ARCHIEF
Archief » Blog » MotleyXL »

De kunst van het niet maken


Anya Gallaccio, Because nothing has changed, 2000

Kunstenaar Charles Ray vond in Californië een omgevallen dode boom en wilde deze precies zo laten namaken. Dus moest hij de expertise inroepen van een Japanse meester-snijder die samen met zijn team vier jaar werkte aan het snijden van een exacte kopie uit het hout van een Cypres. Anya Gallaccio wilde appeltjes van porselein aan haar in brons gegoten boom, dus ging op zoek naar een expert-keramist die de blos van de appeltjes precies zo verleidelijk kon kleuren als de appeltjes uit het paradijs.  

Charles Ray, Hinoki, 2007

Wat met bomen kan, kan ook met dieren, met dingen en met mensen. Koen Vanmechelen, gefascineerd door kippenrassen en op zoek naar de ultieme kip, combineert gevederde kippenkarkassen met glaswerk, en liet zich daarbij helpen door Venetiaanse glasmeesters. Berend Strik laat de borduursels, het kant en fluweel op zijn foto’s aanbrengen door een team van professionele naaisters. Sam Durant verscheepte plastic tuinstoelen (waarschijnlijk made in China) naar China om ze daar, handmatig en met oude keramische technieken, te laten namaken in geglazuurd porselein. Met als klap op de vuurpijl: Maurizio Cattelan die het beeld Frank and Jamie maakte; twee politieagenten die letterlijk op hun hoofd staan. Nou ja, maakte… Cattelan: ‘It only takes a minute to have an idea. After that, I don’t do anything.' Zijn ideeën worden uitgevoerd door assistenten, ambachtslieden en preparateurs (niet in het geval van de agenten).

Maurizio Cattelan, Frank & Jamie, 2002

Bovengenoemde voorbeelden staan in het boek The Art of Not Making: The New Artists/Artisan Relationship, een boek over kunstenaars die hun werk deels of in zijn geheel laten uitvoeren door anderen, omdat ze een bepaald specialisme, of geavanceerde techniek niet beheersen. Het boek stelt de vraag naar het auteurschap: van wie is het uiteindelijke werk, want zonder de skills, het ambacht van een ander, zou dit werk niet bestaan hebben. Hoe zit het als Cattelan zegt: ‘Ik ontwerp niet, ik schilder niet, ik beeldhouw niet. Ik raak mijn werk absoluut nooit aan.’ Toch is er geen assistent of ambachtsman in dit boek die eraan twijfelt: het werk is voor 100% van de kunstenaar, die heeft het bedacht, en die wil het op een bepaalde manier.

Sam Durant, Unique mono-block resin chairs, 2008 (built at Jiao Zhi Studio, Xiamen China. Produced by Ye Xing You with craftpeople Xu Fu Fa and Chen Zhong Liang. Kang Youteng, projectmanager and liason)

‘Wat de 21ste eeuw voor de kunst allemaal nog in petto heeft weten we niet, maar als eerste tien jaar de toon hebben gezet breken er weer gouden tijden aan voor de ambachtelijkheid. Kunstenaars zien weer helemaal de kracht van het elementaire maakwerk en hun wapenkast met technieken is voller dan ooit’ schreef Cornel Bierens vorig jaar in De Groene Amsterdammer in een tweedelig essay over ambachtelijkheid. Hij noemt als voorbeeld het borduurdraad op de schilderijen van Michael Raedecker en de keramische vazen van Grayson Perry. Deze kunstenaars wonnen internationale prijzen omdat ze het ambacht op een frisse manier in te zetten en weten te combineren met hun ideeën. De voorbeelden zijn nog best voorzichtig: Raedecker gebruikt de draad eerder als schilderkunstig middel en Perry is doorgebroken door zijn opmerkelijke afbeeldingen op vazen. Niet helemaal hetzelfde als ambacht. Maar, het is waar, het taboe is eraf, het kunstpubliek begint er aan te wennen.


De behoefte is wederzijds. De kunstenaar zoekt nieuwe uitdrukkingsvormen en oude technieken geven een antwoord. De ambachtsman moet overleven en zoekt nieuwe wegen. Cornel Bierens beschrijft hoe een curator op Bali aan een stafmedewerker van de Mondriaan Stichting vroeg of er niet meer Europese kunstenaars naar Bali konden komen. ‘Dan konden ze nieuwe werken bedenken samen met de ambachtslieden, zodat die niet steeds hetzelfde hoefden te maken. Hoofd zoekt hand die hoofd zoekt’ schrijft Bierens. Misschien is nog een derde partij: de behoefte van de kunstkijker. Het ambacht mag op veel affectie rekenen bij een groot publiek: want het ambachtswerk is perfect, goed en met zorg gemaakt. Waren alle kunstwerken maar zo perfect. Gelukkig heeft het publiek het, als het er om gaat hoe kunst eruit ziet, niet voor het zeggen.

Maria Roosen zegt over haar samenwerking met vaklieden: ‘Ik laat dingen groeien. Ik zaai het zaad en vraag dan aan andere mensen het zaad te laten bloeien. Ik manage en begeleid het proces – je zou kunnen zeggen dat ik een kunstenaar ben met groene vingers.'

Koen Vanmechelen, The Accident, 2009

Berend Strik, Mama loves you, 2005

| | | laat een reactie achter