ARCHIEF

Roosmarijn Schoonewelle: Slijtage als accessoire



Roosmarijn Schoonewelle is beeldend kunstenaar en is onderdeel van het kunstenaarscollectief Het Harde Potlood. Ze viel mij op door de mooie kleurencombinaties van haar kleding, een keuze die op een lijn zit met haar tekeningen waarin kleur ook de hoofdrol speelt. 

Roosmarijn: ‘Eerlijk gezegd was kleding een soort hobbel in mijn leven, ik zag er altijd nogal ‘onhandig’ uit. Pas toen ik in de horeca ging werken en me steeds bekeken voelde ontdekte ik dat je er ook iets leuks van kunt maken. Wat ik draag wordt bepaald door combinaties en kleur en ik houd van een beetje ouderwetse sfeer, de jaren '30 of '50, dat komt niet zo precies maar uit mijn kleding spreekt een verlangen naar het verleden, het zachte en romantische.
In het combineren van de kleren zit altijd een contrast, zo rol ik van mijn oranjeroze werkmansbroek altijd de pijpen op, trek er gekleurde sokken bij aan en dan hakken voor het tegenwicht. Ik heb een angst voor ijdelheid, als ik me met aandacht kleed - en als ik dat doe voel ik me vaak wel energieker dan als ik zomaar wat heb aangetrokken - vind ik het belangrijk dat mijn kleding er door de combinatie ook nonchalant uitziet. Dus ik kleed mij helemaal mooi aan en voeg dan iets toe dat het totaalbeeld relativeert. Ook vind ik het daarom niet erg als er soms gaatjes in een vestje zitten, of de mouwen doorgesleten zijn, het wordt gewoon onderdeel van zo’n kledingstuk.


Ik begin ‘s morgens met de keuze voor een rok of een broek. Bij een rok kies ik voor een kort bloesje of truitje en dan een vest. Bloesjes met een kraagje zijn favoriet. Een broek combineer ik met iets langers en dan zijn ook de schoenen belangrijk om de twist te maken.


Sieraden heb ik niet zoveel, deze oorbellen draag ik vooral als ik me wat flets voel, dat voegt iets twinkelends toe. En ik heb een rond gouden hangertje van het sterrenteken ram, van mijn oma, een beetje ordinair maar dat is dan weer een fijn tegenwicht voor als het te serieus dreigt te worden.’


De kledingkast van Roosmarijn is niet groot, en ze geeft er ook niet veel geld aan uit. Ze doet ook jaren met ieder kledingstuk, slijtage accepteert ze lange tijd, het hoort er bij, net als je verwelkte bloemen ook heel mooi kunt vinden. Ze koopt haar kleren bij Wini op de Haarlemmerstraat, op het Waterloopplein, soms in de Tweede Ronde, een kringloopwinkel waar ze met name ouderwetse mannenbroeken vindt en ze krijgt weer nieuwe items door de kledingruilbeurs. In het ateliercomplex waar ze werkt is een weggeefkast, daar hangt ook wel eens iets bruikbaars tussen. Goed zoeken en combineren is de basis van de kledingstijl van Roosmarijn.

| | | tag - Roosmarijn Schoonewelle, Het Harde Potlood