Tilleke Schwarz. Borduren en winnen
Tilleke Schwarz, Free recovery, 2010In de hedendaagse kunst gaat het om het oprekken van grenzen, ongewone paden inslaan en nieuwe gezichtspunten tonen. Toch heb ik af en toe ook het idee dat ‘de kunstwereld’ soms te bang is voor het al te gewone, zo bang dat daardoor het bijzondere in het gewone niet wordt gezien. Het werk van Tilleke Schwarz bijvoorbeeld. Ze borduurt. Op zelfgeverfde lappen stof dwarrelt de voorstelling uit, figuren, gezichten, een stekker, een optelsom, katten en altijd teksten.
Tilleke Schwarz, Free recovery, 2010 (detail)In een heftige stortbui fiets ik van Delft naar Pijnacker en ik kom totaal verregend aan bij het huis van Tilleke Schwarz en haar man, een rijtjeshuis uit de jaren zeventig met een echte zitkuil in de woonkamer. Ze hebben er toch maar banken in gezet in plaats van kussens zoals de architect voor ogen had. Boven heeft Schwarz een werkkamer (met een systeemplafond voor veel en gelijkmatig daglicht) en verderop in een industrieterrein een atelier. We gaan eerst naar boven. Met het winnen van de derde prijs in de ZomerExpo hoopt Tilleke stiekem op een wat opener ontvangst van haar werk door de kunstwereld, al is ze te bescheiden om dat zo direct uit te spreken. Borduurwerken worden nog steeds met achterdocht bekeken, ‘en hoe onterecht’, roept ze bijna verontwaardigd uit. Ze laat me het boek Contemporary Textiles (Black Dog Publishing) zien, waarin haar werk staat naast dat van Matthew Barney, Rosemarie Trockel, Yinka Shonibare en Mike Kelley, om maar wat namen te noemen. Ze geeft workshops in Engeland, Australië en de Verenigde Staten. In weer andere boeken ontdek ik kunstenaars waar ik nog nooit van heb gehoord, maar wat een fantastische werken. Ik steek er een hoop van op.
Tilleke Schwarz, Free recovery, 2010 (detail)Hanne Hagenaars: Je wilt graag bekender worden in Nederland. Staat de kunstwereld niet open voor ouderwetse technieken?
Tilleke Schwarz: In de tijd dat ik met mijn borduurwerken naar buiten kwam, werkten Berend Strik en Michael Raedecker ook met deze techniek. Zij hadden al een naam als kunstenaar voor ze begonnen met borduren en als man ben je in het voordeel met naald en draad, dan ben je pas echt bijzonder. Als ik in die tijd vertelde dat ik borduurde viel het stil. De kunstwereld kent wel echt haar eigen normen.

HH: Misschien was je werk niet venijnig genoeg of zonder een echt statement?
TS: Mogelijk, mijn eerste werken waren dagboekachtig, nu houd ik me vooral bezig met de gekte van deze tijd. Ik verzamel van alles. Ik verzin niets. Er zit zeker ironie in mijn werk, het gaat wel degelijk ergens over.
Ze opent een soort beautycase die er uitziet als een gettoblaster en haalt er allerlei paperassen uit. Stukken papier met teksten.
'If you get caught up in an avalanche you should: keep your head up, by swimming. Cover your face to prevent mouth and nose from getting filled with snow if you are out of control. Move as much as you can to create space to breath when avalanche is slowing down. Keep calm.
(Deze teksten komen uit het telefoonboek van IJsland en geven advies over hoe je zelf te beschermen bij natuurlijke rampen).

TS: Vragen, lijstjes, opsommingen, geboden en verboden, dat trekt altijd mijn aandacht. Dit papiertje heb ik bijvoorbeeld meegenomen uit Engeland, ik hield een lezing voor het borduurgilde en vond een blaadje met deze instructies over wat er allemaal moet gebeuren voor je de zaal verlaat. Dat fascineert me en ik heb het in mijn tas gestopt. Of een zin van de schrijfster Maria Fusco, waarmee ze het schaamtegevoel van een man dat ze omschrijft als ‘hij kan zich niet uitkleden in de buurt van een blikje sardines.’ Zo’n zin, daar ben ik gek op. Tijdens een lezing in Stroom in Den Haag over de nieuwe media en de toekomst raakte ik al snel de weg kwijt van al dat jargon. Wel maakte ik aantekeningen van al die kreten, dat vindt dan weer een plek in een werk.

HH: Is het de controlezucht van deze wereld die je bezig houdt?
TS: Je moet altijd dit doen of je moet altijd dat doen. We leven in een idiote wereld, al die veiligheidsmaatregelen, wat we allemaal niet doen om ons veilig te voelen. Maar we hebben verleerd om te accepteren dat we niet alles in de hand hebben. We zijn niet almachtig en al die aanwijzingen lachen ons eigenlijk uit.
Tijden onze laatste reis naar Israël had ik een potje sambal meegenomen want het eten is er zo saai. Mijn koffer was gecontroleerd en ook dat potje was blijkbaar opengedraaid en niet goed dicht gedaan. Alles zat onder de sambal. Wel kleefde er een grote sticker op mijn bagage: uw koffer is gecontroleerd door Patrick. Die uiterste controle en het dan ook weer persoonlijk maken. Hoe het persoonlijke en privé door elkaar loopt. Hoe iedereen vat wil krijgen op het bestaan, die controlegekte. Dat is mijn werk.
Tilleke Schwarz, IF, 2009HH: En hoe ga je aan de slag, waar begin je?
TS: Ik doe het niet volgens de normen van de Arts and Crafts, waarbij je eerst een schets maakt en die vervolgens uitwerkt. Ik werk meer van de hak op de tak en de compositie ontstaat al doende. Ik borduur gewoon op een losse lap en dat doe ik overal, zelfs in een vliegtuig.
Haar kamer staat vol doosjes waarin de klosjes garen zijn geordend op kleur, met namen als diep rood, rode kool, bleekroze/huidkleur, lichtroest/henna en licht-grijsgroen. Verder dozen met knopen, en een volle bibliotheek met veel boeken over kunst, over borduren natuurlijk maar ook volkskunst.
TS: Mijn grote inspiratie zijn merklappen uit de hele wereld. Ik vind die patronen fraai ‘gecomponeerd’. Dat kun je pas goed zien als je ze vergroot. Bijvoorbeeld de bijzondere letters in een Friese merklap of de complexe patronen van de Vierlanden merklappen uit Duitsland. Ik houd ook van volkskunst uit andere landen zoals het kleurrijke borduurwerk uit Zuid Amerika, koppen op kokosnoot helften uit Mexico en bijvoorbeeld het geometrische borduurwerk van de KUBA stam uit Afrika.
Tilleke Schwarz, IF, 2009 (detail)HH: Wie zijn verder je voorbeelden?
TS: Armando bewonder ik vooral om zijn tekeningen, zo’n wit vel papier met een gevoelige lijn erop. Charles Avery ontdekte ik in Museum Boijmans van Beuningen met die vreemde eigen wereld in tekeningen en hoe hij dat consequent doorzet. De humor van Wim T. Schippers. Martijn Engelbregt met zijn Dit is Nederland waarin hij het politieke bestel fileert. Beide kunstenaars zijn op een humoristische manier kritisch over onze maatschappij.
Tilleke Schwarz, IF, 2009 (detail)HH: Dat zijn geen handwerkmensen. Wanneer begon je eigenlijk met borduren?
TS: Mijn moeder borduurde tafelkleden en dan ga je vanzelf meedoen, dus ik borduurde als kind al. Niet dat ik op school een hoog cijfer kreeg, ze vonden me te slordig. Daar gelden meer de normen van de Royal School of Needlework, heel pietepeuterig precies. Ik ben niet zo precies. Nog steeds rommel ik van alles weg aan de achterkant en met kruissteekjes raak ik de tel kwijt en los het dan op mijn eigen manier weer op. Tekenen deed ik ook graag, kladblokken vol. En eerlijk gezegd teken ik katten nog steeds zoals toen. Joop Hardy, mijn docent aan de AKI, liet ons veel uitproberen, als het dan tegen het kitscherige aanzat dan vond hij het goed. Hij zette muziek op en verliet dan het lokaal. In die tijd was de AKI heel vrij, een toelatingsexamen overbodig en talent was geen issue al kregen sommige studenten na één of twee jaren toch het advies om de opleiding te verlaten.
Later ben ik naar de Vrije Academie gegaan als stimulans om weer te beginnen. Ik liet mijn borduursels zien aan Rudi Rooijakkers en die keek heel vies. Het was wel traditioneel, simpel in blokken, een soort merklappen. Maar ik kom daar niet om bejubeld te worden, ik kom om te leren. Hier wil ik losser in worden, dat was mijn vraag. Het beste advies gaf Trix Zwartjes met de vraag: Waarom borduur je niet zoals je tekent? Dat ben ik gaan doen.
Lange tijd werkte ik op een ministerie* en verveelde me soms behoorlijk. Mijn borduurwerk werd steeds serieuzer, ik tekende in die tijd ook veel en ik stak veel tijd in het veroveren van een plekje in de kunstwereld. Borduren had mijn hart maar op dat moment maakte ik maar één borduursel per jaar en dat wilde ik niet meteen verkopen. Na de Vrije Academie vroeg ik Stroom (kunst en architectuurcentrum Den Haag) om advies welke galeries voor mij geschikt zouden zijn om mijn tekeningen te laten zien. Ik meldde me aan bij kunstenaarsorganisaties. Bij de Haagse Kunstkring verliep dat moeizaam. Wat doe ik fout? vroeg ik me af. ‘Je moet bij de ballotage niet laten zien wat je allemaal kan maar wat in een expositie bij elkaar zou komen, er moet een lijn in zitten’ adviseerde een kenner. Zo leer je langzamerhand de codes kennen en nu ben ik aangesloten bij Pulchri Studio en Rijswijkse kunstenaarsvereniging Arti Shock.
HH: Wat is je plek in de kunstwereld, ik krijg het idee dat de textielwereld en de kunstwereld behoorlijk gescheiden zijn en dat terwijl het materiaal waarin je werkt van ondergeschikt belang is geworden. Is er angst voor de tuttige lucht van borduurgaren en lapjes stof?
TS: Ik timmer behoorlijk aan de weg, ga overal op af. Curatoren van design in de musea hadden niet van mij gehoord en ook Kunstbeeld pakte het niet op. In de kunstwereld in Nederland besta je niet als je geen solo in een groot museum in de Randstad hebt. Mijn solotentoonstellingen waren in het Fries Museum en in museum Rijswijk en mijn werk is nu geselecteerd voor de Textiel biënnale in Kaunas, Litouwen.
Maar ik ga door met garen, knopen en stof, ik vind borduurgaren gewoon mooier dan verf of aquarel.
www.tillekeschwarz.com
* In mijn werk op het ministerie maakte ik ook kennis met veel onzin. Hoe serieus mensen iets nastreefden dat volstrekt niet haalbaar was. Ze vonden me daar helemaal niet bescheiden, want ik reageerde nog al eens op wat zich daar voordeed. Ik heb er een enkele keer ook wel gekke dingen uitgehaald. Zo kwam de koningin op bezoek toen we in een nieuw gebouw trokken en ik heb toen een nep circulaire (= interne mededeling) rondgestuurd om iedereen te vragen om er toch vooral netjes uit te zien en een oranje strikje te dragen. En ze zagen er altijd al zo netjes uit! Een paar mensen namen het zo serieus dat ze kwaad werden. De rest had het waarschijnlijk niet goed gelezen. Verder vond ik op dat ministerie soms inspiratie in de prullenbak.











