Diary of Clouds, 2008, Ugo Rondinone (Kunst op Art Basel/Liste in Basel deel 3)

Thuis in mijn boekenkast staat de uitgave ‘Wolkenplaten’ waarin de wolken geïnventariseerd zijn op hun verschijningsvorm. Het blijkt dat wolken net als planten Latijnse namen hebben en in soorten en familie worden ingedeeld: de cumulus wolk kent een verdere verdeling in bijvoorbeeld congestus (opeengehoopt), humilis (plat) of pileus (toevallig). Op de prachtige foto’s komen de wolken tot leven als personages in een ijle film hoog boven onze hoofden, ver weg in een andere dimensie. Het geven van namen brengt mens en wolk dichter bij elkaar, beiden lijken eeuwig en toch tijdelijk op deze aarde.
Zoiets moet ook Ugo Rondinone ervaren hebben toen hij iedere dag omhoog keek naar de lucht en daar de wolken voorbij zag drijven, of stormen. Hij maakte een Diary of Clouds: iedere dag boetseerde hij een wolk van was, gewoon naar de natuur, een wolk die hij die dag had gezien had. De ene wolk vroeg om een groter stuk was dan de andere en zo verschillen ze allemaal in grootte. In ieder stuk zijn de vingers van de kunstenaar terug te zien. Door de was zijn ook deze wolken niet voor de eeuwigheid, als het warm wordt zullen ze vervormen, of zelf smelten.. De kunstenaar wilde de vergankelijkheid van alle dingen vastleggen en door het iedere dag legde hij extra nadruk op het voorbijgaan van de tijd. En nu staat daar die kast met wolken te wachten op wat komen gaat. Diary of Clouds bestaat in een oplage van drie, de kast is hetzelfde, alle wolken verschillen.











