ARCHIEF
Anami Schrijvers

MM: Kun je jouw studio beschrijven?
AS: ‘Mijn huidige atelier heeft nog niet veel weg van een werkplaats. Het is een redundante kerk, een verlaten gebedsplaats waar tot voor kort de aanwezigheid van een afwezigheid werd bezongen. Alles is er nog, de in de vloer verankerde kerkbanken, het altaar en een bassin waar het wijwater uit verdampt is en kringen heeft achter gelaten op de lichtkleurige kom die rechts in de hoek rustend op een pilaar, nu zonder functie, het eerste sculpturale object vormt. In deze ruimte zou je de echo van een dictatoriaal pleidooi voor stilte en aanbidding verwachten, voor meditatie die als beeldhouwer moeilijk te verwezenlijken is en meer weg heeft van een hedendaags museum. Maar alles dat over is gebleven is de kelderlucht en het decor voor een provinciale religieuze ceremonie. Het is heel anders dan bijvoorbeeld mijn vorige studio, een oude Mercedes garage, waar het residu van de voormalige functie als olievlekken en architectonische haast zichtbaar was.’

MM: Heb je een (dagelijkse) routine in de studio, en hoe ziet deze er dan uit?
AS: ‘Of ik over zelfdiscipline beschik? Werk begint noch eindigt in de studio, dus als er al sprake is van een dagelijkse routine dan is het een die bij het wakker worden begint en eindigt in slaap. Alles wat ik doe en laat convergeert op de een of andere manier in mijn werk, maar het zijn een voor een triviale handelingen. Ik geloof niet dat ook maar iemand er interesse in heeft hoe laat ik mijn schoenveters strik, de fetisjistische kop koffie en het door de economie gedicteerd bord pap mijn slokdarm laat afreizen, uren een brok beton aanstaar en dan een alarm instel voor een BBC programma op de radio.’
MM: Wat voor muziek draai je als je aan het werk bent?
AS: ‘Als het belangrijk is om te weten wat mijn muzikale voorkeur is; Bach, Beethoven, Bartòk, Ligeti, Schnittke, Wagner’s Ring des Nebelungen, Messiaen’s Turangalila Symfonie, Stockhausen, Stravinsky, Cage... Het lijkt me echter voorbarig er van uit te gaan dat ik überhaupt muziek zou beluisteren tijdens het werk.’
MM: Heb je speciale kleding voor als je aan het werk bent, en hoe ziet dat eruit?
AS: ‘Afhankelijk van de omstandigheden. Oude vodden, alles dat me bij benadering past en binnen handbereik is.’
MM: Hoe ziet jouw ideale studio er uit?
AS: ‘Ik heb geen duidelijk onderscheidbare voorkeur voor werkruimtes. Ik weet wel dat in de mensenwereld ruimte bepaald wordt door culturele, politieke, juridische, biologische, microsociale, in andere woorden door multidimensionale grenzen, regels en conventies. Een ideale studio is dus zoiets als de ideale omstandigheden. Bij de vraag of ik liever met een olifant op mijn rug de Mount Everest beklim of onder begeleiding van een groep sherpa’s, bepakt met alle geneugte voor een modern alpinist, lijkt me het antwoord duidelijk. Er is daarom niet veel verbeelding nodig om in het geval van een studio een keuze te maken: groot, niet te koud, veel licht waar nodig, donker zo gewenst, de beste apparatuur, onfeilbare infrastructuur, etc. etc.

MM: Waaraan werk je op dit moment?
AS: ‘Op het ogenblik ben ik bezig met een videowerk waarvoor ik nog steeds opnamen maak. Daarnaast ben ik bezig met modellen en tekeningen voor installaties waarvan de toekomstige video onderdeel zal uitmaken.’
MM: Welke kunstenaar maakt volgens jou op dit moment interessant werk in zijn/haar studio?
AS: ‘Christian Friedrich.’











