Over zoogdieren en vrijgevige tepels
Er was een tijd dat dierendag in mijn agenda stond. Dan kocht ik speciaal snoepjes voor de kat, at ik die avond een gehaktbal minder en tekende ik uitsluitend babypaarden. Toch was ik verrast dat dierendag dit jaar zo aanwezig was. Het begon in de ochtend toen ik de buurvrouw de buurreiger liefdevol stukjes brood zag aangeven, vervolgens werd ik per mail uitgenodigd nog een kip te adopteren en werden er in de bioscopen alleen maar films als Babe gaat naar de stad, en de Skippy marathon gedraaid.
Het kwam ook daardoor dat ik begon te denken aan de zogende dieren. Het is de borstvoeding, die instinctieve drang van een mond of bek naar een tepel, die de band tussen ouder en kind zo sterk maakt. Dat is ook niet gek omdat er in melk, naast verschillende voedzame stoffen die bijdragen aan de weerstand ook bepaalde stoffen zouden zitten die empathie opwekken; het vermogen om je in de ander te verplaatsen. Fascinerend, en toch bleek ik niet de enige te zijn die van de borstvoeding van dieren weinig afwist. Omdat ik in mijn stadse bestaan weinig dieren tegenkom en de meeste vrouwen het, en dat is misschien maar goed ook, wel uit hun hoofd laten om in lijn 3 hun borsten tevoorschijn te halen, heb ik wat onderzoek rondom zoogdieren verricht waarvan hier het resultaat. Daarbij is het interessant dat de ouder soms ook extreem vrijgevig is met haar tepels.












