ARCHIEF

Schrijven is goud



In het hele 42 pagina’s tellende beleidsplan voor cultuur bepalen twee regels het lot van veel kunsttijdschriften. Helemaal aan het einde van het deel ‘beeldende kunst’ op pagina 27: ‘Ook zal het fonds geen tijdschriften meer subsidiëren. Het kabinet legt de verantwoordelijkheid hiervoor volledig bij de markt.’ Twee zinnen. Punt. 

Bij de kranten was de strijd om de lezer al eerder begonnen. De artikelen over beeldende kunst werden daar de laatste jaren steeds losser van opzet, korter en breder qua onderwerp om een zo groot mogelijk publiek aan te spreken. Dit is natuurlijk niet per se slecht, maar het wordt wel problematisch als de diepgang helemaal dreigt te verdwijnen. De trend van commercialisering en het belang van verdieping werd al eerder op de website van mister Motley aangehaald door Lex ter Braak in een interview met Hanne Hagenaars: ‘Ik vind het belangrijk te laten zien dat een kunstwerk een complex geheel is en dat het in de analyse rijker wordt, verwikkeld raakt in de geschiedenis, filosofie, literatuur enz. Je bevrijdt het kunstwerk zo van de reactie van het moment, een gevoel dat ook weer even snel verdwenen is. […] Ik vind zo’n brede (kennis)houding heel belangrijk maar er is steeds minder ruimte om zo’n houding vorm te kunnen geven. Ik schrijf voor Vrij Nederland en in het begin schreef ik teksten van 2200 woorden, maar nu mag dat in het gunstigste geval nog maar 1100 woorden zijn, dat is de helft.’

Maar goed, misschien is het dieper ingaan op de zaken in langere stukken ook de taak van de vakbladen. En juist deze bladen dreigen door de subsidiestop te verdwijnen. Terwijl de verschillende tijdschriften cruciale functies vervullen voor de kunstenaars, theoretici en kunstliefhebbers van Nederland. Zo heeft Metropolis M al ruim dertig jaar een sterke positie als opiniërend en signalerend blad. Het vormt het een belangrijke en kritische informatiebron en is wat mij betreft onmisbaar voor iedereen die kunst in Nederland op een hoog niveau wil beoefenen. Een ander blad dat ik graag lees is Manifesta Journal: een blad met een geringe doelgroep (de hedendaagse curator), maar met zeer hoogstaande, op onderzoek gebaseerde artikelen, van internationaal gerenommeerde theoretici. Een blad dat de lezer op de hoogte houdt van wat er internationaal in de kunst gebeurt en de ontwikkelingen op het gebied van tentoonstellen in een historisch kader plaatst. Het derde blad dat dreigt te verdwijnen is mister Motley, een blad dat zich juist ten doel heeft gesteld kunst te verbinden met het leven. De missie van mister Motley is om zo veel mogelijk mensen voor kunst te interesseren en te inspireren om ook zelf aan de slag te gaan. Het tijdschrift kent een breed publiek, veel niet professionals maar ook docenten op scholen, jonge mensen, studenten, kunstenaars en theatermakers.

Dat kunstbladen feitelijk niet kunnen overleven in de commerciële markt is al bewezen. In de jaren tachtig werd er door de Mondriaan Stichting een beleid gevoerd dat tijdschriften zonder subsidie verder moesten kunnen, er is toen enorm geïnvesteerd in professionalisering: hoofdredacteuren volgden verplicht een cursus ‘uitgeven’, ieder tijdschrift schreef een marketingplan en er werd veel geld geïnvesteerd in zowel kennis als uitvoering van deze marketing. Later is men van dit beleid teruggekomen omdat de praktijk uitwees dat kunstbladen wat betreft publieksbereik een plafond hebben, hoeveel marketing je er ook in stopt. Het publieksbereik is kortom niet heel groot, het zijn vooral de mensen uit de kunstwereld die de bladen lezen. Maar de daaruit vloeiende discussie en professionalisering is van invloed op heel Nederland en de verdieping van theorie gaat samen met een verdieping van de kunst in het algemeen. Het besluit een einde te maken aan deze discussie (wat de subsidiestop in feite betekent) lijkt wat mij betreft dan ook onderdeel te zijn van het grotere programma van dit kabinet kritisch Nederland de mond te snoeren.

En dat terwijl het schrijven over kunst de laatste jaren juist (met overheidssteun) steeds gestimuleerd is door middel van workshops, masterclasses en de sinds 2008 tweejaarlijkse Prijs voor de Jonge Kunstkritiek. Deze laatste is volgens de website van de prijs in het leven geroepen om de trend van marginalisering van de kunstkritiek en daarmee ook de kunst een tegenwicht te bieden. Helaas moet er nu geconstateerd worden dat deze marginalisering beleid is geworden.

Natuurlijk blijven mensen wel schrijven. Door het internet is het tijdschrift (gelukkig) niet meer het enige mogelijke medium. Maar een tijdschrift is essentieel anders omdat het altijd een samenstelling is van meerdere auteurs, een doordachte volgorde en combinatie van tekst en beeld, een werk op zich met een redactie als kunstenaarscollectief. Bovendien is een tijdschrift ook een historisch document, je kunt het bewaren, verzamelen en later nog eens teruglezen. Het is een bron voor onderzoek, educatie en zoals ook de blog ‘Paper podium’ op deze site wil duidelijk maken, kan het een uniek platform voor (ook minder bekende) kunst, kunstenaars, theoretici en schrijvers vormen.

Zo ook beschrijft Joseph Monteyne in het voorwoord van het boek Inside Magazines het verschil tussen een tijdschrift en digitale media: ‘The printed object has a sensuous aspect – it was there all the time – that would be lacking in electronic magazines: there is a tactility to the paper as it rolls across the thumb, you can smell the ink, the design has a weight, a body, it appeals to the senses as well as the intellect.’

Het belang van tijdschriften is veel groter dan het plezier dat de lezers ervaren. Het zijn de ogen en de stem van de culturele wereld en de verbindende schakel tussen disciplines, makers en beschouwers. ‘De kunstcriticus heeft’, zoals Oscar van den Boogaard het stelde, ‘een te belangrijke rol te spelen, hij kan de brug zijn tussen kunstwerk en toeschouwer, de kunst ontsluiten voor de rest van de wereld. Hij kan opvoeden, enthousiasmeren, verbazen. Kunst in een wereld die ophoudt te denken en kijken is louter nog decor. Een beeldentuin waarin de mens zich gedachteloos rondwentelt.’

| | | 3 reacties
eva | 09 juli 2011 22:25

why are the names not mentioned of the 2 artists who made the significant painting accompanying this article?

Rob Steenhorst | 10 juli 2011 00:48

Tijdschriften als Mister Motley lees ik om te weten en begrijpen wat anderen denken zeggen. Als ze verdwijnen kan je nog veel leren over chique kunsthandel maar nauwelijks nog over het enige wet er echt toe doet: ideeën.

Marianne de Vries | 05 augustus 2011 13:29

Een tijdschrift als Mister Motley mag eenvoudig niet verdwijnen.
goede voorlichting over kunst mag niemand missen.