Izaak Zwartjes – Basisconstructie als eindresultaat

De afgelopen maand heeft Izaak Zwartjes is het Odapark in Venray gewoond om een kathedraal te bouwen. De ruimte is ‘af’ en de komende weken te bekijken. Mister Motley volgde Izaak Zwartjes in zijn proces en het leven in het museum. (Zie vorige stukken Izaak Zwartjes – Op bedevaart en Izaak Zwartjes - Van chaos naar orde).
Heske ten Cate (HtC): ‘In het vorige interview geef je aan niet in God te geloven. Waarom heeft jouw ‘reine’ plek kenmerken van een katholieke kerk? (biechtkamer, altaar, entree, bid kaarsen etc.)’
Izaak Zwartjes (IZ) ‘De religieuze beeldtaal is het instrument om mijn wil te geloven kracht bij te zetten en richting te geven. Biechten betekent voor mij dat ik probeer beter te leven. Het klassieke biechten zou voor mij niet passend zijn: het heeft kermisachtige trekken.
Het altaar is een plek waar men rituele handelingen uitvoert en heb ik opgebouwd uit dikke planken. Het zagen door een eindeloos grote balk kan voor mij aanvoelen als een rituele handeling. Mijn verhouding tot het geloof kent twee gezichten. Ik voel me ertoe aangetrokken, maar heb ook de neiging de draak ermee te steken.’
HtC: ‘Wat gebeurt er doorgaans met je wanneer je een kerk of kathedraal binnenloopt?‘
IZ: ‘Ik ga graag naar de kerk om een kaars aan te steken. Bidden doe ik ook, om een wens uit te spreken voor dierbaren of overledenen. De vraag of je gehoord wordt is niet belangrijk; de wens om gehoord te worden wel. Ik geloof niet in een hogere macht, maar gebruik het geloof eerder als instrument om leefregels te ontwikkelen. Misschien is mijn moraal niet zo sterk ontwikkeld.
Als ik een kathedraal binnenloop wordt ik meestal getroffen door stilte. Die stilte is zowel innerlijk als fysiek. Het voelt alsof je uit het dagelijkse leven wordt getrokken. Wanneer ik een kathedraal bezoek, ga ik voor die ervaring. Het mystieke gevoel heeft verwantschap met de ervaring die je opdoet als je drugs gebruikt.
Ik heb vaker installaties gebouwd waarin ik woon. Het is praktisch, omdat ik tot bezieling van het werk wil komen en de sfeer van de tentoonstellingsruimte om wil gooien. In mijn werk vind ik het belangrijk dat er andere wetten dan de alledaagse van kracht zijn. En die wetten vormen zich sneller op het moment dat ik er in woon.’
HtC: ‘Wat hoop je dat mensen zullen beleven in jouw kathedraal?’
IZ: ‘Ik hoop dat mensen geprikkeld worden om anders te kijken. De stilering die ik heb gebruikt om mijn idee van de kathedraal vorm te geven is niet alledaags. Er ligt een hoop rest materiaal op de grond zoals planken en stukjes afgezaagd hout. Hiermee laat ik een fysieke verslaglegging van het proces zien. Het restmateriaal en de steigerconstructies zijn misschien moeilijk te lezen als onderdeel van het kunstwerk; als ze roze waren geverfd was dat waarschijnlijk makkelijker geweest. Dan worden het twee losse componenten, maar dat is niet wat ik beoog.
In het ritme van de buizen, de balken, de schaduwen en de architectuur van de ruimte zijn visueel prikkelend. Schoonheid ervaar ik in een balans, wanneer er niets aan toegevoegd of van afgehaald kan worden.

HtC: ‘Je noemde in een eerder interview dat er voor jou meer belang ligt in je proces, dan in je uiteindelijke kunstwerk. Waarom?’
IZ: ‘Ik vind het een mooi streven om een logische symbiose tussen proces en beeld te vinden. In mijn sculpturen lukt dat goed, omdat zowel het geraamte als toplaag zichtbaar zijn. Het schept evenwicht in het werk. Proces en eindresultaat zijn verbonden, al is het eerste belangrijker: zonder proces geen kunst.
Werk waarin ik een proces niet kan lezen of waarin het proces niet logisch met het eindresultaat verbonden is, vind ik doorgaans niet interessant. Dan kijk ik naar een lege huls of een prentje. Het brengt me niet in beweging.’
HtC: ‘Wat gaat er met het bouwwerk gebeuren als de expositie sluit?’
IZ: ‘Ik hoop een nieuw bouwwerk te maken op een andere locatie, met de materialen die nu ook verwerkt zijn in het kunstwerk. Het zou zonde zijn het hout weg te gooien. Sommige balken zijn met pijn en moeite uit slooppanden gebroken. Bovendien spreekt het idee me aan dat ook kathedralen een wederopstanding kunnen beleven.’
HtC: ‘Ben je tevreden met je werk tot nu toe?’
IZ: ‘Ja, de installatie is voor mijn gevoel stabiel over de gehele linie en uitgekleed tot een karkas; de basisconstructie. In het geloof vind ik de basisformule interessant, de dogma’s ervaar ik als ruis. Ik heb geprobeerd de kern van mijn werk te raken en de ruis weg te werken. Daarom heb ik dit keer ook geen sculpturen neergezet en ben ik in de kern gaan slapen. [zie vorig interview –red.]
Ik spreek steeds over een kathedraal, maar dit begrip is voor mij niet dwingend. Stonehenge zouden ook als kathedralen gezien kunnen worden. Ik heb het gevoel dat ik ruimte gecreëerd heb, waarin ideeën kunnen stromen. Niets is dichtgetimmerd of gedefinieerd in de installatie.
HtC: ‘Hoe reageren mensen tot nu toe op je kunstwerk?’
IZ: ‘Er wordt wisselend gereageerd: Sommige mensen vinden het werk zwaar en beklemmend. Anderen zien agrarische elementen of martelattributen. Andere mensen herkennen er de werkplaats in van een oudoom. Ook zijn er mensen die zeggen dat er niets te zien is, terwijl ik volgens mij een paar ton hout en ijzer naar binnen heb gesleept. Vaak krijg ik te horen dat er nog veel moet gebeuren en daar hebben ze misschien wel gelijk in. Het eindstation van mijn werk wordt pas bereikt aan het eind van mijn oeuvre.’

Het werk van Izaak Zwartjes is nog tot en met 15 januari te zien in het Odapark, Merseloseweg 117 in Venray (wwww.odapark.nl)












