In Opdracht
Marlene Dumas, The benefit of the Doubt, (foto: Thea van den Heuvel/DAPh)No lie can live forever en The benefit of the Doubt, het zijn twee kunstwerken in rechtbanken die gemaakt zijn in opdracht van de rijksoverheid. No lie can live forever (2006) van kunstenaar Sam Durant zie je als je Arnhem binnen- of uitrijdt prominent tegen een wat saaie gevel van het gerechtsgebouw. Achter die gevel rust een zware taak op de schouders van de rechterlijke macht. Een stripachtige zwarte protestletter in neongele baklicht knalt tussen de bomenrij door. Ik ontdekte het kunstwerk vanuit een stadbus en had ruim de tijd om het werk tot me door te laten dringen want het verkeer stond vast. Maar ik ben er nog niet over uitgedacht. Een onbeantwoorde vraag: zou dit kunstwerk ook vandaag de dag door de procedure heen komen? Met de zin No lie can live forever kan immers iedereen zich aangesproken voelen, ook de rechterlijke macht. Iedereen is feilbaar. Is de rijksoverheid nog wel in voor zo’n knipoog, een zelfrelativering?
Het kunstwerk The benefit of the Doubt (1998) van Marlène Dumas is gemaakt voor een rechtszaal in het Nieuwe Paleis van Justitie in Den Bosch. Het werk bestaat uit wandtapijten waarop meer dan levensgrote mensgezichten van verschillende afkomst en huidskleur staan afgebeeld. De gezichten zijn afgesneden door lambrisering en het plafond, geen voorhoofd, geen kin, en geen kleding zichtbaar die de status van de personen kan verraden. Niemand in het bijzonder wordt hier geëerd; Als landkaarten herinneren ze je aan hoe groot de wereld is buiten deze zaal. Niet de koningin of een regent prominent in beeld. The benefit of the Doubt: het voordeel van de twijfel, zie de mens. In een rechtszaal zonder ramen en daglicht, waar je je liever buigt over het papier, kun je er niet aan voorbij.
Sam Durant, No lie can live forever (foto: Henze Boekhout)Sinds 1951 worden in opdracht van de rijksoverheid kunstwerken gerealiseerd in gebouwen die eigendom zijn van die rijksoverheid, in ministeries, politiebureaus, gevangenissen, asielzoekerscentra en belastingkantoren en in rechtbanken. Met deze zogenaamde percentageregeling wordt een percentage van de totale bouw- of verbouwingskosten gebruikt voor de realisatie van kunst. Het zestigjarig bestaan van deze regeling wordt gevierd met het boek In Opdracht, een full colour overzicht van de ruim 2400 kunstwerken die in deze periode zijn gerealiseerd. Veel kunstwerken bestaan uiteraard niet meer, een deel van de werken vind je aan gevels, als sculptuur in de buitenruimte, in de vorm van hekwerk of bestrating, en een deel bevindt zich binnen in de gebouwen. Eindelijk voor ons nu te zien in dit boek.
Eppo Doeve (foto: Roelof Pot)Een lekker boek is het, zo boordevol plaatjes dat de geschiedenis zich als vanzelf via de beelden aan je ontvouwt. In 1952 beitelde kunstenaar L. Blom reliëfjes rond de toegangsdeur van het Ministerie van Oorlog (zwart-wit foto, eerste pagina), in 2004 realiseerde Stanislav Lewkowics een mistsculptuur in de kleuren van de Nederlandse vlag aan de Nederlandse Ambassade in Berlijn, (full colour laatste pagina). Afhankelijk van hoe een opdracht is geformuleerd, is een kunstwerk bescheiden of prominent aanwezig, functioneel of volledig autonoom, ondersteunend of kritisch. Zeker dat laatste is ‘in the eye of the beholder’, want toen kunstenaar Jill Magid de opdracht kreeg om de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) een menselijker gezicht te geven, en daar een wat letterlijke interpretatie aangaf door de spionnen te interviewen, werd ze door AIVD teruggefloten. Onderdelen van haar registraties kregen een expositieverbod opgelegd.
Niet zonder risico dus om Magid te vragen voor zo’n opdracht, of Durant zijn protest op een rechtbank te laten aanbrengen. De kunstenaars spelen het scherp. Maar dat is juist wat kunst vermag. Een het vraagt moed van de opdrachtgever. In het geval van de percentageregeling zijn het de kunstadviseurs van het Atelier Rijksbouwmeester die de voordrachten doen aan een opdrachtgever (bijvoorbeeld een rechtbank). Dan is het best mogelijk dat de opdrachtgever zich verzet tegen de voordracht van een kunstenaar, bijvoorbeeld om het in hun ogen provocatieve element in zijn/haar werk. In bovenstaande voorbeelden hebben de kunstadviseurs het vast niet gemakkelijk gehad maar ze hebben hun keuzes blijkbaar goed weten te beargumenteren en de opdrachtgever vertrouwen weten te geven. Ze kiezen uiteindelijk samen. Als scherp gekozen is, geeft dat kunst op maat of juist lekker uit de maat. Volgens mij heeft niemand hier spijt van gehad, de AIVD een beetje, maar dat kan misschien geen kwaad.
Max Bill (foto: Gert Jan van Rooij)
Graffiti Reseurch Lab, Peoples revolutionary green laser light district (foto: Mels van Zutphen)
Jan Van Den Dobbelsteen (foto Jan Van Den Dobbelsteen)
Raymond Pettibon, No title (against public funds for the arts) (foto: Riesjard Schropp)
Aam Solleveld (foto: Gert Jan van Rooij)
Johan Tahon, The new seismo (foto: Eric de Vries)
Esther Tielemans, Bigger Bang (foto: Peter Cox)









