Interview met Lex ter Braak, deel 2
Harmen de Hoop, Sandbox, 1996 (uit het boek Urban Interventions: Personal Projects in Public Spaces)HH: Tijdens een gesprek met Michiel van Nieuwkerk in het Parooltheater ging noemde je de veranderende opvatting van het auteurschap als een belangrijk punt in de hedendaagse kunstpraktijk. Ik dacht bij deze uitspraak vooral aan de kunstenaar als curator van andermans werk. Zij maken gebruik van andermans producten, foto’s schilderijtjes, handelingen om er dan vervolgens hun auteurschap eraan verbinden.
LtB: Ja, dan recyclen ze als het ware dingen. Voorwerpen die onbeduidend geworden zijn, of hun betekenis hebben verloren. De kunstenaar schenkt ze in het hergebruik een nieuw leven maar wel naar eigen inzicht, naar zijn eigen idee. We hebben die bemiddelende rol van de kunstenaar nodig om ons bewust te worden van wat bijzonder is. Ik denk dat zonder de kunstenaar de found footage nooit zo’n waardering had gekregen. Net als ons blik op de werkelijkheid verandert door kunstenaars die kleine ingrepen in de openbare ruimte doen en die soms pas veel later zichtbaar worden (zie bijvoorbeeld het boek Urban Interventions).
Je ziet hier eigenlijk twee bewegingen: het ontmythologiseren van de maker en het kunstenaarschap en het uitwerken van de gedachte dat als je goed kijkt kunst overal is. Maar er zijn ook andere tendensen. Zo wordt er bijvoorbeeld binnen de fotografie veel gewerkt met gevonden foto’s maar tegelijk zie je hoe fotografen inzetten op de kunstfactor en precies doen waar die anderen zich tegen verzetten: werk in oplage maken, in een galerie presenteren enzovoort. Beiden zijn exponenten van onze tijd. Zo heb je ook kunstenaars die schilderijtje op rommelmarkten kopen en daar drie stippen op zetten en dat is het. De hele handtekeningen kwestie is de Marcel Duchamp pose, in wezen zou je kunnen zeggen dat hij de eerste was die op die manier nadacht over wat het betekende kunst te maken, en de waarde van de handtekening. Dus er is altijd al wel gespeeld met het idee van het auteurschap, alleen is het in deze tijd breder geworden. Kunst is nu ook meer een systeem geworden, meer dan aan het begin van de 20e eeuw.
Péter Forgács, The W-Project, 2009HH: Heeft de kunst die verschuiving ook nodig? Vaak wordt gezegd dat het publiek de moderne kunst niet begrijpt, zou het gevolg van de andere opvatting over het auteurschap die kloof kunnen dichten?
LtB: Er wordt vaak gezegd dat de hedendaagse kunst onbegrijpelijk is, daar verzet ik me tegen, ik vind kunst niet zo onbegrijpelijk, er is veel meer kunst die ik wel begrijp dan die ik niet begrijp. Ik denk eerder dat found footage te maken heeft met het gebruik maken van het toeval van het leven, en met ‘mijn maken bestaat uit kijken’. De kunstenaar stuurt dat toeval, vanuit een bepaalde visie zoekt hij de ‘gevonden foto’s’. Ik denk dat de bemiddelende rol van de kunstenaar ons heeft leren kijken naar bijvoorbeeld charmante huiselijke kiekjes. Zonder zijn inbreng waren ze in het fotoalbum gebleven. Nu stuurt hij het kijken aan met een selectie, met een keuze, met een toelichting.
HH: Hoe zou je een echte professional willen definiëren binnen de beeldende kunst?
LtB: Dat is een ongelooflijk ingewikkelde vraag. Zo was tijdens de BKR de norm dat hij aantoonbaar 35 uur per week in zijn atelier aan het werk moest zijn. Vanuit dat oogpunt zou Jan Schoonhoven dus geen professional zijn. Iemand die een oeuvre opbouwt en daaraan werkt, in de avonduren of dag en nacht dat maakt niet uit, dat is voor mij een professioneel kunstenaar. Maar let wel: een professional hoeft niet perse goede kunst te maken, dat is weer een andere kant van de zaak. De echte discussie begint pas met die vraag.
HH: De organisatie van de ZomerExpo vindt het onderscheid tussen professioneel en amateur niet werkelijk relevant, de communicatie tussen kunstwerk en toeschouwer is uniek, het raakt je! Of niet. Hoe zie jij dat?
LtB: Zoals ik al aangaf staat in deze tijd vooral het individuele werk centraal en daar past de ZomerExpo goed in. Daar valt wel wat op af te dingen want dat betekent dat de kwaliteit bepaald wordt door de instant ontvankelijkheid van de toeschouwer. Ik denk niet dat je in een oogopslag de betekenis van een werk kunt doorzien en de positie van de maker kunt bepalen. De professionele kunstenaar is zich bewust van zijn positie, de geschiedenis en zijn tijd. Eigenheid is een belangrijk element. Een werk in z’n eentje beoordelen, zonder context, zonder toelichtende informatie is om die reden heel beperkend. Maar dat past in deze tijd waar het steeds meer om het ene, losse werk draait en wat we daar van vinden. Ik denk dat een goed kunstwerk wordt gedragen door een idee dat zich pas in de loop van de tijd – en dan nog maar ten dele – laat kennen.
Kat Mammone, Found Footage WorkHH: Wat onderscheidt de amateur van de professional?
LtB: Een amateur werkt voor zijn plezier en zijn erkenning ligt binnen de eigen huiselijke kring. De ervaring leert dat die waardering bestaat voor herkenbare kunst, voor de herhaling van wat ze eerder en elders hebben gezien. Het is opvallend dat amateurkunstenaars zich zelden of nooit spiegelen aan het werk van hedendaagse beeldende kunstenaars. Alsof amateurs geen galeries of museums bezoeken. Het lijken behoorlijk gescheiden circuits die in ruime kringen om elkaar heen lopen.
HH: Is dat niet heel jammer? Zouden amateurs niet veel kunnen leren van de professionele kunst? Op scholen zie je vaak kindertekeningen hangen waarin de vormen en kleur van Mondriaan duidelijk het uitgangspunt was. Maar opdrachten gelieerd aan de hedendaagse kunst zouden juist tot verdieping kunnen leiden. Van daaruit zou kunst kunnen ontstaan die dichter bij de maker ligt.
LtB: Ja maar ik denk niet dat de amateur daar op zit te wachten. Als het werk persoonlijker en eigenzinniger wordt dan is er wel die verdieping bij de maker maar de erkenning in eigen kring valt steeds meer weg. En daar doet een amateur het toch voor: dat zijn familie, zijn directe omgeving het werk bewondert. Zo beschouwd is een amateur een blinde. Hij maakt zijn kunst zonder zicht op haar geschiedenis, zonder reflectie en idee over de kunst van nu. Het is louter het plezier van het moment.
HH: Toch krijgt de amateur op dit moment de volle aandacht. Het Vierkante Ei en de ZomerExpo 2011 komen eraan. Als ik de amateurinzendingen bekijk, dan zie ik vooral figuratieve schilderijen. Helpen amateurexposities de hedendaagse kunst te begrijpen of bevestigt de amateurkunst eerder het cliché?
LtB: Ik vind het op zich uitstekend dat amateurs door exposities als Het Vierkante Ei en de ZomerExpo in de belangstelling staan. Ik juich het alleen maar toe. Het is fijn voor hen en hun omgeving dat ze met hun werk in een museum terecht kunnen. Maar als de gedachte is dat het uiteindelijk allemaal hetzelfde is, professionele kunst en amateurkunst, dan is dat hetzelfde als naar een potje straatvoetbal kijken en denken dat je de World Cup bijwoont.











