The joy of painting

‘Iedereen kan schilderen’ is het credo van selfmade landschapsschilder en TV persoonlijkheid Bob Ross.
Met het pontje gaan we naar Amsterdam Noord, op zoek naar het tot atelier verbouwde badhuis om een Bob Ross schilderij te maken. We schudden handen met andere cursisten, we krijgen koffie met zelfgemaakte taart, en een schort met opdruk ‘wie is de bob’. We kiezen een plekje aan een lange, smalle tafel waarop tien schildersdoeken in een ijzeren regelmaat staan opgesteld. Naast ieder doek liggen een schilderspalet, vier penselen van verschillende diktes, en een paletmes. Verf ligt er niet, dat stemt me enigszins ongerust. Ook de beperkte bewegingsruimte zit me niet helemaal lekker.

De cursusleider heeft de schildersdoeken deze ochtend alvast voorbeschilderd met een verdunde laag witte olieverf die nu nog een beetje vochtig is – zo hoort dat in de techniek van Bob Ross, nat op nat: een schilderij ontstaat door verf aan te brengen op de natte verf op het doek. Wij maken deze ochtend stap voor stap een berglandschap, nat op nat. Alle tien hetzelfde landschap.

Wie kent ‘m niet, de gevleugelde schildersuitspraak van Bob Ross, ‘We don’t make mistakes, we have happy little accidents’, waarmee Bob de kijker tegelijkertijd een geruststelde levensles meegaf. En wie kan het niet meevoelen, als hij zegt: ‘let’s give this cloud a little friend’. Zelfs als je geen affiniteit hebt met de schilderstijl van Bob Ross is het vermakelijk om naar zijn schilderinstructies te kijken. Altijd in voor een subtiele grap - zo’n wit geprepareerd, leeg schildersdoek bracht hem eens tot een humoristische sneer dat het doekje nu al rijp is voor een museum voor moderne kunst.

Eerst is er dus die nog natte witte ondergrond. We krijgen een tubetje blauwe verf die we met elkaar moeten delen. Blijkbaar staat er ergens nauwkeurig beschreven en is er afgemeten hoeveel er voor nodig is om de ideale Bob Ross te maken. We maken de wolken, op de bovenste helft van het doek. Help! Op de academie heb ik afgeleerd een schilderij als een invuloefening op te vatten. Een schilderij benader je als een geheel en je neemt regelmatig afstand om overzicht te houden op het proces. En verf moet ruim voorhanden zijn. De Bob Ross aanpak is anders: ik mocht niet eens naar de onderste helft kijken en met dit tipje verf moest het gebeuren.

Een volgend tubetje krijgen we voor de bergen. De cursusleider doet voor hoe je het penseel vasthoudt, en met hoeveel kracht en welke snelheid je in welke richting moet drukken en vegen. De bergen moeten in brede streken, waarbij je de verf op het doek dirigeert in andere richtingen. Vervolgens krijgen we instructies voor de bomen – de eerste verschillen op onze doekjes worden zichtbaar, maar alleen omdat de hoogtes van de bomen variëren - en daarna moeten we het waaier- en stoppelpenseel gebruiken om de blaadjes erin te stippelen. Het gaat om de juiste touch met het penseel, net dat draaitje of schokje aan het eind. We worden door een strak parcours geloodst.

We doen allemaal exact hetzelfde, we zitten in de mangel. Hoe komt het dan toch dat hetzelfde schilderij er bij de een overtuigender, soepeler, uitziet dan bij de ander - dan bij mij. Vooral onze IT jongen en de manager hebben er een goed gevoel voor. Ik was opgeleid tot kunstenaar, ik stribbel tegen, en ik krijg het eenvoudigweg technisch niet voor elkaar. Gelukkig krijgen we op het eind de opdracht een huisje in ons landschap te schilderen, ‘een huisje waarin je zelf zou willen wonen’ hoor ik de cursusleider zeggen. Ah, daar heb ik wat aan, rode dakpannetjes dan maar, en blauw geschilderd hout. Goed gelukt is het huisje niet, maar ik kan er wel lekker naar binnen. ‘A happy accident’.











