Kathrin Köster

Na een rondje galeries in Berlijn blijkt al snel dat het in deze relatief arme stad lastig is een galerie te runnen: veel galeries tonen voornamelijk makkelijker verkoopbare schilderijen en fotografisch werk. Niets mis mee. Galeriehouders en kunstenaars moeten immers ook hun geld verdienen. Maar iemand die op zoek is naar spannende, prikkelende en wie weet zelfs vernieuwende kunst, kan dan nog eens bedrogen uitkomen. Dat er natuurlijk (en gelukkig) ook galeries zijn die wel risico’s durven te nemen door jonge kunstenaars en minder verkoopbaar werk te presenteren, is dan een welkome afwisseling. Zo is er in het midden van de stad bijvoorbeeld de MK galerie. Een galerie die zijn basis in Rotterdam heeft maar sinds enige tijd ook in Berlijn gevestigd is. De galerie is gesplitst in twee delen: de galerie en de projectruimte Frontviews Gallery, een ruimte voor experimenteel werk van jonge Berlijnse kunstenaars. Eenzelfde tweeledig galeriemodel is in Nederland ook steeds gangbaarder: alleen in Amsterdam al is er bijvoorbeeld The Bakery bij Annet Gelink, Dolores bij Ellen de Bruijne en Playstation bij Fons Welters. Een goede oplossing om naast het tonen van gevestigde kunstenaars ook wat te kunnen experimenteren.

In de projectruimte van de Berlijnse MK galerie is er momenteel de solotentoonstelling Platzhalter (plaatsaanduiding) van Kathrin Köster (1981) te zien. Köster is een jonge, veelbelovende kunstenaar: ze is net afgestudeerd maar heeft nu al een aantal prijzen op haar naam staan. Heel makkelijk te verteren is haar werk niet (een groot contrast met de foto’s van bloemen en landschapschilderijen die ik eerder op de dag zag) maar daardoor des te boeiender.
Als toeschouwer word je door een half uit de ruimte stekend schilderij op sokkel de ruimte in begeleid. Daar staan, liggen, hangen hier en daar schilderijen van verschillend formaat op ongewone wijze in de galerie. Het geschilderde oppervlak boeit mij meteen: opgebouwd uit vele lagen en contrasterende patronen ontvouwd zich op ieder doek een soort droomlandschap. Maar haar schilderijen zijn niet alleen tweedimensionale vlakken met vormen en kleuren erop, ze zijn ook sculpturale objecten en bepalen mede de vorm en ervaring van de ruimte.


Een van de schilderijen is bijvoorbeeld zo dicht tegen een muur geplaatst dat het vrijwel onmogelijk is het schilderij in zijn geheel goed te bekijken. Als toeschouwer wordt je zo gedwongen heel dicht bij het schilderoppervlak te komen en ervaar je het werk heel anders dan als het ‘gewoon’ aan de muur had gehangen en je de ‘gepaste’ afstand had kunnen nemen. Een ander, veel kleiner, schilderij ligt horizontaal op een hoge sokkel. Ook hier is het niet mogelijk de afbeelding goed te zien. De focus ligt bij dit werk meer op de zijkanten van het doek (een kant die eigenlijk altijd vergeten wordt) en de vorm die doorloopt in het voetstuk. Het gaat Köster dus duidelijk niet alleen om wat er op het doek staat, maar om de ervaring die het schilderij in de ruimte kan oproepen. De schilderijen geven een nieuwe vorm aan de tentoonstellingsruimte en breken op deze wijze met het idee van de white cube.

Het totaal heeft iets weg van een theaterset, waarbij het niet duidelijk is wat nu de voorkant en de achterkant is. De titel van de tentoonstelling, Platzhalter, die plaatsaanduiding betekent, slaat dus misschien niet zozeer op de minutieuze wijze waarop Köster de stukken heeft geplaatst en geschilderd, maar op de plaatsaanduiding van de toeschouwer. Want wandelend door de ruimte die ontstaan is door de schilderijen is het vooral deze positie, die tussen de toeschouwer en het werk, die bevraagd wordt. Een waarvan Köster aantoont dat die niet zo zeker en stabiel is als het lijkt.

De solotentoonstelling Platzhalter is nog tot en met 12 februari 2011 te zien bij Frontviews Gallery, Rudi-Dutschke-Strasse 26, in Berlijn











