ARCHIEF
In Londen gaan meer mensen naar musea dan naar voetbal
De kers
De maand juli bracht ik door in Londen en door langere tijd in een stad te verblijven vang je meer op van de vibratie rondom zo’n stad. Zo bezocht ik niet alleen de Saatchi gallery maar luisterde ook on line naar de debatten.
In de serie Intelligence Squared debate (een prachtige titel die al iets aangeeft van een houding tov cultuur) vond ik een debat over de stelling ‘Museums are bad at telling us why art matters’. Alain de Botton opende het gesprek en vertelde dat onderzoek uitwees dat er in Londen meer mensen naar musea gaan dan naar voetbal. Cultuur boven sport, het ondenkbare blijkt daar werkelijkheid.
Hoe heeft deze mission impossible kunnen slagen? In het debat werd de stelling natuurlijk verdedigd en aangevallen. Ik denk deze grote culturele betrokkenheid kan ontstaan doordat alle musea gratis zijn. Waar je ook komt en op welk moment, het was er altijd druk en levendig in de musea en galeries. Bij de entree staat meestal een grote bus met als opschrift ‘please donate 4 pound’, dat is vrijwillig. Voor een speciale exposities moet je wel een entree kaartje kopen, zoals bijvoorbeeld de expositie van Damien Hirst (bomvol) of Munch (druk). Londense kunstenaars zijn meestal ‘vriend van Tate, zodat je ook deze tentoonstellingen gratis kunt gaan kijken. Bij het zien van al die bezoekers in bijvoorbeeld Tate Modern denk je met je Nederlandse hoofd onwillekeurig aan de opbrengsten die dat kan opleveren. Veel nullen aan ‘eigen inkomsten’. Dat herinnerde me aan een voorval uit het verleden, een vader van een vriendje was directeur van een supermarktketen. Tijdens ons bezoek aan zijn ouders kregen we een stukje taart met een kers erop. De vader rekende ons vervolgens voor hoeveel geld het zou uitsparen als die kers er niet op werd gezet. Dat is de Nederlandse ondernemersgeest.
Een voorbeeld: vorige week bezocht ik de paddenstoelententoonstelling in Mediamatic. Regelmatig keken mensen door de grote ruiten naar binnen. Twee keer stapten een jongen en een meisje de drempel over, maar 2,50 euro wilden ze niet betalen. Al deze mensen hadden kennis kunnen maken met een wilde, de verbeelding prikkelende expositie over paddenstoelen. Mediamatic valt niet zo veel te verwijten want het gaat hier om de van boven af opgelegde heilige eis van de Eigen Inkomsten. En 2,50 euro om een expositie te bezoeken is in Amsterdam relatief gezien heel goedkoop.
Gratis musea klinkt in Nederland als een ouderwetse hippiedroom. Mensen kijken je meewarig aan of je op een andere planeet leeft. Maar gratis musea betekent wel dat er veel mensen betrokken raken bij de kunst. En dat vormt weer de basis van de vriendenverenigingen, legaten, sponsoren, particuliere ondersteuningen. Op dit moment lijkt het er op dat Nederland de kunst aan de markt wil over laten, zonder daar eerst een gezonde basis van betrokkenheid voor te creëren. Het een hangt met het ander samen, de Nederlandse zuinigheid ziet alleen de kers.
De lange lijsten met de namen van bedrijven maar ook particulieren die de kunst ondersteunen in de musea in Londen komen niet uit de lucht vallen. Er is een basis voor gelegd met gratis musea en hele goede educatieve diensten die zich richten op iedereen, jong en oud, om het publiek op alle mogelijke manieren te betrekken bij de kunst.
Want dat is zo'n anders opvallend punt, In Londen is educatie een serieuze zaak voor alle leeftijdsgropen. Ieder museum heeft een scala aan activiteiten om het publiek bij de exposities te betrekken. In veel Nederlands musea is educatie van groot belang om de bezoekersaantallen op te krikken. Je zou denken dat de educatieve dienst op handen wordt gedragen, volwaardig mee telt in het team. Nee, educatie is die kers die achteraf op de taart wordt gezet. Educatie lijkt synoniem voor kinderactiviteiten. Om het publiek te betrekken bij je museum moet je houden van je publiek, van de mensen in de stad waar het museum staat, van de mensen voor wie kunst nog onwennig is. Jong en oud.











