ARCHIEF

Openingswoord expositie ‘Voor eeuwig de jouwe’



Schunck, Heerlen, ‘Voor eeuwig de jouwe’
een presentatie van het verzamelbeleid van de vier directeuren.

Mijn vriendin Inge ligt in scheiding. En ook al wonen ze nog in hetzelfde huis, soms communiceren zij en haar bijna ex-man met een briefje. Ze sms-te me een regel die ze op een papiertje had gekregen en ze begreep de boodschap niet precies.  

'Natuurlijk is het mijn schuld als het licht daar niet is waar ik ben.' Een regel van Hans Andreus die ergens in de openbare ruimte mensen uit hun dagelijkse doen trekt.

Haar interpretatie verschilde totaal van die van mij. Zij dacht het volgende: hij laat zijn licht altijd meer schijnen op zijn ideeën en dan op waar hij werkelijk is, altijd op twee plekken tegelijk, altijd een beetje nergens.

Ik dacht meer aan het schuldgevoel als je probeert een ander mens gelukkig te maken, soms sta je machteloos.

Ik heb de regel doorgestuurd naar mijn vrienden en creëerde zo een lijstje met mogelijkheden. Bijvoorbeeld: als het mis gaat terwijl ik er niet ben, zou ik me schuldig voelen. Of, in het denken zelf zit het negatieve, het is beter om positief te denken, want niemand gaat dat voor jou doen.

Hans Andreus: de schuld is de bijna-onmogelijkheid van de mens om zichzelf als deel te zien, als deel van het licht, omdat je toch blijft vasthouden aan jezelf, het narcisme staat het ‘geïntegreerde zijn’ in de weg. De schuld is de zonde tegen de Heilige Geest. Andreus ‘pleit’ hier voor een soort aan-hem-verbonden-objectieve-schuld (aan hem als exponent van dé mens of van een flinke groep) zoals je schuld hebt omdat je vader in de oorlog bij de NSB was, een schuld waar je niets aan kunt doen. Een schuldig landschap.

Het is moeilijk om de ‘schuld’ te zien liggen in iets anders dan uitsluitend - in de houding ten opzichte van het licht. En zo kijk ik ook naar de schilderkunst, het is moeilijk naar een werk te kijken anders dan uitsluitend in de houding ten opzichte van het licht. In dit geval is het licht de zon de maan en de sterren, de aarde, het grote geheel; het licht is de relatie tussen jou en mij en hem; tussen het schilderij en mij.
Vaak vragen mensen de kunstenaar naar de betekenis van een werk, dan legt hij het uit en dan sta je daar met zijn betekenis in jouw handen. Dat is een beetje als met lege handen staan. Want het is moeilijk om de betekenis te zien liggen in iets anders dan uitsluitend in de houding ten opzichte van het licht.


‘We hebben elkaar veel te vertellen onderweg’, een titel van een werk van Toon Teeken, die regel wijst heel precies met de vinger naar de kern van de omgang met kunst. Het schilderij en ik hebben elkaar veel te vertellen, het schilderij danst een tango, gooit alles los, ik vang het op en laat ook wat vallen. Punkgeluiden, herrie en gefluister, gekletter, kapot glas.

No more Holidays in the Sun, Rob Birza, wat bedoelt hij er mee?

‘Verschillen tussen het figuratieve en het abstracte het tweedimensionale en het ruimtelijke en het metaforische en het letterlijke worden opgeheven’, lees ik in de catalogus. Ik zie een huis, exotisch, een huis in een land waar de zon schijnt, wat planten een vijver, twee rode vierkanten vervangen de wolken, of misschien zijn de wolken daar wel vierkant, in dat onbekende land. Ze zijn dreigend, doorbreken het sprookje van dat mooie buitenhuis, het doet me denken aan het buitenhuis van mensen die ik ken, in een ver, arm en desperaat land. Ze houden vakantie in een huis met een hek. Zo rustig, altijd zon.

Misschien heeft de kunstenaars iets anders bedoeld. Heerlen houdt van schilderkunst, zonder dat die keuze expliciet wordt uitgelegd, een onderliggende vanzelfsprekendheid. Een voorkeur die de stad deelt met de koningin, die ook een uitgesproken voorkeur heeft voor schilderen zoals blijkt uit de Koninklijke prijs voor de schilderkunst. (no way dat de criteria uitgebreid worden naar meer eigentijdse media). Gelukkig is schilderkunst van iedere tijd. Het begon met schilderijen voor de kamers van de ambtenaren, zo lees ik ergens, en wat fijn dat de directeuren die lijn hebben vastgehouden. Keurig worden de uitgangspunten van het verzamelbeleid steeds opnieuw uitgelegd, bij iedere directeur een ander accent. Maar de schilderkunst wordt niet losgelaten. Ik houd van een uitgesproken verzamelbeleid.
Alleen schilderijen, of zelfs alleen portretten, waarvoor Heerlen een tijdlang een speciale voorkeur had, dat zou een mooie strakke keuze geweest zijn. Ik pleit hier voor het vasthouden van de schilder-lijn, Stijn Huijts heeft het even opgerekt maar ik hoop dat de volgende directeur weer terugkomt op het verzamelen van schilderijen.

Een historisch gegronde collectie, de werken van CoBrA werden gekocht tezamen met realistische schilders, als tegenhanger. Als je de boeken mag geloven is de geschiedenis van de kunst een duidelijke lijn van bewegingen en tegenbewegingen, na de tweede wereldoorlog komt CoBrA, als de abstracte vormentaal van vrijheid, de avant garde. De avant garde die weerstand oproept bepaalt de hoofdlijn. CoBrA paste mooi bij het gevoel van verbroedering, net na de tweede wereldoorlog, de universele taal die iedereen zou kunnen begrijpen. Het idee van de 'Family of man'. Toch had men moeite met het ontbreken van figuratie. In Nederland werd de abstracte kunst door Edy de Wilde in het Van Abbemuseum geïntroduceerd als 'gelovige' kunst. Niet meer Jezus of God als mensfiguur maar abstractie om het hogere weer te geven. Na de periode CoBrA was het beleid ‘een nationaal beleid met een accent op schilders die uit Limburg komen’. En ook daarvoor wil ik pleiten, voor die tweede lijn, de tegenhanger, de kunst die buiten de hoofdlijn ontstaat. In de geschiedenis van de kunst wordt te veel het verhaal verteld van de vernieuwing, van de hoogtepunten en doordat dit verhaal zich keer op keer herhaalt zet het zich vast in het collectieve geheugen en vallen nuances er tussen uit, de andere kunst die in die periode werd gemaakt, de ‘sublaag’. CoBrA is op meer plekken te zien, maar de Limburgse kunst, daar kom je voor naar Limburg.
Vorige week was ik in Museum Kroller Moller, op de expositie ‘een verlangen naar schoonheid’, een vrij volle inrichting van veel vrij lege doeken, weinig figuratie, ijle tekeningen, kleurvlakken.

Naast Louise Bourgeois, Eylem Aladogan hingen er werken van Wim de Haan, Loes van der Horst, Zoltin Peeters, Jaap Mooy met Orgelbarbaaar, Willem Reijers met een fantastische Aap, Jules Vermeire, en de jong gestorven Daniel Groen. Allemaal werken die misschien vaker niet dan wel te zien zijn kregen een plek op de ere-expositie. Het was een stil feest. In de KG worden de groten, de avant garde op een rij gezet, het andere wordt snel vergeten en dat is zo onterecht en jammer, een verarming. Onderzoek naar de collectie van het Stedelijk Museum wijst uit dat 70% van de aankopen Nederlands is. En 70% (al is dat niet dezelfde 70%) wordt nooit getoond, staat in de kelders. Het SM toont hun lijn van de avant garde, hun succesaankopen, ik ben zo benieuwd naar wat er nog meer is, nieuwsgierig naar de kelders.

In de catalogus van Heerlen lees ik: door de beperkte financiële middelen was het niet mogelijk een representatief beeld van alle ontwikkelingen in de schilderkunst te bieden en was een alerte houding en een goede oriëntatie een must. En gelukkig maar, alles laten zien is een onmogelijk streven, dan verdrink je. Een duidelijke keuze is essentieel voor goed verzamelen. ‘Een nationale collectie van maken met Nederland als referentiepunt’, moet vervangen worden door Europees of mondiaal. Dan kan Limburgse kunst zich meten met de wereld, onvermijdelijk in deze tijd waar iedereen elkaar ontmoet, in eigen land of op vakantie. Dus pleit ik voor een internationale beleid met een accent op schilders die uit Limburg komen.


In het museum Kroller Muller hingen een serie grote schildersdoeken van Gilbert en George. Zij wilden in de winter het gevoel van de zomer herscheppen: ‘The sculpture we have lived’ Gilbert en George praten over hun ‘painted sculpture’. Whilst we enjoyed painting our greatest pleasure was in seeing the sculpture coming back.' In ieder schilderij is ‘the living sculpture’ aanwezig. Verf en doek, meer is niet nodig om een sculptuur te laten verschijnen, als je dat zou willen. Verf en doek om te dansen. Om muziek te maken. Om heel hard te schreeuwen. Of om een schop uit te delen. Of een liefdebrief te schrijven.

Expositie Voor eeuwig de jouwe
di-zo 11-17 u / entree €5,- / Glaspaleis, Heerlen

| | | tag - Schunck Heerlen, Voor eeuwig de jouwe | laat een reactie achter