Knipperen met je ogen
Geert Goiris, Liepaja, 2004In de Baltische zee bij het plaatsje Liepaja ligt een bunker. Een fotogenieke bunker, zo blijkt. Want in twee musea hangt zijn vrijwel identieke beeltenis aan de muur. Heeft één kunstenaar ze gemaakt? Of vergis ik me?
Ik zag onlangs een foto in het Mudam, het museum voor Moderne kunsten in Luxemburg. Eerder had ik er al oog in oog mee gestaan. Ik was blij verrast er nog eens naar te kunnen kijken, want het beeld had vragen bij mij opgeroepen die ik niet kon beantwoorden. Op de foto is een verlaten bunker te zien, op zijn kant ligt hij in de zee. De wind doet het wateropper¬vlakte licht rimpelen. Het beeld is kleurrijk – blauw, bruin, rood, wit, groen, én haarscherp.
Een paar maanden ervoor hing de foto op de ZomerExpo in het Gemeentemuseum in Den Haag. Alleen was het beeld in mijn herinnering net iets anders. De bunker was identiek, maar werd deze niet omringd door optrekkende mist uit de zee? Waren de kleuren niet grijs en grauw? Was de foto niet vager? Misschien had ik slecht opgelet. Of lag het aan de omgeving? Op de ZomerExpo hing de foto tussen andere kunstwerken dan in het Mudam. Het deed er allemaal niet toe. Belangrijker was: op de ZomerExpo twijfelde ik aan de echtheid van de bunker in de zee, maar in het Mudam zag ik dat hij écht was, zeker geen maquette.
Thuis zocht ik de foto op in de catalogus van de ZomerExpo. Daar stond hij afgebeeld, pagina 188. Maar toen las ik de naam van de maker en kon mijn ogen niet geloven. De foto in het Mudam léék op die van de ZomerExpo, maar wás het niet. Twee verschillende kunstenaars hadden nagenoeg een identiek beeld gemaakt van dezelfde bunker in de zee. Martin Roemers (Oldehoven, 1962) nam zijn foto in 2002 en gaf het werk als titel Bunker in de Baltische zee mee. In 2004 volgde Geert Goiris (Bornem, 1971) met zijn beeld Liepaja.
Met de ontdekking ging er van alles door me heen. Of het toeval was dat de werken op elkaar leken? Of de ene fotograaf de ander niet had nagedaan? Later, toen mijn opwinding erover gezakt was, zag ik het belang van deze vragen niet meer in. Als kunstenaar laat je het wel om anderen na te apen. En iedereen mag de bunker toch fotograferen? Maar hoe zat het met mijn vergissing? Wat is de reden geweest dat de beelden zo op elkaar zijn gaan lijken dat ik ze door elkaar haalde? Ik ging op zoek naar antwoorden.
Beide kunstenaars trokken naar het plaatsje Liepaja om er de bunker te fotograferen voor hun eigen doeleinden. Roemers kwam vanuit zijn interesse voor de Koude Oorlog bij het gebouw uit. Hij wilde de sporen die nog resten van die oorlog vastgelegd hebben voordat ze verdwenen zouden zijn. Voor Goiris was de bunker een aanvulling op zijn fotografisch onderzoek naar gebieden waar je de kans loopt de werkelijkheid te verliezen en in een waanvoorstelling terecht kunt komen.
Martin Roemers, Bunker in de Baltische zee, 2002Nu lijkt het er op, dat toen zij met het gebouw aan de slag gingen, de bunker bepaalde hoe hij gefotografeerd moest worden. Roemers en Goiris lopen samen op in het vastleggen. Zij fotograferen de bunker vanuit dezelfde hoek, op zo’n manier dat het is alsof het gebouw zich van je afwendt maar toch ook weer naar je toe draait. Ook nemen zij de oriëntatiepunten weg, die ons informatie verschaffen over waar de bunker zich bevindt en op welk tijdstip van de dag. Door het gebouw vast te leggen vanuit die specifieke hoek en nog meer door het wegnemen van de oriëntatiepunten, komt zijn belangrijkste betekenis naar boven drijven. En dat is: bestaat de bunker in de zee echt? Deze vraag ligt al in het gebouw met zijn omgeving besloten. Ik kwam daar achter nadat ik een amateurfoto vond op internet. Op die amateurfoto zie je dat de vraag over zijn echtheid zelfs zo sterk aanwezig is, dat het alle andere betekenissen die je er in zou willen leggen overschaduwd. De foto’s van Roemers en Goiris komen om die reden dicht bij elkaar uit.
Maar dan treedt er toch een verschil op, het is op het punt van zijn bereikbaarheid. Via de zee maken Roemers en Goiris het ons mogelijk of onmogelijk de bunker te pakken te krijgen om zo te kunnen achterhalen of hij echt bestaat. Eerder zag ik dit verschil over het hoofd, maar nu ik de beelden naast elkaar kan plaatsen, zie ik dat hun wegen zich hier scheiden. Op het punt van zijn bereikbaarheid ontstijgen de kunstenaars ook het gebouw in wat hij hen voorschrijft. Roemers maakt het ons lastig. Zo oogt het water op zijn foto ondoordringbaar en ondefinëerbaar. Een duik zul je er niet snel in nemen. Bij Goiris ben je geneigd dat wel te doen. Zijn zee ziet er vriendelijker en transparanter uit. Maar kijk je beter, dan houd je ook dat voor gezien. De diepte van het water is er moeilijk in te schatten. En zal de stroming er niet verraderlijk sterk zijn?
Toch weet Goiris je ertoe te verleiden een sprong in de zee te nemen. Hij geeft je een handreiking. Zijn scherp genomen foto, dat voor diepte en reliëf zorgt, is het handvat dat de tocht naar de bunker voor jou mogelijk maakt. Zo zwem je rond in het water. Maar nader je het gebouw, dan wordt de foto plots vager. De scheiding tussen de zee en de lucht verdwijnt er. Heel het beeld van de bunker in de zee wordt je ontnomen waar je bijstaat en komt in een andere dimensie terecht. Als een Fata Morgana rijst het gebouw op uit de zee en nu daalt hij weer alsof hij er nooit echt geweest is.
We komen op de foto van Goiris net niet te weten of de bunker in de zee echt bestaat. Zijn gebouw heeft er alle trekken van om voor echt door te gaan, hij is bijna aan te raken. Als we echter dicht bij het antwoord komen, ontglipt het gebouw ons toch nog. Maar op een andere manier komen we er wel achter. Goiris laat je buiten het kader van zijn genomen foto rondkijken. We krijgen een kijkje achter de schermen. Kleine aanwijzingen, zoals het breken van een golf aan de rechteronderkant van het beeld, wijzen erop dat het vaste land niet ver weg moet zijn. En dat betekent: een echt gebouw, geen illusie.
Roemers bunker heb je daarentegen nooit kunnen bereiken. Hij is op afstand gebleven. In nevelen gehuld kun je slechts naar hem blijven kijken. Zo doemt Roemers gebouw op uit de mist en zo verdwijnt hij er weer in. We komen er niet achter of zijn bunker echt bestaat, we kunnen er niet bij.
De vraag over de echtheid van de bunker, die er al in het gebouw met zijn omgeving besloten ligt, doet de werken van Roemers en Goiris op elkaar lijken. Maar in de manier waarop zij zich er vervolgens over buigen, daarin verschillen ze. Alhoewel het de vraag is of Roemers zich daadwerkelijk over de echtheid van de bunker gebogen heeft. Het zou echter kunnen dat hij het als extra element heeft ingezet. De bunker heeft Roemers dan niet alleen vastgelegd als bewijs dat er een oorlog heeft plaatsgevonden, maar doet ook nog eens dienst als verwijzing naar een gebeuren dat onze voorstellingsvermogen te boven gaat. De oorlog als een onwerkelijk drama.
Ergens wist ik dat er verschillen waren tussen de werken. Ik negeerde enkel de signalen. Ik zette ze opzij. Wat ik voorvoelde, kon voor mij nog niet waar zijn. Maar nu wel.










