ik minder hebben als ik er niet zo vaak tegenin hoefde te fietsen.

Er ligt oud zeil op de vloer getaped die inmiddels bezaaid is met verf. Tegen de wanden hang ik mijn kwasten en een groot deel ligt in kisten en dozen, net als de verfpotten en tubes. Die liggen op de grond, in blikken en dozen, en op een tafel op wielen. Wanneer ik aan het werk ben, leg ik de spullen die ik nodig denk te hebben op de rollende tafel. Uiteindelijk belandt alles weer op de grond. Terwijl ik werk kijk ik graag omhoog, tegen het werk op.

Mijn atelier heeft grote witte wanden. Twee daarvan gebruik ik om te werken, één om werk in plat te staren vanuit mijn denkstoel, en één voor opslag. Één keer in de zoveel tijd wit ik de werkmuren weer wit. In het midden staat een grote plank op schragen voor het kleinere werk en tegen het raam staat een tafel voor de computer. Langzaamaan begint mijn atelier te klein te worden. Het dubbele zou ideaal zijn, ik ben op zoek gegaan.


MM: Heb je een (dagelijkse) routine in de studio, en hoe ziet deze er dan uit?

MvdL: Meestal begin ik met e-mails en koffie. Ik houd van ontbijten, groot ontbijten. Het liefst iedere dag met eieren. Daarmee kan ik de hele dag door en hoef ik niet aan lunch of supermarkten te denken. Ik handel eerst al het schrijfwerk af: voorstellen, aanvragen, opdrachten en plannen. Of ik werk er tot het begin van de middag aan. Dan stop ik en maak ik een lijst met wat er nog gedaan moet worden later op de avond of de volgende ochtend. Daarna ga ik fysiek aan de slag. Schilderen. Meestal twee doeken tegelijk zodat ik verder kan met het tweede doek terwijl ik moet wachten tot de laatste laag droger is. Tussen de lagen in maak ik foto's van het werk zodat ik later kan zien wat ik precies gedaan heb. Tussendoor werk ik aan kleinere werken op papier of hardboard en maak ik tekeningen. Vaak zijn het schetsen en proeven waar weer een nieuwe serie werken uit voortkomt. Er zijn ook dagen dat ik alleen maar lees en op zoek ben naar alles wat me te binnen schiet of juist niet. Op het moment lees ik Against interpretation & essays van Susan Sontag, alles van Slavoj Žižek, en De woorden en de dingen van Michel Foucault. Wanneer ik een werk geruïneerd heb maar het nog niet helemaal zeker weet ga ik ter afleiding ook weleens TED lezingen bekijken. De lezingen op RSA animate zijn vaak ook heel mooi, die worden getekend terwijl er gesproken wordt.

Als de lucht te dik wordt met terpentine loop ik een rondje en ga ik koffie verkeerd halen. Soms lees of schrijf ik daar ook een beetje verder, vooral als de walmen meer tijd nodig hebben. Schilderen is soms net een schaakspel. Je bent de hele tijd bezig de afweging voor de volgende zet te bepalen. Terwijl het soms juist beter is in de aanval te gaan zonder dat je precies weet hoe je het later zal moeten oplossen. Voor de rest maakt staren naar het werk meestal het einde van de dag op. Voordat ik naar huis ga verander ik nog iets op het doek, wat ik die dag helemaal niet meer bekijk, dat is voor de volgende dag. Alhoewel ik meestal wel even een foto maak voor het geval ik later toch wil kijken, of voor de frisse blik van iemand anders. Ik werk nog even achter de computer of ik google in het wilde weg naar alles wat ik tegen kom. Voordat ik wegga dans ik. Op Sean Paul, Spank rock, iets in die richting. Ik ben een beetje bang dat de mensen in de flatgebouwen tegenover mij me kunnen zien, maar daardoor doe ik ook weer extra mijn best.


MM: Wat voor muziek draai je als je aan het werk bent?

Van alles door elkaar. Sean Paul, M.I.A, Dizzee Rascal, Gnarls Barkley staat ook op de playlist, the Streets,
Snoop Dog, Spank Rock, Eminem, Poseman, staat er ook op. Fergilisious! En alles waar je een beetje clowning en krumping op zou kunnen toepassen. Dit is trouwens allemaal voor tegen het einde van de werkdag. Om mee te beginnen luister ik naar interviews op de radio,bijvoorbeeld het programma De Avonden. The National had ik de laatste tijd ook veel op staan, Violent Femmes, Nina Simone, Miles Davis, Argentijnse Tango, Flamenco, Samba, María Dolores Pradera, veel Latin ook dus. En gevangenis blues van Alan Lomax, nog meer blues, en bluegrass. Pixies, Frank Black, Catpower, Blondie, Roosbeef. Chopin, Bach, Schubert, Beethoven hebben zo ook een favoriet tijdsbestek. En ik luister veel naar de radio. Het is een goede filter. Soms werkt het beter om muziek juist te negeren en dezelfde plaat honderd keer te draaien tot het werk af is. Als ik me voor geluid afsluit kan ik me soms beter concentreren. Radio is daar ook goed voor: gepraat en muziek, discussies, muziek, en mensen die bellen omdat ze zich ergens aan irriteren en de radiomaker die probeert zich niet te irriteren aan de mensen die bellen.

MM: Heb je speciale kleding voor als je aan het werk bent, en hoe ziet dat eruit?

MvdL: Gepersonaliseerde blauwe overalls, een verjaardagscadeau van mijn broer. Hij heeft in blokletters VANDER op de borstzak geborduurd. En alles wat gaten heeft en toch nooit meer schoon wordt en een masker tegen de terpentinewalmen.


MM: Hoe ziet jouw ideale studio er uit?

MvdL: Veel groter en even licht. Met drie ruimtes. Een opslag hok met ingebouwde kasten en een rek voor alle doeken. Een ruimte voor al het computer- lees- en schrijfwerk, met een bank en een keukentje met warm water en een oven. Een espressomachine en als ik toch bezig ben, een douche! En een ruimte met een hoge lange witte muur van tenminste 20 meter. Een bank op wielen ter vervanging van de denkstoel en er staat een grote lange tafel voor kleine preciezere werken. De ramen zijn van openslaande deuren naar een tuin of langs het water omdat het een loods langs het water is. En ik heb ook een super goede geluidsinstallatie en niemand die er last van heeft. Het atelier is ook dicht bij huis, 15 minuten fietsen, en er zijn, net als hier, veel studio's rondom.


MM: Waaraan werk je op dit moment?

MvdL: Een serie werken getiteld Research on combining the painter with the receptionist job. En ik ben bezig kleinere werken te maken voor in de tentoonstellingsruimte van Menno Derk Doornbos & Piet Hein Eek. Zij zijn iets heel moois begonnen in de voormalige Philips keramiekfabriek in Eindhoven.

MM: Welke kunstenaar maakt volgens jou op dit moment interessant werk in zijn/haar studio?

MvdL: Michael Agacki!

| | | tag - Michael Agacki, Maaike van der Linden