Summer Exhibition in Londen
De ZomerExpo in Den Haag maakt de tongen los en is aanleiding om de messen te scherpen over de positie van de hedendaagse (professionele) kunst. Professional of amateur doet er even niet toe, het gaat om de zeggingskracht van het werk, zo is de opvatting van de organisatoren.
Hoe anders gaat het er in de Summer Exhibition in Londen aan toe, want ook al baseert de ZomerExpo zich op het Engelse voorbeeld, de verschillen zijn groot.
‘The older you get, the wilder you become’ lees ik in een zaaltoelichting over de kunstenaar Jeffrey Camp, en de brandende kracht van zijn apocalyptische werken brengen de werken van de andere exposanten in een bezielende gloed. Iedere zaal kent een eigen samensteller (meestal een bekende kunstenaar) die de werken selecteert op een thema dat hem of haar aan het hart ligt; de curator kan ook vrienden uitnodigen om mee te doen. Een prachtige Kiefer krijgt alle ruimte met een hele muur voor zichzelf. De rij geplette zilveren theepotten van Cornelia Parker zijn aanwezig maar niet te koop. Het zijn toegiften om te komen tot een zinvolle en uitdagende inrichting. Tess Jaray maakte haar zaal ‘only for people who are sensitive, intelligent and thoughtful. No one else will enjoy it: the works are delicate, subtle and rich.’ Hier geen angst voor elitaire kunst, integendeel: join the club.
In de Summer Exhibition draait alles om professionele kunst en dat maakt het allemaal extra spannend. Er hangt zoveel goed werk dat de mindere werken die zijn ingezonden van (al dan niet beginnende) kunstenaars en amateurs als het ware worden meegelift. Dat is een belangrijk verschil met de ZomerExpo. En bovendien is er weinig middelmaat, veel extremen: krachtige hedendaagse kunst en zeer uitgesproken open inzendingen. Het maakt het allemaal lekker verwarrend en meeslepend. Een muur vol geschilderde landschappen oogt groen en exotisch, traditioneel, naïef en outsider: ze hangen als een grote installatie bij elkaar. De namen van de makers zijn alleen in een boekje terug te vinden. Als ik me bij een vreemd kitcherig wandobject afvraag hoe het door de mazen van de selectie heen heeft kunnen glippen en ik lees vervolgens de naam van de maker (Cathy de Monchaux), dan voel ik me niet bedrogen maar moet ik er om lachen en begrijp ik het juist weer. Haar werk speelt immers voortdurend met de grenzen van de goede smaak. Het beoordelen van een enkel werk is soms tricky business, de context speelt altijd een rol. Professionele werken hebben een plek in een oeuvre en verbonden met complexe ideeën, een hedendaags kunstwerk komt met verhalen en gedachten. De organisatie beseft zich dat maar al te goed en organiseert dan ook lezingen van 10 minuten over een bepaald werk op zaal. Maar waarom die ronde steen de hoofdprijs heeft gewonnen begrijp ik ook niet direct, al zou ik de titel wel een prijs willen geven. In de Summer Exhibition wordt alles losgeschud zonder dat er een discussie over het belang van de hedendaagse op het spel wordt gezet. Exciting!
De Royal Academy of Art organiseert de Summer Exhibition met een open inschrijving al sinds haar oprichting in 1768: ‘Open to all artists of distinguished merit’ staat er in de statuten. De Royal Academy krijgt geen support van de overheid en de Summer Exhibition wordt niet georganiseerd met het doel om amateurs de ruimte te geven. Het doel is om een populaire verkooptentoonstelling te maken die geld oplevert voor de school. Al het werk is te koop en de kunstenaar krijgt 70 procent van de opbrengst, de rest is voor de Royal Academy. Daarnaast betaalt iedere deelnemer 25 pond voor een ingezonden werk en met 10.000 inzendingen per jaar telt dat lekker aan. De inzenders krijgen de kans om hun werk te zien naast het beste wat de Britse kunst heeft te bieden, waardoor de betrokkenheid groot is en deze zogenaamde democratie levert veel publiek op die trouwens ook allemaal entreegeld betalen.
Dankzij de verbintenis van oud studenten met de Royal Academy is het niet moeilijk om Engelse kunstenaars te laten deelnemen, alle grote namen zijn er te vinden, van Martin Creed tot Keith Tyson en van Cindy Sherman tot Gillian Wearing. Curator Michael Craig Martin koos er zelfs voor om een zaal met enkel werken van Royal Academicians (RA’s) in te richten met extra nadruk op vrouwen om de grote kwaliteit van hun werk te laten zien. Want ook al halen vrouwelijke kunstenaars hun achterstand in: ‘I think there should be far more women RA’s’, zegt Martin. ‘It’s no longer acceptable that we have so few.’
Het werk van de RA’s staat kortom centraal en daar wordt het werk van de open inzending aan toegevoegd. Veel kunstenaars hebben sympathie voor amateurs, in hun waardering voor bepaalde werken maakt het niet uit wie de maker is. Ook outsiderart kent veel fans onder kunstenaars. Zij selecteren in een rap tempo uit al die inzendingen werk dat hun aanstaat. En trachten in iedere zaal een soort samenhang aan te brengen.
Dit andere uitgangspunt leidt tot heel andere reacties in de Engelse kranten, er wordt geklaagd en gejammerd dat de amateurs worden weggeduwd door de RA’s, dat van amateurs alleen klein werk te zien is, dat de Ra‘s de ruimte inpikken met grote formaten, en er wordt geklaagd over de kwaliteit van de tentoonstelling. ‘The hype about the show claims that amateurs are given the chance to be hung alongside the best artists. Actually, the show is about making money for the academy, and the amateurs are kept firmly in place.’ En ook dat is blijkbaar een oude traditie, een van de karakters in het boek The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde mekkerde al over dezelfde hang up’s.
Summer Exhibition 2011
7 June—15 August 2011
In the Main Galleries
Royal Academy of Arts Londen
De catalogus kost 10 pond, The Royal Academy illustrated, en bevat een selectie van de werken.











