ARCHIEF
Academie St. Joost, Den Bosch: Britt Roelse

In het afstudeerproject 'Herinneringen van stilte' gaat beeldend kunstenares Britt Roelse op zoek naar een leven wat al voorbij is. Op zoek naar het onbekende verleden van haar (overleden) grootvader en hoe dit de vorming van haar eigen bestaan heeft beïnvloed.
Korte inleiding
De geschiedenis die voor me lag is verdwenen onder een dikke laag stof. Weggestopt op een achterkamer in huis. Vernietigd omdat het er niet meer mocht zijn. En gewist omdat het deed herinneren aan onprettige en machteloze tijden. Een afwezigheid van het verleden, door het verlies van verhalen, objecten en dierbare.
Een verlies wat ooit in zijn geheel tot verval zal komen als grootouders komen te overlijden. Want wie kan die verleden tijd dan nog in geuren en kleuren navertellen? De generaties erna moeten dan de informatie invullen, wat zij nooit met dezelfde kennis en intensiteit kunnen doen. Informatie van onze grootouders, die onze geschiedenis hebben gevormd. Een geschiedenis die wij niet meer kunnen achterhalen. Maar proberen door te zetten in wie we zijn.
Maar hoe kan ik het voortzetten als er een onbekend verleden achter mij verschuilt? Als er een onwetendheid aan verhalen en gebeurtenissen is. Verbonden aan een persoon waarnaar ik alleen kan kijken door foto’s en video’s. En waaraan herinneringen als een ruis zijn verdwenen, door het korte bestaan van dat persoon, binnen mijn leven. Mijn grootvader. Dingeman Roelse.

Poëtisch werk
Het is fris buiten. Vanavond ga ik disco-schaatsen met de buurtvereniging. Voor mij zijn die avonden, de avonden als een wegvlucht uit de werkelijkheid. We ontmoeten elkaar voor mijn basisschool. Alle ouders staan klaar met hun auto’s. Het enige wat nog nodig is zijn de kinderen met hun schaatsen. Met mijn dikke jas en wanten aan stap ik de auto in. Op weg naar Eindhoven.
Eenmaal daar trek ik mijn schaatsen strak aan. De witte sportsokken zijn perfect. Ik vind ze heel lelijk, net als de schaatsen die gehuurd zijn, maar ze zorgen voor mijn stabiliteit op het gladde ijs. Ik ben bang. Bang om te vallen, bang om verwond te raken door de andere schaatskinderen. Maar ik kan moeilijk de hele avond aan de kant blijven staan. Dus hou ik me stevig vast aan de omheining van het ijs. Ik schuifel rondjes. En ineens rij ik het ijs op. Schaats ik alles uit mijn hoofd tot de tijd op is.
Bij thuiskomst is het licht gedoofd. Ik krijg een naar gevoel. Het gevoel dat er iets niet klopt. Even denk ik dat mijn ouders misschien al liggen te slapen, maar ze hadden me beloofd op me te wachten tot ik thuis was. De ouder die me thuisbrengt zegt tegen me: “Weet je zeker dat er iemand thuis is? Zal ik anders even wachten?” Ik antwoord dat ik de huissleutel bij me heb.
Bij het openen van de achterdeur zie ik mijn moeder in de keuken staan, ze leunt tegen het aanrecht. Het is donker in huis, alleen de maan zorgt voor verlichting. Ik kijk haar aan. Ze kijkt terug met een blik die mijn gevoel des te meer bevestigd.
“Wat is er aan de hand?”
“Waar is iedereen?”
– “Papa is bij oma, opa is overleden.”
Ik begin te huilen. Mama begint te huilen.
We omhelzen elkaar met troost.












