De Poezenkrant
Gisteren is er een kat gevonden. Het briefje met de boodschap op het raam naast de Albert Heijn deed mij goed, zeker omdat haast elke hoek van de straat behangen is met posters van verloren, vermiste en wanted Simba's, Witjes, Boontjes en Maxen. Mijn hart warmt op als ik een vermiste zwarte kat in een kleurenfoto afgedrukt zie staan.
Dat mensen het beste voorhebben met de katachtigen spreekt bovendien uit De Poezenkrant die ik laatst in mijn brievenbus vond. Deze kleine krant bleek al sinds 1974 op onregelmatige basis uit te komen en daaruit valt te concluderen dat de liefde van mensen naar poezen al enige tijd aanhoudt. Door directeur P.Schreuders (niet de verwarren met P. Schreuder, directeur van N.V. Maandblad Succes, Den Haag) en een redactieteam dat de vele inzendingen doorneemt is De Poezenkrant iets dat je niet wil missen. Van geavanceerde poezenluikjes met contragewichten tot bekende poezen uit het nieuws en van een interview van Annie M.G. Schmidt met kater Karel tot een lange afstandsloop waarvan de contouren op de kaart een kat vormen. De Poezenkrant, Algemeen nieuwsblad over poezen, volgt de ins en outs rondom hen die naast scherpe klauwen ook sokjes dragen. Wist je bijvoorbeeld dat kattenfoto's met afstand de meest gedownloade beelden van het internet zijn? Of kende je de alternatieve uitleg van Albert Einstein over hoe radio werkt? " You see, it's a kind of very, very long cat. You pull his tail in New York and his head is meowing in Los Angeles. Do you understand this? Radio operates exactly the same way: you send signals here, they recieve them there. The only difference is that there is no cat."
Probeer nu nog maar "niet zo'n poezenmens" te zijn.
Ook al bracht de De Poezenkrant mij een nieuw inzicht in de verloren poezenposters. Namelijk: hoe kan het dat er zoveel poezen en katten vermist zijn en er zo weinig worden gevonden? Aan de zorgvuldigheid waarmee de posters, soms zelfs geplastificeerd en met vier kleuren tape bevestigd zijn spreekt van intense zorgzaamheid van de eigenaar en bovendien is een stad met meer fietsen dan auto's toch katvriendelijk te noemen. Is het misschien dat in de spinnende poes op de hoekbank toch nog dat wilde dier schuilt, dat op een dag de kattenbak beu is en opzoek gaat naar de horizon. Zijn de mensen misschien wel trouwer aan de huisdieren dan zij aan hen.











