ARCHIEF

Leve de president! Afrikaanse portretdoeken in het Tropenmuseum



In Zuid Afrika logeerde ik in het guesthouse van journaliste Heidi Holland. Aan de muur hangt een foto van Nelson Mandela waarop hij kort na zijn inauguratie als president een groep jongens op een middelbare school toespreekt. Je ziet Mandela op de rug en daarachter de gezichten van alleen maar witte jongens die met wantrouwige en norse blikken naar hun president kijken. In hun midden staat één zwarte jongen die de sterren van de hemel straalt.  Met de wisseling van de macht zijn de denksporen van de apartheid nog lang niet verdwenen. We praten er met Heidi over terwijl we rond de tafel zitten, op stoelen met kussentjes van blauwe stof waarop een portret van Nelson Mandela is geprint, eigenlijk een nogal oneerbiedig eerbetoon. In de winkel om de hoek is ook een tas te koop van deze Mandelastof. Het past in de Afrikaanse traditie waarin textiel als communicatiemiddel wordt ingezet. Als toerist kun je lelijk de mist in gaan doordat je de boodschap niet ziet of begrijpt. In Tanzania kocht ik eens een lapje stof voor de vrouw bij wie ik logeerde. Ik wilde afrekenen maar gelukkig waarschuwde de verkoopster me op tijd: het bleek dat de tekst op de stof iets betekende als ‘pas op, ik heb je wel in de gaten.’ Een vrouw draagt deze doek als ze het vermoeden heeft dat haar man vreemd gaat. Geen geschikt cadeau dus.
 


Persoonlijke propaganda, meningen, wensen en verlangens, alles staat op stof, in de Afrikaanse wijken van Brussel of Parijs of in Kinshasa liggen in de winkels lappen bedrukte stof met Korans, Bijbels, met Jezus of de maagd Maria, met bankbiljetten, of mobiele telefoons. Het hele moderne leven is terug te vinden op doek.


Daarnaast kent Afrika een lange traditie van gelegenheidsdoeken, textiel met een print ter ere van een speciale gebeurtenis. Het Tropenmuseum laat t/m 29 augustus doeken zien met portretten van politieke leiders uit Afrika, tezamen met foto’s waarop de stof gedragen wordt. De gewoonte om staatshoofden af te beelden bestaat al lang, op een foto van Kurt Lubinski uit 1939 staat een lokaal dorpshoofd uit Togo in een uitbundige doek met daarop het portret van de Engelse koning George VI die twee jaar daarvoor gekroond was. Na de eerste golf van onafhankelijkheid nemen de nieuwe leiders deze traditie over. Kwame Nkrumah droeg bij zijn inauguratie als president van de republiek Ghana in 1960 geen westers kostuum maar een Kente, een lap stof in een speciaal koninklijk patroon. Zijn aanhangers droegen een shirt of rok waarop zijn portret te zien was om hun nieuwe leider te omarmen en steun te betuigen. Al die mensen met dezelfde kleding versterken het saamhorigheidsgevoel van de nieuwe natie: wij zijn één is de boodschap. Identiteit, klassieke waarden en de moderne tijd worden zo gecombineerd in iets simpels als een lap stof. Vele tientallen leiders hebben sindsdien hun gezicht laten printen op stof, als een soort propaganda zoals hier tijdens de verkiezingen de gezichten van Cohen en Balkenende op grote billboards. Maar wat een mogelijkheden: de vereniging van Nederlandse huisvrouwen tijdens hun uitstapje naar de huishoudbeurs in Balkenende-jurken.


Iedere president laat in verkiezingstijd propagandatextiel maken, zelfs Mugabe, de verzetsstrijder uit Zimbabwe die langzaam is veranderd in een wrede dictator. Dat is opmerkelijk gezien Mugabe’s uitgesproken voorkeur voor dure Engelse maatpakken. Toen bij de eerste bijeenkomst van het kabinet ministers in traditionele hemden of de gebruikelijke combatkleding verschenen sommeerde hij hen: ‘Gentlemen, if you wish to be members of the cabinet, you must dress like members of the cabinet.’ * En daarmee bedoelde hij westerse maat kostuums. Zelf had hij een voorliefde voor maatpakken van de beroemde kleermakers van Savile Row in Londen. ‘Mugabe has never adopted traditional African dress. Indeed, he never wears anything resembling it, except when out electioneering’.* Een foto op de expositie toont Mugabe in een Mugabe shirt.


Propagandatextiel is verbruikstextiel en wordt voor een paar centen gekocht op markten en winkels in Afrika. Paul Faber, samensteller van de tentoonstelling heeft een uitgesproken voorkeur voor de populaire cultuur waarin grote sociale bewegingen zich uitdrukken in volkse spullen. Het mooie van deze goedkope lappen stof is dat er niet veel wordt weggegooid en de kleding wordt nog lang nadat de speciale gebeurtenis voorbij is gedragen. De Maasai hoeden hun vee met om hun schouders een lap met een Obama print. Ook dat is zo fijn, op het lichaam gedragen wordt iedere thematiek weer licht van toon, door de vervormingen en vreemde combinaties krijgt alle politieke zwaarte iets lachwekkends. Maar de belangrijkste reden om te gaan kijken in het Tropenmuseum is dat al die stoffen de charme van het ontwerpen zonder regels laat zien en de kleurrijke bonte prints een feestelijke buiteling voor het oog zijn.


(*citaat uit het boek Dinner with Mugabe van Heidi Holland)

| | | tag - Nelson Mandela, Heidi Holland, Zuid Afrika