Felix & Mumford

Het Nederlandse kunstenaarsduo Felix & Mumford is bezig met een gestage klim richting de top. In hun woonplaats Berlijn trekken ze steeds vaker de aandacht van curatoren en onlangs kocht het Centraal Museum Utrecht één van hun werken. Felix & Mumford willen dat iemand zonder verstand van kunst hun werk ook begrijpt en schoppen graag tegen de gevestigde orde aan – niet dat ze willen beledigen, eerder op scherp zetten. Er mag om hun werk gegrinnikt worden, maar schaterlachen hoeft nu ook weer niet. ‘Wat wij maken is geen grap.’
Het duo onderzoekt onder meer de betekenis van kunst en de sculpturale mogelijkheden van bestaande objecten; ready mades zijn meestal de basis. De uitkomst is zowel vertrouwd als vervreemdend en behalve komisch soms ook sinister. Zoals Expectations (2009); een kamer gevuld met ongeveer twintigduizend gelukskoekjes, stromend uit een kier van de deur. De ‘ruimte vol verwachtingen’ is symbolisch voor de ongebreidelde ambitie van de kunstenaars. Wie tijdens de expositie (in GlogauAIR Gallery in Berlijn) zijn geluk wilde beproeven en een koekje openbrak, kwam vaak bedrogen uit: de meeste waren leeg. Omdat het leven een aaneenschakeling van teleurstellingen kan zijn. Expectations is één van de eerste werken van beeldend kunstenares Claire Fons en schrijver Gamal Fouad – sindsdien Felix & Mumford – en is ontstaan tijdens de residency GLOGAUAIR in Berlijn. Fons en Fouad – ook ruim vijftien jaar een liefdeskoppel – zijn daarna niet meer uit Berlijn weggegaan.
De liefdesrelatie werd vrijwel direct bezegeld toen ze elkaar voor het eerst spraken. Allebei nerds, allebei outcasts. Fons met haar heldere blik op de wereld, en iets ‘down tot earths’ waar Fouad voor viel. Fouad was de zielsverwant die Fons nog niet eerder was tegengekomen: ‘Eerst was ik alleen raar, toen waren we samen raar.’ Een avond en een nacht spraken ze over idealen, literatuur, toekomst, kunst en de dialoog is nooit meer gestopt. Dat ze daarnaast ook een kunstenaarsduo zouden worden, lag tijdens die eerste ontmoeting minder in de lijn der verwachtingen.

We ontmoeten elkaar op Tempelhof, een vliegveld dat sinds 2008 buiten gebruik is en nu wordt gebruikt als picknickveld, hardlooptraject, moestuin, evenemententerrein. Het is op steenworp afstand van hun appartement in Neukölln, een multiculturele wijk met relatief goedkope woningen die als gevolg daarvan steeds meer intrek raakt bij studenten en kunstenaars maar ook toeristen. Fons en Fouad hebben de veranderingen van dichtbij meegemaakt en ondergaan het met enige tegenzin: liever willen ze dat het was gebleven zoals toen ze er net woonden. Zonder te veel poespas en drukte. Fons: ‘We leven een bewust teruggetrokken bestaan.’
Fouad: ‘Ons werk is het belangrijkste, het is wat we het liefste doen. We hebben ervoor gekozen om ons leven niet te laten leiden door sociale contacten. Ik ben blij dat we geen mobiel bereik hebben in ons huis.’ Fons (lacht): ‘Nu moet je niet denken dat we kluizenaars zijn.’ De manier waarop ze elkaar aanvullen is typerend voor de rest van het gesprek. Hun opvattingen over het leven, of over kunst, sluiten naadloos op elkaar aan. Soms corrigeert de een de ander, maar het eindigt vandaag steeds in een tevreden compromis. Het is amper voor te stellen dat het twaalf jaar heeft geduurd voordat ze hun gemeenschappelijke kunstpraktijk begonnen.

Ze leerden elkaar kennen. Fouad studeerde rechten en zou gaan werken als notaris of bij een advocatenkantoor. Daar zou hij goed verdienen en een kabbelend leven leiden. Fons was bijna kunsthistorica en werkte bij een bedrijf dat culturele uitstapjes voor bijvoorbeeld zakenlui organiseerde, het beviel maar matig. Ze hadden elkaar, maar verder was het leven in hun ogen nogal nutteloos. Ze willen zichzelf geen nihilisten noemen, maar het kwam er redelijk in de buurt. Hun werk en hun leven verliep ongeveer zoals het volgens beiden hoorde, maar gaf weinig voldoening.
In een poging tot zingeving deed Fons uiteindelijk op haar vierentwintigste iets dat ze eerder wel wilde maar niet durfde; ze schreef zich in op de Rietveld Academie. Fouad was nog bezig met zijn scriptie, werkte bij een advocatenkantoor op de Zuidas en zag het met lede ogen aan. Fouad: ‘Ik had zo’n leven met een pakkie en een stropdas en lag om negen uur ’s avonds uitgeteld op de bank omdat ik de hele dag had gewerkt. Ik zat in een stramien. Wat gaat zij nou doen, dacht ik.’ ‘Hij was echt saai geworden’, herinnert Fons zich. Zelf kwam ze juist tot bloei door de nieuwe richting die ze haar leven had gegeven. Ze zat ‘in de goede stroom’. ‘Ik brak los uit vaste patronen, ik zag alles in een ander perspectief. De inzichten die daaruit voortkwamen gebruikte ze voor haar werk. Fouad: ‘Ik kan me nog goed herinneren dat ik in de lift zat, op weg naar mijn werk in dat gebouw op de Zuidas, en dacht: Moet ik dit de komende veertig jaar gaan doen?’ Omdat hij ´s nachts niet meer kon slapen, is hij tijdens die wakkere uren gedichten gaan schrijven. Fouad: ‘Ik liep echt met mijn fucking ziel onder mijn arm en schreef deprimerende teksten.’
Het was geen fijne tijd, maar Fouad vond wel de zingeving waar hij lang naar had gezocht. Schrijven. Uiteindelijk zette ‘een innerlijke onrust’ die Fons er toe had gezet om te beginnen aan de kunstacademie, Fouad er ook toe aan om ‘voor zichzelf te kiezen’. Op zijn zevenentwintigste verliet hij daarom de Zuidas en nam een bijbaantje in een parkeergarage. Daarnaast werkte hij bij Perdu, nam deel aan open podia en werd uiteindelijk gecontracteerd door uitgeverij Querido. Vanaf toen werkten Fons en Fouad samen maar onafhankelijk aan een toekomst als kunstenaar.
Hun praktijken verenigden toen ze in 2009 naar Aruba vertrokken, om les te geven aan Ateliers ‘89. Hij in schrijven, zij in beeldende kunst. Onverwacht kregen ze er de kans om te exposeren in een galerie en de kiem voor Felix & Mumford was gezaaid. Na drie maanden op het eiland voelde Fons en Fouad zich opgesloten, het was er zo klein en iedereen kende elkaar. Alles draaide in cirkels, het was alsof de tijd stil stond. Uit dat gevoel ontstond werk voor de expositie # interval. Bezoekers konden de galerie alleen betreden door eerst plaats te nemen in een traditionele wachtkamer (de Wachtkamer, 2009). Op de achtergrond klonk muzak en om de vijf minuten was er een piepje te horen. Pas als de portier de deur opende mochten bezoekers de galerie betreden. Daar stond onder meer een lege doodskist (Doodskist, 2009) waarin zacht een gedicht van Fouad werd afgespeeld. De bezoeker moest er haast met zijn hoofd in gaan hangen om het te kunnen verstaan. Een confrontatie met de dood en symbolisch voor het leven als interval, een tussentijd waarin alles draait om het einde.

De samenwerking beviel zo goed, dat de residency in Berlijn een logische stap was. Dat is nu drie jaar geleden en inmiddels zijn ze zo ongeveer waar ze willen zijn: curatoren tonen interesse, ze exposeren regelmatig, verkopen hun werk en ze worden gezien als up and coming. Onlangs verkochten ze The anatomy lesson (2009) aan het Centraal Museum Utrecht. Het is een werk uit een reeks gebruikte bidtapijtjes waar op een bewust naiëve manier ‘serieuze’ beeltenissen op zijn geborduurd. In dit geval De anatomische les van Nicolaes Tulp. Normaal wordt op een dergelijk tapijt God – ‘Of Allah, wie dan ook’– aanbeden. Deze exemplaren liggen in de richting van Basel, het Mekka van de kunst. Kunst wordt aanbeden, maar tegelijkertijd is het een knipoog naar de serieuze kunstwereld.
Good art/Bad art is ook een knipoog naar die wereld. Het viel Fons en Fouad op dat bezoekers van exposities vaak meteen naar de bar rennen, zonder het werk een blik waardig te gunnen. Tijdens een expositie in GlogauAir Gallery deelden Fons en Fouad stickers uit. Bezoekers mochten de tekst Good art of Bad art plakken bij werken van hun keuze. Dat nam niet iedereen Felix & Mumford in dank af.
Fouad: ‘Sommigen noemen ons werk cynisch. Dat valt wel mee, denken we. Maar we snappen dat het zo kan overkomen.’ (lacht) ‘Aan de andere kant: als je in deze tijd niet cynisch bent is er misschien iets mis met je.’ Van nog net geen nihilisten zijn Felix & Mumford veranderd in bijna-optimisten met een gezonde dosis maatschappijkritiek. Binnenkort maken ze nieuwe werk in Venezuela, op uitnodiging van Museo de Arte Contemporáneo in Caracas en aansluitend keren ze tijdelijk terug naar Aruba, waar het allemaal begon, om deel te nemen aan een residency van Ateliers '89.















