Benno Tempel opent de expositie in De Appel: Iedereen kan alles!? Genie zonder talent
Ann Demeester legt uit dat ze deze tentoonstelling op dit moment laat plaatsvinden vanwege het klimaat in Nederland: 'het draait om een aantal onderwerpen die nu punt van discussie zijn: creativiteit en kunst, genie en talent. Wie is kunstenaar, wie is een amateur, wie is eigenaar van creativiteit, wie maakt kunst, wie beoordeelt kunst? Is dat een expertise, kan iedereen dat? Staat een kunstwerk op zich of wordt het bepaald door zijn context. Ik geloof sterk in dat laatste, dat de waarde van een kunstwerk wordt bepaald door de context.'
Benno Tempel: 'Een nogal demotiverende titel, een genie zonder talent, iedereen is een kunstenaar. Sommige politici zullen graag een einde maken aan alle kunsteducatie in Nederland. Maar ik hoop dat we aan het einde van deze speech allemaal het tegenovergestelde zullen willen. In het Gemeentemuseum in Den Haag hebben we de ZomerExpo, gebaseerd op de Summershow in Londen, een lange traditie waarbij iedereen anoniem zijn werk kan insturen en een jury een aantal honderden werken selecteert voor een expositie. We trachten hetzelfde te doen in het gemeentemuseum. Maar het gaat niet enkel om de amateur of de professionele kunstenaar zijn, iets dat gebeurt fascineert me, namelijk het feit dat deze tentoonstelling nu al een groot succes is, na drie dagen al, er is veel publiek en aandacht van de pers. We hebben een expositie over Cezanne, over Picasso en deze expo’s halen de nationale televisie niet. Maar de ZomerExpo krijgt een programma van een uur live op de nationale televisie, dat is nooit eerder gebeurd met een kunsttentoonstelling. Deze belangstelling is fascinerend, de belangstelling voor het idee dat je amateurs laat zien in het museum.
Deze belangstelling van het algemene publiek zie ik als problematisch want het is juist dat publiek dat over kunst zegt; 'dat kan ik ook, of dat kan mijn kind ook'. Dit gebeurt steeds over de hedendaagse kunst maar in Nederland gebeurt het ook ten aanzien van de klassieke moderne kunst. Het gemeentemuseum herbergt de grootste collectie Mondriaan in de wereld en ik moet met enige schaamte bekennen dat vele leiders van de grote internationale bedrijven in Nederland nogal eens zeggen, bijvoorbeeld tijdens een sponsorparty, ‘O, Mondriaan, daar houd ik niet van, mijn kind/kleinkind kan dat ook.’ In Nederland wordt nogal eens neergekeken niet alleen op de hedendaagse kunst maar ook op klassiek moderne kunst. Het grote publiek houdt meer van Monkey’s art. Enige weken gelden was er een item op het Journaal van een driejarig kind dat een tentoonstelling had met haar schilderijen. Sommigen waren zelfs verkocht voor 10.000 dollar. Dit was op het nationale nieuws, vreemd want als je een tentoonstelling hebt met werken van Picasso of Cezanne dan haal je daarmee nooit het journaal maar het werk van een driejarige wel. Dat is problematisch in Nederland. Op een bepaalde manier kun je zeggen dat deze tentoonstelling gaat om die belangstelling, de aantrekkingskracht tussen professionele kunstenaars en amateurs, of misschien meer de interesse die prof kunstenaars hebben voor de wijze waarop amateurs werken of de intentie die zij schijnen te hebben met het werk. Ik weet zeker dat ik geen recht doe aan alle werken in deze tentoonstelling maar ik heb geprobeerd drie categorieën te maken.
1) humor, een brede categorie, meer slapstick, een van de video’s van John Smith waarin hij het woord Purse met persoon verwart, en dat deed me denken aan een film van de Marx Brothers: 'can you bring me a seal for the envelope?' en de ander komt met een zeehond aan. Deze grapjes met woorden, die absurde humor zien we terug in de tentoonstelling en die zien we ook vaak in amateurkunst. In deze tentoonstelling is er over gedacht, het is niet dat je zomaar een grap die de kunstenaar wilt vertellen maar als instrument om een boodschap mee over te brengen.
2) Een andere categorie was het naïeve, veel werken zijn met opzet bad paintings, naïef geschilderd, een van die deelnemers is Henry Heerup, interessant omdat hij een van de mensen van de Cobra beweging is die vooral bekend is om zijn sculpturen, maar ook wel schilderde. Ik ken het werk omdat het Gemeentemuseum een aantal schilderijen van hem heeft gekregen. En wat je ziet is dat in het werk dat hij maakte tussen de jaren 40 en 80 weinig ontwikkeling te zien is. De stijl blijft hetzelfde. Toch inspireerde hij veel kunstenaars met die werken. Een typische kunstenaars kunstenaar, dat is de aantrekkingskracht die je vaak ziet bij naïeve kunst. Kunstenaars worden aangetrokken door deze kunst want ze zouden graag eenzelfde ‘sense of innocence’ willen hebben of eenzelfde ‘sense of originality’.
Dat zou je ook kunnen zeggen van Spilliart in deze tentoonstelling. Het doet me ook denken aan het werk van de Chinese kunstenaar wiens naam ik maar niet kan onthouden: Cai Guoqiang's met zijn Peasant da Vinci's. Hij reisde door het platteland van China en verzamelde de machines als submarines, helikopters die de boeren daar maakten. Hij plaatse deze niet-kunstwerken in het museum en dat is typisch voor kunstenaars, hun fascinatie voor dingen die gemaakt zijn door boeren, de interesse voor wat boeren maken, kinderen, bijvoorbeeld of de beroemde collectie kindertekeningen van Kandinsky. Hij kopieerde soms zelfs stukken in zijn eigen werken dat hem hielp om het originele karakter van het werk te krijgen.
3) Ten derde, meer een content ding, de kunstenaars neemt zijn eigen leven, of het lijkt dat ze hun eigen leven als voorbeeld nemen. Dus je krijgt een soort dagboek, een blog, zodat je in de verhaallijn hun leven en ervaringen kunt volgen alhoewel een deel ook weer fictie is.
Zal het helpen deze tentoonstelling tot een succes te maken? Nee ik denk van niet. Niet omdat de tentoonstelling niet goed is , maar niet als succes voor het grote publiek. De ZomerExpo is een hit, en de Caldictentoonstelling in de kunsthal was het ook, de mensen die zeggen dat hun kind dat ook kan, houden van deze tentoonstellingen. Dat is dan ook dezelfde reden als waarom ze deze tentoonstelling niet zullen omarmen want: de Caldic collectie was niet gebaseerd op een statement, op een idee maar alle rode werken waren bijvoorbeeld bij elkaar geplaatst. Je laat de kunst zien zonder context en dat is ook het geval bij de ZomerExpo. Iedereen kon meedoen en er werd anoniem gekozen en dat is wat het publiek aantrekt.
En dat is beangstigend, in Nederland verliezen we het publiek, of we hebben het publiek voor hedendaagse kunst al verloren, de reden daarvoor is dat dit publiek niet geïnteresseerd is in de context. Het publiek komt niet naar galeries, musea en kunstenaarsinitiatieven want daar is context. Het antwoord zal deze tentoonstelling niet geven, ik heb het antwoord ook niet. Maar we moeten er over nadenken: het algemene publiek is niet geïnteresseerd in context. Amateurs inspireren kunstenaars maar dat is niet genoeg om het grote publiek naar De Appel te brengen. Daarvoor moet je een tentoonstelling maken zonder context en dat is dan tegelijkertijd een ‘boring exhibition’, denk ik. Dat geeft ons een andere mogelijkheid: een kunstenaar zal altijd streven naar context want dat onderscheidt de kunst van wat amateurs doen.
En daar komt bij: het publiek zwijgt niet meer, de zwijgende meerderheid bestaat niet meer. Het grote publiek is te veel afgeleid om hen te kunnen interesseren in de kunst Het is een deprimerende visie, ik weet het. We hebben veel mensen verloren voor de hedendaagse kunst, en als we een manier kunnen vinden om die kloof te overbruggen, met context, daar ligt de uitdaging.











