Vertellen om te vergeten

Op reis gaan is altijd heerlijk. Het idee alleen al: je gooit de deur achter je dicht, laat de boel de boel en om de hoek kan het avontuur van het nieuwe beginnen. Zo simpel kan het zijn. Maar het wordt anders als je verliefd bent. Dan kan een reis een marteling zijn. Elke nieuwe kilometer van huis boort zich dieper in je lichaam en vergroot de eeuwigdurende pijn van het weg-zijn. Er is dan nog maar één ding dat je wilt en dat is terug naar huis, en wel onmiddellijk, om je geliefde te zien, haar je liefde te verklaren en vooral om er zeker van te zijn dat alles nog bij het oude is. De beloftes, tranen, zuchten, smeekbedes bij het afscheid blijven als fantomen door je hoofd spoken. En alles wat je onderweg tegenkomt, herinnert aan haar. De trein dreunt en bonkt: naar huis, naar huis, naar huis. Elke telefooncel is het spottende symbool van de verbinding naar haar kamer, in de mensenmassa’s op straat loopt zij duizendvoudig van je weg, dat rode sjaaltje daar… In de film Lost in Translation (Sofia Coppola, 2003) rent de hoofdpersoon een overvolle winkelstraat in, het meisje van zijn dromen achterna. Als hij haar ingehaald heeft en in zijn armen wil sluiten blijkt zij niet de minste gelijkenis met zijn geliefde te tonen.
De Franse kunstenares Sophie Calle heeft iets soortgelijks meegemaakt. Zij kreeg een beurs van de Franse staat om naar Japan te gaan en daar een tijd te werken. Japan, het betoverde land van de rijzende zon, mooier kan niet, zou je denken. Maar voor Sophie Calle pakte dat anders uit, haar reis werd een complete zonsverduistering. Achteraf gezien dromden de eerste donker wolken al samen nog voor ze goed en wel vertrokken was. Haar nieuwe vriend zei haar dat het niet zo’n goed idee was om weg te gaan. Het was goed mogelijk dat hij er niet meer zou zijn als ze terug zou komen. Zo’n vaart zal dat niet lopen, dacht Sophie, en ze vertrok. Omdat ze de reis belangrijker vond dan het aankomen koos ze ervoor per trein naar Japan te gaan. Onderweg telde ze de dagen af dat ze elkaar weer zouden zien, en elke dag nam ze foto’s van plekken die aan hem deden denken. Al die foto’s op een rij verkortten de afstand tussen Sophie en haar grote liefde. Zij vormden de ‘stepping stones’ naar het geluk van het grote weerzien.

Om de romantiek van dat geluk te vergroten hadden ze in een hotel in India afgesproken. De avond voor hun ontmoeting hadden ze nog telefonisch contact, Sophie had nieuwe kleren gekocht, niets kon hun geluk nog in de weg staan. Maar hij verscheen niet. Geen klop op de deur, geen bericht, niets. Toen Sophie naar Parijs belde zei hij dat hij een ongeluk had gehad, maar de waarheid was dat hij een ander had ontmoet. Al de gedroomde reisdagen naar het geluk hadden haar onverbiddelijk de diepte van onmetelijk liefdesverdriet in gevoerd.
Sophie Calle’s boek Exquisite Pain is het verslag van die reis. Maar het verschil met de werkelijke reis is dat zij zich nu niet meer beet laat nemen door het verlangen. Elke dag is een bikkelharde dag ‘to unhappiness’. En de foto’s die eerst haar liefde bevestigden zijn nu de welsprekende getuigen van haar verdriet. Om dit verdriet te verwerken vertelt Sophie haar verhaal aan haar vrienden, op voorwaarde dat die ook een persoonlijk verhaal over ongeluk vertellen. Het tweede deel van het boek, veelzeggend After Unhappiness getiteld, bevat die verhalen maar ook die van Sophie. Het verhaal over haar liefdesverdriet wordt steeds anders. Soms duiken er nieuwe details op of slaat ze dingen over – en langzamerhand wordt haar verhaal korter en korter en verbleekt het naast de vaak schrijnende verhalen van haar vrienden. Het verdriet is met het vertellen verdwenen, opgelost als sneeuw voor de zon.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in mister Motley #8, De jacht naar liefde (p.78-79)












