De verzameling van Jonas Ohlsson en Daniela Bershan

Kunstenaars houden van verzamelen, dat hebben ze altijd al gedaan. Zo had Rembrandt een grote kunst- en rariteitenverzameling. Verzamelen was voor Rembrandt echt een obsessie en mede de rede waarom hij in 1656 failliet is gegaan. Ook Pablo Picasso had een grote verzameling. Zoals veel andere kunstenaars aan het begin van de twintigste eeuw verzamelde hij Afrikaanse en Polynesische maskers en beelden. En Andy Warhol verzamelde eigenlijk alles wat hij in het dagelijks leven tegenkwam. De objecten, krantenknipsel, brieven, visitekaartjes etc. stopte hij in dozen en verzond hij naar een opslagplaats. Deze Time Capsules verblijven tegenwoordig in het Andy Warhol Museum. Ze zijn nu voor iedereen toegankelijk en bieden een unieke kijk op het leven en werk van de kunstenaar.
Hedendaagse kunstenaars houden ook van verzamelen. Toen Jonas Ohlsson en Daniela Bershan elkaar leerden kennen, kwamen ze erachter dat ze allebei een verzameling ‘lelijke dingen’ hadden. De verzameling is inmiddels uitgebreid en bevat een aantal curieuze objecten. Eén van deze objecten is een krop Chinese kool op wielen. De kool met kruiwagen komt uit China en is bedoeld om als offer naar de goden te rijden. De porseleinen kool ziet er erg vreemd uit, maar om een of andere reden lijkt het tussen de asbak in de vorm van een aardbei en de sla-kaasprikkers toch zijn plek gevonden te hebben.

Ohlsson en Bershan komen ook graag in Brazilië waar ze onder andere een beeldje van een plaatselijke God hebben gekocht. Deze God ziet er echter meer uit als een pooier: hij houdt van meisjes, drank en wilde feesten en als je goed voor hem bent, zorgt hij dat je een duivels leuke tijd hebt.

De collectie lelijke dingen vormt een leuk onderwerp voor discussie omdat iedereen zijn eigen ‘favoriet’ heeft. Zo vindt Ohlsson de klok in de vorm van een hand absoluut het lelijkste object uit de collectie en vertelt Bershan hoe ze zich er dagelijks van moet weerhouden de aarbei-asbak kapot te gooien. ‘When you start making art you focus on what you like, but then later it becomes more interesting to focus on what you don’t like.’ Lelijke dingen zijn dus misschien nog wel interessanter dan mooie dingen. Ze vragen om een verhaal omdat ze moeilijk te plaatsen zijn. Voor mij is het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat iemand ooit heeft nagedacht over het maken van een zilverkleurig beeldje met een strik erop en een oog erin. Maar iemand heeft dit wel gedaan en er tijd en moeite in gestopt om dit te doen. Waarschijnlijk zijn er zelfs heel veel van dit soort beeldjes gemaakt en staan ze in huizen van mensen die ze wel mooi vinden.

Ohlsson en Bershan zijn niet de enige kunstenaars die geïnteresseerd zijn in lelijke dingen. De Amerikaans kunstenaar Jim Shaw verzamelt al jaren schilderijen die hij niet mooi vindt, maar die juist onhandig geschilderd en raar zijn. Shaws collectie is samengebracht in een boek – dat natuurlijk ook in de collectie van Ohlsson en Bershan zit – en staat bol van vreemde schilderijen van bijvoorbeeld een rol wc-papier en portretten die zo slecht geschilderd zijn dat ze er eng uitzien (klik hier voor meer voorbeelden uit de verzameling van Shaw).

Alle objecten in de collectie van Ohlsson en Bershan zijn om te lachen en over na te denken. Lelijke dingen confronteren je meer dan mooie dingen met jezelf, wie je bent en hoe je de dingen ziet. Iets wat je niet mooi vindt bevraagt je persoonlijke grenzen en daagt je uit na te denken over waarom je het lelijk vindt. En daar is niet altijd een antwoord op te vinden.










