Wie is wie?
Vlnr: Els Swaab, Marja van Bijsterveldt en Wim Pijbes, respectievelijk de nummers 1, 2 en 3 in de lijst van de meest invloedrijke mensen van de Nederlandse kunstwereldOnlangs is voor de zesde keer het boekje Wie is Wie? In de kunstwereld uitgekomen. Leuk, want ik vind het altijd weer bijzonder de obsessieve behoefte van mensen te bestuderen om dingen (en met name zichzelf) te categoriseren. Maar zo door het boekje bladerend, bedenk ik me dat het vooral een handig smoelenboekje is voor de hardcore netwerker. Als je geld nodig hebt voor een project, of iemand zoekt die aan de juiste touwtjes kan trekken, is het een ideale gids tijdens openingsfeestjes. Hoewel… alleen de nummers 1 tot en met 25 zijn in volgorde gerangschikt, verder weet je dus niet of je het hebt tegen een relatief invloedrijke nummer 27 of een totaal onbeduidende nummer 198.
Verder is het natuurlijk de vraag hoe een dergelijke lijst nu precies wordt samengesteld, een punt dat ook in het boekje zelf met een kritische noot aan de kaak wordt gesteld. Want welke criteria gebruik je voor de opstelling van een dergelijke rangorde? Kunstweek heeft er voor gekozen de top 25 samen te stellen aan de hand van de ‘meeste stemmen’ van leden van de Adviesraad en van de Redactieraad. Echter staat er nergens in het boekje vermeld wie er in de betreffende raden zitten, waardoor het nog steeds niet duidelijk is hoe de samenstelling tot stand is gekomen.
Na de lijst beter bestudeerd te hebben, stel ik mijzelf liever de vraag welke kunstwereld de makers in kaart proberen te brengen: zo zijn veel van de mensen in het boekje medewerkers of ex-medewerkers bij grote veilinghuizen, of handelaren en adviseurs voor handelaren. Dit is niet de kunstwereld zoals ik hem zie en ervaar. Ik ben alleen uit pure nieuwsgierigheid geïnteresseerd in Sotheby’s of Christie’s als er weer eens een onderbroek van een overleden popster wordt geveild, en welk bedrag dat dan opbrengt. Voor mij is de kunstwereld simpelweg veel groter en is zij niet te bevatten met wat er in veilinghuizen of musea gebeurt.
Opmerkelijk vind ik ook dat er in de lijst van de 201 meest invloedrijke mensen maar twee kunstenaars (met veel nevenactiviteiten) staan vermeld. Ter vergelijking staan in de Power 100 die Art Review jaarlijks publiceert zeventien kunstenaars, al is dat gezien de reacties op de Power 100 nog lang niet genoeg voor veel mensen. Maar er staan tenminste kunstenaars in. In 2008 bestond zelfs het grootste gedeelte (30%) van de Power 100 uit kunstenaars. Ook is de lijst niet bepaald door een kleine groep maar is er gekeken naar een aantal ‘objectieve’ factoren: ‘Entrants are ranked according to a combination of influence over the production of art internationally, sheer financial clout (although in these times that’s no longer such a big factor) and activity in the previous 12 months’, al blijven deze criteria natuurlijk nog steeds best vaag. Om een voorbeeld te geven: de hoogst geplaatste kunstenaar in de Power 100 is Ai Wei Wei op nummer 13. Dit is waarschijnlijk te danken aan de media-aandacht die Ai kreeg als gevolg op zijn arrestatie en heeft dus weinig te maken met de invloed die zijn kunst heeft.
Het leukste aan de Power 100 vind ik dat hij gepaard gaat met fris scheutje zelfspot waaruit blijkt dat een lezer van alles kan halen uit de lijst maar het vooral niet al te serieus moet nemen. Zo is in de introductie op de website te lezen: ‘Find out who slid up, who slid down and who wore inappropriate footwear and fell off altogether.’ Kortom, met een dergelijke lijst voel ik mij een stuk gemakkelijker. Maar mijn absoluut favoriete lijst is Hyperallergics Top 20 Most Powerless People in the Art World. Wat mij betreft een zeer correcte karakterisering van de kunstwereld en tevens een lijst waarop de mensen die ik belangrijk vind rijkelijk worden vertegenwoordigd.











