Drift: Wij zijn onwijs ambitieus
Hanne Hagenaars in gesprek met Ralph Nauta en Lonneke Gordijn.
De winnaar van de ZomerExpo is het ontwerpersduo Drift, Ralph Nauta en Lonneke Gordijn. Het raam van hun studio in Slotervaart is helemaal afgedekt met bruine kartonnen doosjes die gestapeld voor de ramen staan. Overal staan kisten en verpakkingen en in een grote houten kist is een soort kroonluchter van koperkleurige rechte draden met paardenbloemen op LED lampjes heel zorgvuldig vastgezet, klaar om te worden opgestuurd naar een Russische verzamelaar, hij zag het werk op de grote designbeurs in Milaan. Hun werkruimte bevindt zich in een wat donkere nis achter in de ruimte zonder uitzicht naar buiten. Hier zonderen de twee ontwerpers zich af om hun ideeën te uit te werken die toch zo duidelijk betrekking hebben op die buitengesloten wereld.

Hun paardenbloempluizen die door ledjes worden aangelicht brengen enerzijds herinneringen naar boven aan dit banale onkruid met gele bloemen waarvan ieder kind de pluizen met veel overgave wegblaast, als wel een vreemde ervaring in de combinatie met de techniek. Wat is er aan de hand met deze bloemen? Dit ritueel van het wegblazen van de pluizen (en als geen enkel pluisje stand houdt mag je een wens doen) zou het kunstwerk vernietigen. Hun werk is zo fragiel dat je je adem inhoudt. De paardenbloempluizen die stuk voor stuk op ledjes zijn geplakt spraken de bezoekers van de ZomerExpo aan, ze kregen de meeste publieksstemmen. Het is ook fascinerend dat zo iets simpels als een uitgebloeide paardenbloem wordt verbonden met tijd en techniek en zo poëtisch en fragiel eruit ziet.
Hanne Hagenaars: Hoe zijn jullie tot dit werk gekomen?
Lonneke Gordijn en Ralp Nauta: Ons afstudeerwerk bestond al uit paardenbloemen en een elektrisch systeem. Dat zijn we verder gaan ontwikkelen. We willen alles laten overwoekeren door de techniek. We maken veel werken met paardenbloempluisjes en door ze een voor een op een led te plaatsen met een pincet creëren we een elektronische bloem.
HH: Wat was de reden om mee te doen aan de ZomerExpo?
LG & RN: We waren vooral benieuwd wat er speelt op het gebied van de kunst en waar wij dan staan, hoe ons werk zou worden gezien. We wilden dat eens vanuit een andere hoek laten bepalen, dus anoniem en zonder discussie. Het gaat om het werk en niet om wie het maakt. Toch hadden we wel een Idols gevoel toen we daar bij de Westergasfabriek in de lange rij stonden. Een veekeuring waarbij het paard wordt voorgeleid en weer afgevoerd. Deze selectie past zo totaal niet bij de kunstwereld. Wie komt er op af? Straks wordt je niet gekozen en wat zegt dat dan? Maar we wonen om de hoek en het was makkelijk om er even naar toe te gaan. En we willen graag in een Nederlands museum komen met ons werk.
HH: Was de eerste prijs een complete verrassing?
LG & RN: Ja, wij komen uit de designhoek (opleiding Design Academy in Eindhoven). Je zou verwachten dat er iets traditionelers gekozen wordt.
HH: Hebben jullie veel reactie gekregen?
LG & RN: Ja onwijs veel reacties, het NRC, Het Parool, zelfs De Wereld Draait Door heeft gebeld. Dat komt goed uit want we willen onze contacten in Nederland graag uitdiepen. We hebben presentaties in het buitenland, zoals in het Museum of Arts & Design in New York. Binnenkort doen we mee aan een expositie in het Boijmans over nieuwe energie vanuit kunst en design. Maar door de prijs komt er een vaart in de contacten, verzamelaars die bellen.
HH: Waar willen jullie naar toe met je werk?
LG & RN: Wij zijn onwijs ambitieus. We willen een werk maken in de turbinehal van de Tate Modern in Londen, dat is onze ultieme wens.
HH: Kunstenaar of designer?
LG & RN: We werken vanuit een eigen gevoel en idee, om een bepaald beeld over te brengen, in de uitvoering zijn we ongelooflijk pietje precies. Het gaat om de schijnbare tegenstelling tussen natuur en techniek, twee extremen die samenwerken om te overleven, de techniek die het gevolg is van de natuur. De paardenbloemen plukken we in de natuur, dat lekkere gevoel van die holle steeltjes. Als je die pluisjes bestudeert is het zo hightech. Wat we nu als een technisch hoogstandje beschouwen is eigenlijk niets vergeleken bij de natuur. Ons werk is een waarschuwingsbeeld, de mensen nemen alles maar voor lief, we noemen een paardenbloem onkruid maar het is een wonder, zo’n vernuftige plant. Als we zo doorgaan hebben we de techniek nodig om de natuur te laten overleven.
Van de natuur kun je beter afblijven, dat is een boodschap die we uitdragen. Processen in de natuur zijn onnavolgbaar en we doen alsof het doodnormaal is. We houden van techniek. En van de link tussen natuur en techniek!
We hebben ook een werk gebaseerd op het zwermgedrag van vogels, daar kunnen we uren naar kijken. Hoe het werkt? We volgen het patroon en dat zijn we met behulp van technologie gaan uitbeelden. De installatie heeft tweehonderd buisjes waar een ledje in zit dat het glas doet oplichten. Het publiek kan er om heen lopen en de lampen reageren op de mensen. Het effect is alsof een groep (de lampen) wordt aangevallen door de mensen. Een interactief werk dat leeft.
HH: En hoe zijn jullie als duo samen gaan werken?
LG & RN: Eerst was er de liefde, na onze eerste ontmoeting bleven we non stop, dagen, weken praten over van alles, over hoe we de wereld konden verbeteren. Na het afstuderen werkten we ieder aan onze eigen projecten maar door elkaar steeds te helpen schoof het toch in elkaar. Onze ideeën liggen dicht bij elkaar en samen denken we groter dan alleen. We nemen meer risico’s.
HH: En wat doen jullie naast het werk? Hobby’s?
Lonneke: Ik speel piano. Samen dansen we, een soort rock ‘n roll op live jazz muziek, dan gooi je elkaar door die kamer heen. Verder zijn we non stop aan het werk.
Ralph: En ik ben een science fiction junkie. SF wordt vaak gezien als ruimte- en oorlogavonturen maar naar mijn idee is die wereld de voorloper van de techniek van nu, een fantasie van wat nog niet kan en waar de ingenieurs mee verder gaan. Op dat moment kunnen het al wel bedenken maar nog niet maken. SF filmers en schrijvers bedenken de meest fantastische technologische mogelijkheden en ze baseren zich daarbij op ideeën van wetenschappers die ze echter veel verder uitspinnen. Of het zijn visionaire ideeën die uitvinders aan het werk zetten.
HH: Heb je voorbeelden van SF boeken en films die technologische ontwikkelingen hebben voortgebracht. Kun je het concreet maken?
LG & RN: Phillip K. Dick is schrijver van Do Androids dream of Electric Sheep? wat later is verfilmd als Blade Runner. Hij kwam met het idee van het klonen van dieren om ze te behoeden voor uitsterven. Wat bij het schaap Dolly werkelijkheid werd. H.G. Wels voorspelde een man op de maan in zijn boek Man on the moon uit 1901. Hugh Gernsback voorspelde de videotelefoon in zijn boek Ralph 124C 41+ wat later in Metropolis wordt gebruikt en vandaag de dag werkelijkheid is geworden in de meeste smart phones.
In Stanley Kubrick’s film 2001: A Space Odyssey neemt een computer (H.a.l.l.) beslissingen wanneer (hij denkt dat) een menselijk keuze faalt. Auto piloten in grote vliegtuigen doen dit nu ook als een piloot een onverantwoordelijke beslissing neemt.
Maar er zijn ook simpelere voorbeelden zoals een automatische deur die het eerst te zien was bij de eerste Star Trek series uit 1966 en later massaal is toegepast met sensoren in onder andere kantoorpanden. Maar ook telepoort machines waar al decennia aan gewerkt en gefantaseerd wordt. En roltrappen waren voor het eerst in SF te zien.
Ralph: Dat uitvinden van hoe de technische wereld werkt, zit ook in mijn (mannelijke) aard, vrouwen zijn meer met het sociale aspect bezig. Ik leer Lonneke naar Science Fiction kijken.
Lonneke: Ik ben meer het dromerige type, dat uren in het gras ligt en dan vol ontzag naar die microwereld kijkt, naar de insecten, de wandelende takken, de parallelle werelden. Ik heb meer affiniteit met dieren. Ik houd bijvoorbeeld de film The dark Crystal uit 1982, een poppenfilm waarin alles fantasie is maar dan heel concreet uitgewerkt met kaarten, nieuwe planten, landschappen en nieuwe vormen van leven. Een heel nieuw ecosysteem.
HH: Games?
Lonneke: Nee totaal niet
Ralph: Ik weet er alles van, ik heb het wel een tijd gedaan maar nu vind ik het zonde van mijn tijd.
HH: Helden?
LG & RN: We raken niet geïnspireerd door kunstenaars, dat proberen we te vermijden. We voelen ons wel verwant met de werkwijze van kunstenaars als Joep van Lieshout, omdat hij een eigen wereld creëert, een andere samenlevingsvorm uitdenkt en die tot in de details uitwerkt. Of met Olafur Eliasson die een zon liet schijnen in de turbinehal van de Tate, ook al een wereld op zich. En Theo Janssen met zijn strandbeesten.
Ralph: Eigenlijk waardeer ik de mening van een kind meer, zo puur, die ziet gelijk wat het is, iemand die geschoold is denkt al snel dat iets niet kan. Een kind accepteert fantasie, maar ook wat het tegenkomt en ziet ook hoe bijzonder zo’n bloem in elkaar zit.
Lonneke: Het meeste indruk maakte het Mori Art Museum in Tokyo, ik heb niet één werk gezien dat ik niet begreep, alles was totaal anders dan wat je al kende en toch te begrijpen. In Japan gaan mensen zo ver in wat ze kunnen. De straatveger is trots op zijn werk. Alles is met zorg vorm gegeven. De samenleving komt eerst, dan het individu, eigenlijk heel SF, ook dat kicken op schoonheid en die liefde voor de techniek.











