Mira Thompson

Eén met de wildernis – in Melvin Moti’s werk belichamen kikkers ziekte en soevereiniteit

Essay
9 juni 2026

“Now, I think”, “Now, I crash”, “I’m still”, “Now, I call”. “Now, I cope”. Ons waterdier doet een poging op te staan, vindt de kracht niet, maar blijft proberen. “Now, I fear”, horen we opnieuw. Het is evident dat de kikker met iets onmogelijks bezig is. Ze vervult een taak, tegen de klippen op.’ In haar zevende bijdrage voor de reeks Land zonder grenzen verkent Mira Thompson aan de hand van de kikkers in de animatiefilm On a Clear Day van Melvin Moti de onderwerpen ziekte en soevereiniteit.

‘On a Clear Day’ luidt het onderwerp van de mail. De afzender ken ik niet goed, maar ik ben erg op haar gesteld. Af en toe sturen we elkaar een ansichtkaart, nu en dan is er contact over een gebeurtenis in ons leven. Geregeld bezoek ik de website van haar tweedehands boekwinkel. Soms ligt er plotseling, ter verrassing, een met aandacht ingepakte roman op mijn deurmat. De moderne klassiekers die haar winkel rijk is – zo weet de afzender van de mail – lees ik graag.

Maar dit bericht gaat over iets anders. Iets waarvan ik alleen wat algemene feitelijkheden ken. De afzender, M., loopt inmiddels al negen jaar rond met de longen van een ander, reeds overleden, persoon. 

On a Clear Day is een rondzendbericht gericht aan een selectieve groep geadresseerden. De groep gelukkigen deelt één ervaring: allemaal hebben zij wegens lichamelijke redenen beperkte toegang tot culturele instellingen.
M. onderstreept dat het bericht niet uitsluitend van haar afkomstig is. Haar geliefde, kunstenaar Melvin Moti, is evenzogoed verantwoordelijk voor de inhoud ervan. De mail betreft een animatiefilm over het ziekteproces van M., gemaakt door Melvin, bijgevoegd als beveiligd bestand. 

Nog voor ik het eerste beeld op me kan laten inwerken, spitsen mijn oren zich: de muziek lijkt al een verhaal op zich.
Ik zie drijvende groene en paarse vlekken die, wanneer mijn ogen gewend zijn aan de contrasterende kleuren, meer op schimmels beginnen te lijken. Sinistere entiteiten die het beeld in beslag nemen, gevolgd door pixelachtige schimmen van bomen, een landschap, een planeet. Of is het een viruspartikel?
Er klinkt dreigende, dissonante vioolmuziek, gefluister. “Now”, deelt een klare, vastberaden stem mee. “Nooooow”, herhaalt ze nogmaals.
Kikkers verschijnen op het beeldscherm. Één felle, lichtgroene, met ogen waarin een duister verhaal huist. Daarnaast een bruine, kleinere, met een huid die meer reliëf toont, en nog een, minder opvallend exemplaar. M., vermomd als groene kikker, schiet er bij het zien van kikker één door m’n hoofd, maar dan herinner ik me wat ze me eerder die week mailde: “Wij voelen ons samen ziek omdat onze beider levens daaromheen zijn geconcentreerd. Dat stopt niet bij één lichaam en persoon.”

Visualiseren de kikkers waar ik naar kijk werkelijk verschillende wezens? Verbeelden ze niet allemaal M.? Allemaal Melvin? Een samenvoegsel van twee mensen die zich moeten schikken naar een realiteit die het uiterste vergt van hun fysieke en mentale vermogens. Verbeeldt één van de moerasdieren de donor van het ademhalingsorgaan?

Als synchroonzwemmers zetten de kikkerbuikjes zich simultaan uit: inhaleren, exhaleren, inhaleren, exhaleren.
“Nooow“, hoor ik weer, terwijl de bekjes meebewegen. Of produceren ze zelf deze stem? 

Achter mijn bureau, temidden van de kikkers, adem ik in bijna contemplatieve toestand mee op hetzelfde ritme dat mij wordt voorgedaan.

Net wanneer ik de cadans eigen begin te maken, toegeef aan het tempo en aanvoel wanneer de fluisterstem mij een nieuwe opdracht geeft, begint er iets te veranderen. “Now, I pray“, horen we nu. Er is iets aan de hand met de kikker met de duistere ogen. Ze verandert van groen in grijs, wordt helder doorschijnend. En dan… (ik aarzel even of ik het goed zie) zweven de kikkers omhoog, de lucht in.  

De hybride en multidisciplinaire praktijk van Melvin Moti (1977) kenmerkt zich door een rijkdom aan historische en academische referenties. Van textiel tot glaswerk: geen enkel medium lijkt voor Moti uitgesloten. Toch is er een duidelijke rode draad die zijn uiteenlopende oeuvre samenbindt: het belang van de menselijke verbeeldingskracht. Dat is de taak van elke kunstenaar, hoor ik de lezer denken. Maar Moti gaat nog een stap verder. Hij maakt deze verbeeldingskracht tot onderwerp.

Historische verwijzingen en invloeden uit de jazzmuziek nemen binnen zijn werk een prominente plaats in. In recente projecten is Moti zich gaan toeleggen op het zelf componeren van elektronische, klassieke en jazzmuziek. Zo is On a Clear Day niet enkel visueel aantrekkelijk: de muzikale component vervult een minstens even wezenlijke rol binnen het geheel. Je zou zelfs kunnen stellen dat dit kunstwerk een moderne opera is. 

In een mail geeft Moti aan dat zijn werkwijze zich door de jaren heen heeft aangepast aan de veranderende omstandigheden. Deze praktische verschuiving deed hem ontdekken dat animatie een flexibel en expressief medium is, dat zich vrijwel overal laat beoefenen (een laptop werkt net zo goed in een ziekenhuis, naast een bed als op de gang van een intensive care). En het medium sluit aan bij zijn affiniteit met meer abstracte vertelvormen, waarvan On a Clear Day een adembenemend voorbeeld is. 

Er heeft zich op mijn computer een koor aan glasheldere zangstemmen bij die ene stem gevoegd. “Breathe”, horen we nu. “Now, I breathe”. Nog altijd zien de kikkers er uiterst geconcentreerd uit, nog altijd zijn ze actief bezig met iets wat (zoveel is mij duidelijk) onvermijdelijk is. Het decor is veranderd van een aards en vochtig moeras naar een atmosferische, hemelse omgeving. De kikkers staan niet meer naast elkaar opgesteld, maar zitten ieder op een eigen wollige wolk, in een driehoek ten opzichte van elkaar. Allen zijn bezig met overleven. “Breathe.” Ik lijk voor een ogenblik één te zijn geworden met deze aardkleurige amfibieën. Mijn ademhaling synchroniseert met de beweging van de kikkerbuikjes.
Opnieuw trap ik in de val dat dit kunstwerk er is om mij gerust te stellen. Het voelde voor een kortstondig moment alsof deze toestand van innerlijke rust eeuwig voort zou duren.
Hoewel het me al gauw duidelijk was dat de kikkers met een levensopdracht bezig zijn, bevind ik me voor even in een tussenruimte waarin de stem uit de film me volkomen overneemt. Ook hier laat Moti de verbeeldingskracht haar werk doen: er is ongemerkt een kentering in werking gesteld. Een omkering, waarin ik, de kijker, versmelt met de film, zelfs fysiek samenval met het verhaal dat wordt voorgeschoteld.
In eerder werk onderzocht Moti de betekenissen van het ontbreken van familiale wortels als gevolg van gedwongen migratie. Misschien drukt de eenwording met het werk die ik ervaar bij het kijken naar On A Clear Day, een dergelijk soort onderzoek uit? Samenvallen met de omgeving als een vorm van wortelen.

Dan kleurt mijn scherm zó wit dat mijn ogen zich samenknijpen, maar ook deze ervaring is van korte duur. Een lijn strekt zich uit, nog een lijn en nog een. Er ontstaat een raster dat, zodra je de vormlogica ontwaart, voor je ogen weer oplost.
Ik moet denken aan de bekende systeemplafonds, die vele ziekenhuispatiënten kunnen dromen en mail M. met deze associatie. Haar reactie trekt me uit de ziekenhuisruimte naar het heden: de rasters verwijzen naar Agnes Martin. Hoe heb ik dat niet kunnen bedenken? De titel van de film (gelijk aan de titel van een serie minimalistische prints van Martin) verried het al. Toch had ik er geen moment bij stilgestaan: zo snel startte ik de film, zo’n kalmerende werking had de film op mij. 

De Canadese kunstenares Agnes Martin (1912-2004) begon haar serie On a Clear Day (1973) aan het einde van een lange hiaat in haar carrière, waarin ze geen kwast had vastgehouden. Vanuit het roerige New York, waar ze een tijd woonde, verlangde ze naar rust. Martin leed haar hele leven aan ernstige psychiatrische klachten en was gebaat bij regelmaat en kalmte. New Mexico bleek de verkozen plek.
Hier creëerde ze vanuit een transcendente houding: zittend in haar stoel, wachtend tot een ingeving haar aan het werk zette. “I don’t have any ideas myself, I have a vacant mind”, bleef haar gevleugelde uitspraak. Maar Martin had wél ideeën, woorden die zich opdrongen, en haar gedachten op gang brachten. Of zoals ze het zelf waarschijnlijk zou noemen: inspiratie. In één scherp beeld kwam de beeltenis tot haar. Voordat ze aan de uitwerking begon, restte haar nog één onmisbare stap. Het berekenen (werkelijk door formules op te schrijven) hoe haar inval op het 12 inch x 12 inch papier paste dat ze voor deze serie voor ogen had. 

De roosters van Moti verdwijnen zodra ik er grip op denk te hebben. Wanneer de vervaging inzet, dient zich een nijpende situatie aan.
“Now, I sink“, of zegt de stem “Now, I think”?, terwijl ik geconfronteerd word met twee beeldvullende longen, met daarbinnen delicaat getekende bloedvaten. De longen lijken op het eerste gezicht niet veel meer dan… longen, in hun vertrouwde kegelvormige gedaanten.
Totdat we iets zien opdoemen. Een bewegende, naderende vorm die de longen inkleurt. Dit is duidelijk niet de bedoeling.
“I exhale.” Waar de contouren van de longen eerst scherp te onderscheiden waren, zien we ze langzaam oplossen, opgegeten worden door een externe, steeds groter groeiende vlek. Met de inmiddels vage suggestie van de adervertakking op de achtergrond, zie ik dat diezelfde vertakkingen getransformeerd zijn tot bomen. Bomen die (het is de muziek die mij dit doet vermoeden) elk moment omgehakt dreigen te worden.
“Now, I am.”

Agnes Martin – On a Clear Day I, 1973. Collectie National gallery of Art.

Een nieuwe scène: “Now, I am”, hoor ik weer. De vertrouwde groene kikker bukt naar de grond. Zijn we getuige van een gebed? In de linkerhoek van het scherm staan twee woorden: “katsugen undo”. Ik ben niet bekend met deze terminologie, zet de film vlug op pauze om uit te vinden waar we mee te maken hebben.
“Katsugen Undo
, of regenererende beweging, is een Japanse oefening ontwikkeld door Haruchika Noguchi als onderdeel van Seitai, vertelt de zoekmachine mij. Ik klik verder en voor ik er erg in heb spiegel ik de bewegingen van een witte Amerikaanse man in linnen tenue op YouTube: “tilt your neck – inhale – pause – tilt your neck – exhale – pause.” Ademhalen, bewegen, pauzeren, ademhalen, bewegen, pauzeren. Ongetwijfeld een flauw afkooksel en misschien zelfs verkeerd geïnterpreteerde versie van een Oosterse bewegingskunst, maar ik houd nog even vol. Het voortstuwen van een beweging middels ademhaling, een zucht die een draaiing van de romp in gang zet. De man heeft knokige handen, minder elegant dan de zuignappen van de kikkers. 

“Now, I stand.” We bevinden ons in een draaikolk van geluid “Now, I open.” “Now, I move.” “Now, I drink.” “Now, I pray”, “Now, I fly”, “Now, I spin”, “Now, I vent”.
“Now, I rest”, “I live, I rest”, “I seek”, “Now, I dance”.
De kikker is druk in de weer deze bij tijden tegenstrijdige opdrachten te vervullen: bukt, strekt, rekt zich uit, zakt door haar pootjes.
“Now, I think”, “Now, I crash”, “I’m still”, “Now, I call”. “Now, I cope”.
Ons waterdier doet een poging op te staan, vindt de kracht niet, maar blijft proberen. “Now, I fear”, horen we opnieuw. Het is evident dat de kikker met iets onmogelijks bezig is. Ze vervult een taak, tegen de klippen op.
“Now, I ache.” Uitgeput stort ze neer op haar rug, blijft roerloos liggen op het bruinige moeras.
Even is er geen muziek hoorbaar en vrees ik het ergste. “Now, I belong.”
De kikker werd me net vertrouwd en nu… Maar dan: twee dansende kikkers. Free jazz, Brecker Brothers-achtige funk. Soepeltjes zwieren de beesten over het landschap. Is dit nirwana?
Kikker één is de prima ballerina van het gezelschap en draait onbezorgd pirouettes op haar sierlijke poten. Alle beheerstheid van hiervoor is verdwenen. Nu is alles mogelijk. Ze spint en spint om haar as, terwijl de saxofoons haar bewegingen kracht bijzetten. Van mij mag dit eindeloos voortduren. De kikker waar zojuist alle energie uit leek weggezogen, voert de hoofdact uit. Haar voorpoten zijn licht, haar gestroomlijnde stappen zelfverzekerd en haar uitdrukking van alle zorgen ontdaan.

We zoomen in op haar glimlachende kopje en spijtig genoeg realiseer ik me dat er binnenkort een einde komt aan deze uitgelaten sfeer. Een waterdruppel valt in een plas en neemt de contouren aan van de kikker. Ze ligt in de plas met haar vier poten uitgestrekt, haar gelaat ziet grauw. De muziek past zich aan, verschuift naar een lager register.
Ik observeer de kikker, waar ik een band mee heb ontwikkeld. Nu ik haar in overgeleverde toestand bekijk, is het moeilijk voor te stellen dat ze een kort ogenblik geleden nog rondzweefde in een modderig landschap. Doodmoe ligt ze daar. Maar er zit nog iets van leven in de kikker: haar buikje vult zich met lucht, laat zich leeglopen, vult zich opnieuw. De plas waarin ze naar adem hapt rimpelt en kleurt (hoe langer kikker zichzelf levend houdt) donkerder.
De plas water is niet langer een plas, maar een gapend gat waar ons beest doorheen valt, een oneindige diepte in.
“Fly,” zegt de stem nu, geluiden van bromvliegen. “Fly into empty space.

De stem is nu niet meer alleen. We horen een veelheid aan lucide, zuivere stemmen. Op het scherm zie ik dat het kikkerdrietal uit de eerste scène is teruggekeerd. Alsof ze terug bij hun ingestudeerde choreografie zijn, zingen de kikkers zelf de melodie. Of zingen ze mee? – dat blijft het grote raadsel.
“Softly into empty space, and goes in breath and death..?”, “Today I ache “, “Today I fly”.

“Today, I dream”, “Today, I move”.

Terwijl we uitzoomen, kijk ik nog een laatste keer naar de glinsterende kikkeroogjes, totdat ze verdwijnen. Één worden met de wildernis.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht